Iedereen is welkom, zeker Uwe Hoëgheid

Carnaval is in volle gang. Op pad met Jeroen ‘Schinkske’ van der Ham. De enige echte stadsprins van Venlo.

Carnaval (Vasteloavend) in Venlo Limburg 2012. Op stap met Prins Carnaval Jeroen ‘Schinkske’ van der Ham (37, Prins Jocus ) van Carnavalsvereniging Jocus. Foto: Peter de Krom

Redacteur Cultuur

In de stad waar Geert Wilders geboren is en Abbie Chalgoum dit jaar tot eerste Marokkaanse Wijkprins werd gekozen, begon zaterdag het Venlose carnaval. Of Vasteloavend, moet je zeggen, carnavallen doen ze in de rest van Nederland.

Met een sneetje ‘karboet’ (balkenbrij of bloedworst) met appelstroop begint de ‘Raod van Elf’ van carnavalsvereniging Jocus, de eerste dag van het officiële programma. De Boetengewone Boetezitting is de pre-party voor het echte carnaval dat van zondag tot en met dinsdag duurt. Wat acht jaar geleden begon met handjevol bezoekers voor een podium, is uitgegroeid tot een provinciefeest met acht podia verdeeld over de binnenstad, dat jaarlijks 30.000 feestvierders trekt. De organisatie is in handen van Jocus, de oudste carnavalsvereniging van Nederland. De leden van de Raad, mannen van middelbare leeftijd met blauwe, vilten capes en puntmutsen in rood geel en blauw drinken koffie bij hotel Wilhelmina. Samen met een tiental twintigers in uniform, de prinselijk garde, wachten ze op de komst van ‘Uwe Hoëgheid’.

Jeroen ‘Schinkske’ van der Ham (37) is de enige echte stadsprins van Venlo. „Vanaf het moment dat Prins Jocus de Boetengewone Boetezitting opent, doen de wijkprinsen van de andere 23 verenigingen, zoals Abbie, een stapje terug”, zegt Harry Pouwels (52), voorzitter van de Raod van Elf. „Vergelijkbaar met Sinterklaas, die heeft ook veel hulpklazen. Abbie gaat wel carnavallen, maar met zijn eigen vrienden, gewoon in de menigte”, laat een woordvoerder van zijn carnavalsvereniging weten. Zoals gardist Mark van Soest (29) het verwoordt: „Wijkprins kan iedereen worden, maar stadsprins worden is echt een jongensdroom.”

Wijkprins word je niet zomaar. Pouwels, voorzitter van de Raad en al twaalf jaar ‘Vors Joeccius XI’ benoemt de prins, alleen. Daar gaat geen democratisch besluit aan vooraf. Je kan hoogstens proberen via andere functies door te groeien in de vereniging, weet Van Soest. Van Soest is al „goed bezig” volgens een collega: hij verkeert met de dochter van de vorst.

Pouwels, in het dagelijks leven longarts, wenkt en wijst naar buiten. Een zwarte Mercedes, gesponsord door de lokale dealer, rijdt voor. Op de voorkant vlaggetjes in de driekeur met de haan, het symbool van de vereniging. Pouwels: „Net als bij een echte diplomaat.”

De prins moet meteen op de foto met bezoekers van het café. ‘Sirremoniemeister’ Piet Vaes luidt de klok. Jocus Vitae, Quod Sal Coenae staat er op de bel (vrij vertaald: spot is voor het leven, is het zout in de pap). De eregardisten vormen een haag. Ze brengen hun rechterhand boven hun linkeroor in een omgekeerd saluut. Eerste agendapunt: ontvangst van de Zoepkoel-expres.

De trein met feestvierders uit heel Limburg stroomt leeg op het perron. Doespel, Bosseve, Heële, Husseve, de bijen, piraten en leden van Gullits gouden elftal dragen bordjes met de namen van de dorpen waar ze ‘vanaf zijn gereisd’. Het is meteen duidelijk waarom Pouwels voor Van der Ham, hobbycabaretier met toneelervaring, koos. De prins, geflankeerd door zijn adjudanten Barry Jaspers en Quinn Vaessen, beklimt het podium. De fanfare begint, Van der Ham zwaait zijn scepter en zet meteen in: Sjingele sjingele boem. Gelukkig is het niet koud. De warmte van duizenden feestvierders vult het perron. De ‘pekskes’ zijn indrukwekkend. Gezichten zijn volledig geschminkt. Pruiken, hoeden en pakken zijn met bloemen en knipperende lichtjes getooid. Het perron stroomt leeg richting Zoepkoel, of Grote Markt. Prins Jocus I en zijn gevolg sluiten de rij.

