Gezondheid in het glazen Hof is niet alleen privézaak

Hoe gaan andere landen om met medische informatie over hun president of leden van hun koninklijk huis? Oud-correspondent Marc Chavannes vergelijkt de Nederlandse situatie met de voorlichting in het buitenland.

De Republikein John McCain was in 2008 de oudste politicus die kans maakte om president van de Verenigde Staten te worden. Na aanhoudende vragen over zijn geestelijke en lichamelijke conditie gaf hij 1.173 pagina’s medische gegevens vrij. Hij leek het wereldrecord openheid te breken. Maar toch.

Slechts een geselecteerd groepje journalisten mocht de berg papier inzien en niemand mocht kopieën maken. Ieder kreeg drie uur. Niemand kan 391 bladzijden medische informatie per uur lezen en verwerken. The New York Times, die een arts stuurde, kreeg geen toegang: die krant had een kritisch commentaar gepubliceerd over McCain’s gebrek aan openheid.

De cultuur van openheid verschilt per land. Hoe verhoudt onze strijd tussen openheid en privacy van de Oranjes zich tot andere landen?

Ook in de VS, waar iedere burger het cholesterolgehalte van de president kent, is openheid geen oneindig goed. Presidenten in de loop van de Amerikaanse geschiedenis hebben vaak een geraffineerd spel gespeeld met hun gezondheid en de informatievoorziening daarover. En zijn daarmee weggekomen.

Amerikanen hebben van oudsher minder moeite dan Nederlanders om te praten over inkomen en lichamelijk of geestelijk welzijn. Toen ik in Amerika studeerde, stonden er ’s ochtends vaak meisjes in de wachtrij bij de ontbijtzelfbediening die ongevraagd halve medische bulletins uitgaven, hun slapeloosheid psychisch duidden en het bijpassend dieet aan anderen doorgaven.

Intussen hebben presidenten, en niet de minsten, grootschalig gezwegen of gesjoemeld met hun medische informatie. John F. Kennedy, over wiens lichamelijke fitheid onlangs uit de eerste hand werd getuigd door de destijds betoverde stagiaire Mimi Alford, liet vóór en tijdens zijn presidentschap ontkennen dat hij de ziekte van Addison en enige andere ernstige aandoeningen had. De omgeving van president Reagan bedekte diens oprukkende alzheimer met de mantel der liefde, ook toen hij nog opperbevelhebber was.

In de Amerikaanse politiek is openheid een strijdmiddel, een argument voor je eigen kandidatuur, het gebrek eraan een sterk punt tegen iemands beweerde geschiktheid. De kansloos gebleken Democraat McGovern liet zijn kandidaat-vicepresident Eagleton vrij snel vallen, toen deze had moeten toegeven dat hij verscheidene keren was opgenomen en behandeld voor depressieverschijnselen. Niet zijn geestelijke geschiktheid maar de niet-open omgang met die gegevens gaf de doorslag.

In de Verenigde Staten wordt nooit gerept over het recht van publieke figuren op privacy rond hun gezondheid. Die discretie is bijvoorbeeld rond het Britse koninklijk huis wel lang geaccepteerd. In de film The Queen zien we koningin Elizabeth worstelen met de zeer publieke dood van haar ex-schoondochter Lady Di. Al of niet onder druk van de publiciteitsgevoelige premier Blair lijkt de koningin een stap in een nieuw tijdperk te zetten.

In de koninklijke republiek Frankrijk bestaat geen moreel recht van het publiek op de waarheid omtrent de president en zijn gezin. Leuk nieuws, over presidentiële baby’s, wordt zorgvuldig vastgehouden tot er met optimaal effect kan worden toegegeven dat het waar is. Toen president Sarkozy in 2009 onwel werd bij een potje voetbal in het park van Versailles, werd snel een lawine aan informatie over scans en metingen vrijgegeven.

Van de bij het begin van Sarkozy’s presidentschap beloofde medische openheid-zonder-aanleiding is niet veel gekomen. Ten tijde van zijn voorganger Chirac klaagden artsen dat zij verlengstukken waren van het voorlichtingsapparaat van het Elysée-paleis. Ook hij was in zijn latere jaren allerminst de heldere, gevatte volkspoliticus van weleer. Toen ik hem voorjaar 2000 interviewde, was hij steeds met briefjes in de weer – opvallend voor een in zijn agenda zo onbelangrijke ontmoeting.

Het Oostenrijkse drama van de Oranjes maakt publieke sympathie los. Die houdt zo te zien weinig rekening met het bijna juridische feit dat prins Friso geen lid van het Koninklijk Huis is. Het welzijn van een zoon van de koningin raakt velen. Dat illustreert dat de Oranjes een bijzondere plaats in de harten van velen innemen. Maar ook dat in de 24-uurs media-economie medeleven en belangstelling en nieuwsgierigheid spontaan en weinig te sturen zijn. De behoefte van de Familie aan rust en respect voor de persoonlijke levenssfeer wordt door iedereen begrepen. En van minuut tot minuut besproken.

Nederland is niet consequent in zijn nieuwsbehoeftes. Miljoenen kwetteren en buizen vrijelijk over hun eigen persoonlijke levenssfeer. En die van anderen, ook die van hun koningin en haar familie als het zo uitkomt. Soms schrikken we, als een dronken filmpje in het sollicitatiedossier terugkomt.

Het leven in de mediamonarchie van 2012 is mede afhankelijk van die directe democratische aanhankelijkheid. In voor- en tegenspoed. De knop kan niet op Uit worden gezet wanneer het even niet schikt. Een sobere, maar zeer frequente voorlichting, ook als er weinig te melden valt, beschermt de persoonlijke levenssfeer in het glazen Hof waarschijnlijk het beste.

Marc Chavannes

    • Marc Chavannes