Het recht om vergeten te worden? Vergeet 't maar!

T wee Duitse mannen die in 1990 een acteur in zijn slaapkamer in München met messteken en hamerslagen om het leven brachten, klaagden een paar jaar geleden Wikipedia aan. De moordenaars hadden hun straf uitgezeten en vonden dat ze er nu recht op hadden dat hun namen uit de Wikipedia verwijderd werden. Ze wilden een nieuw leven kunnen beginnen, weer terugkeren in de maatschappij. En dus maakten ze aanspraak op ‘het recht om vergeten te worden’ op internet.

Ongetwijfeld had eurocommissaris Viviane Reding (Justitie) niet deze twee misdadigers in gedachte, toen ze onlangs een uitgewerkt voorstel presenteerde om burgers het recht te geven om op internet vergeten te worden. Reding wil gewone mensen meer controle geven over de almaar groeiende hoeveelheid informatie die er over hen op het web bestaat. Zodat je bijvoorbeeld een wat al te jolige foto die je ooit op Facebook hebt geplaatst weer kan verwijderen. En zodat je inzage kan krijgen in de informatie die bedrijven en instellingen over je verzamelen.

De Oostenrijkse rechtenstudent Max Schrems, sinds 2008 op Facebook, vroeg vorig jaar alle gegevens op die het bedrijf over hem had bijgehouden. Hij kreeg een cd’tje met meer dan 1.200 pagina’s informatie. Zelfs gegevens die hij had gewist, bleek Facebook nog te bewaren.

Ook zoekmachines houden digitale dossiers over ons bij, net als emailproviders, overheden, supermarkten, telefoonbedrijven, creditcardmaatschappijen, en wie weet wat voor geïnteresseerden nog meer. En niet alleen wat we geschreven of gefotografeerd hebben is digitaal vastgelegd, ook wanneer we dat deden, en waar we ons toen bevonden.

In 1942 schreef Jorge Luis Borges een beklemmend verhaal over een man die, sinds hij van een paard gevallen was, niets meer kon vergeten. Deze ‘Funes de allesonthouder’ herinnerde zich niet alleen „ieder blad aan iedere boom in ieder bos, maar alle keren dat hij het had waargenomen, of het zich had voorgesteld”. Het internet is als Funes, met „zijn onverbiddelijke geheugen”. En wij, burgers van de informatiemaatschappij, zitten allemaal in die enorme geheugenbank. Zolang we niet af ten toe op de ‘deleteknop’ kunnen drukken zijn we voorgoed aan ons digitale verleden geketend. Of zoals de kop boven een artikel in The New York Times het eens uitdrukte: The Web Means the End of Forgetting.

Het voorstel van Reding om de vergetelheid op internet te herstellen is sympathiek, maar waarschijnlijk te laat. En omstreden is het ook. Want is het niet een ideaal instrument om de geschiedenis te herschrijven of bij te vijlen? Dat hadden die twee Duitse moordenaars goed begrepen; ze worden nu op de Engelse en Nederlandse Wikipediapagina over hun slachtoffer wél met name genoemd, maar op de Duitse niet.

Volgens de Amerikaanse jurist Jeffrey Rosen is het voorstel van Reding „de ernstigste bedreiging van vrije meningsuiting op internet”. Hij erkent wel dat er een privacyprobleem is nu iedere digitale uiting tot in de eeuwigheid kan voortbestaan. Maar hij maakt zich grote zorgen over de manier waarop de deleteknop gehanteerd gaat worden.

Reding wil voor gegevens van „journalistieke, artistieke of literaire expressie” een uitzondering maken – die zullen niet gewist kunnen worden. Maar moet Facebook straks bepalen of iets een journalistieke of artistieke uiting is, danwel met een gerust hart gewist kan worden? Bedrijven als Facebook hangen in de opzet van Reding grote boetes boven het hoofd als ze het recht om vergeten te worden niet respecteren. En dus, vreest Rosen, zullen ze voor de zekerheid stevig gaan censureren.

Maar het grootste probleem met het recht op vergetelheid is dat het niet afgedwongen kán worden. Er kunnen wel regels komen over welke informatie bewaard mag worden en voor hoe lang, en wanneer iets gewist mag worden. Maar wat doe je met kopieën, die zich verspreid over het internet bevinden? Leuk of niet, die zullen altijd kunnen opduiken.