Alle acht podia worden bezocht. De prins zwaait met zijn scepter en heet de feestvierders welkom. Soms maakt hij zelfs een huppeltje in de achterafstraatjes, als niemand kijkt. „Dit komt uit mijn tenen” zegt Van der Ham. „Ik krijg ‘kiepenviel’ van onderin mijn voeten tot bovenin de punt van mijn muts.” Van der Ham was „erg verrast” te worden gekozen als prins. „Normaal zijn het toch de ‘hogere heren’ die worden gekozen, met een eigen onderneming.”

De Prins hangt een medaille om mijn nek. De prinselijke insigne, daarvan zijn er honderden speciaal voor hem gemaakt. De kosten daarvan draagt hij zelf, net als die voor de recepties en ‘pekskes’. Een steek alleen kost al honderden euro’s. „Vier nieuwe auto’s”, zo schat Van der Wal, in het dagelijks leven opticien, de kosten van de erefunctie in. Zijn baas heeft het feest met brillen gesponsord. De drie weken vakantie die hij heeft moeten opnemen krijgt hij cadeau.

„Zugabe” brult het publiek als Schinkse op de rug van zijn adjudant op het podium voor De Parade zingt. Hij staat naast Christel, Quin en Hay, van W-Dreej, drievoudig winnaars van het Limburgs Vasteloavensleedjes Konkoer. Gewoon meezingen zegt ‘Sirremoniemeister’ Pascal Vaes. Hij playbackt de teksten langzaam voor. Op het podium wiegen de heren zachtjes mee. Als je in de maat meestapt, gaat het best.

In de stad waar de PVV de grootste partij was bij de laatste gemeentelijke verkiezingen, deed de verkiezing van de Marokkaanse prins Abbie weinig stof opwaaien, volgens de leden van Jocus. Toch is dat niet vanzelfsprekend zegt Said Amhil, geboren in het nabijgelegen dorp Tegelen. „Op zaterdagavond zie je veel meer jongeren van Marokkaanse afkomst in het uitgaansleven dan tijdens het carnaval. Carnaval ontgaat de Marokkaanse gemeenschap doorgaans of die heeft er niet zo’n boodschap aan. Die carnavalsverenigingen zijn ook heel erg moeilijk om tussen te komen.” Feestfotograaf Paul Driessen schat in dat maar 50 op de 3000 Vasteloavengangers een allochtone achtergrond heeft.

Fatiyah (29), verkleed als lakleren rode duivel, zegt dat carnaval voor sommige eerstegeneratie-allochtonen nog taboe is. „Het is toch gekoppeld aan zuipen en aan het vasten, een christelijk feest. Daarom kom ik ook hier carnaval vieren en niet in Den Bosch, waar ik vandaan kom. Daar zou ik wel commentaar kunnen krijgen van Marokkaanse jongens op straat. En daarom drink ik ook Fanta, geen bier.” Ze lacht. „Fanta met rum, maar dat zie je niet.”

Toch zijn alle buitenstaanders welkom, volgens Prins Jocus I en zijn gevolg. Als ze zich maar een beetje aanpassen. „Niet te veel drinken, een mooi pekske en gewoon meezingen met de muziek.” Dat blijkt ook uit de ontvangst die middag bij Suus Verberkt (38). De Venlose, heeft een tafel met soep, broodjes, chocola, sangria en vlaaien versierd. De prins en zijn dertig man tellend gevolg mogen gewoon aanschuiven. „Iedereen is welkom”, zegt Verberkt, „het is een zoete inval”. Vandaag rekent ze op 107 man. De boodschappen betaalt ze zelf. „Zo vier ik m’n verjaardag. Het is toch een hele eer dat de prins komt.” Als we naar buiten lopen maakt de garde een erehaag. Suus staat met een bakje wafels bij de deur. Ze zwaait Uwe Hoëchigheid uit.

    • Rolinde Hoorntje