Friday is geen groot zanger

Gavin Friday 19/2 Paradiso Amsterdam.

Verzoeknummers van The Virgin Prunes werden niet gehonoreerd. „Die liggen in een doodskist”, zei Gavin Friday over zijn oude band die mede werd opgericht door U2’s Bono en die van 1977 tot ’86 bestond. Het toeval wil dat Friday zich op zijn laatst verschenen album catholic liet afbeelden als een dode, sereen afgelegd onder de Ierse vlag met een crucifix op zijn borst.

Sinds de Ierse zanger in 1987 solo ging mocht hij Bono, Anton Corbijn en producer Hal Willner tot zijn beschermheiligen rekenen. Gavin Friday (ware naam Fionán Hanvey) liet zich gretig inspireren door Marlene Dietrich, Bertolt Brecht en Jacques Brel. In zijn muziek probeert Friday de sfeer van het Duitse Weimarcabaret uit de jaren twintig te koppelen aan rock en disco; een ongemakkelijke spagaat die hem niet altijd goed af gaat.

Vergeleken bij het uitzinnige gooi- en smijtwerk uit de tijd van The Virgin Prunes is zijn muziekpraktijk er veel rustiger op geworden. Friday bewoog zich zondag over het podium als een acteur, druk gebarend bij zijn teksten en zingend met al het drama dat zijn stem toeliet. Een groot zanger is Friday niet; covers van Next en Amsterdam (Jacques Brel) en Five years (David Bowie) vielen in zijn nadeel uit.

Veel beter klonk hij in de zelfgeschreven glamrocknummers King of trash en I want to live, de enige nummers waarmee hij ooit mocht ruiken aan popsucces. Zijn rigide rockband was misplaatst voor de brechtiaanse sfeer die Each man kills the things he loves had moeten oproepen. Gretig gebruik van de megafoon en ‘lalala’-refreinen die vooral ironisch bedoeld waren, maakten duidelijk dat Friday het ontregelen nog niet verleerd is.

In het zwoele disconummer Angel probeerde hij zelfs de falset van Jimmy Sommerville naar zijn hand te zetten. Dat was tekenend voor zijn goede bedoelingen, die tijdens dit concert te veel verschillende kanten op wezen.