Eigen afweging mag

Het beroepsgeheim van de arts is een zwijgplicht. De dokter moet tegenover derden zijn mond houden over alles wat hij van de patiënt weet. Over wat hij van de patiënt zelf gehoord heeft, over wat hij bij onderzoek te weten komt, over de behandeling die hij instelt. Ook informatie die hij van andere artsen over een patiënt krijgt – bijvoorbeeld tijdens collegiaal overleg, waarover deze krant berichtte uit Innsbruck – mag hij niet doorgeven. Dat staat in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst en in de Wet op de individuele beroepen in de gezondheidszorg (BIG). In de BIG staat dat alles onder het beroepsgeheim valt waarvan de arts het vertrouwelijke karakter moet begrijpen.

Het beroepsgeheim kent ook een verschoningsrecht. Als justitie gegevens wil, kan de arts zwijgen. De arts kan spreken met toestemming van de patiënt. Hij moet spreken bij ‘wettelijke plicht’ (na een moordzaak bijvoorbeeld). En hij kan spreken na een eigen afweging van plichten. Het kan zijn dat anderen het niet met die afweging eens zijn.

Vervolging in Nederland is alleen mogelijk na aangifte door de patiënt en als justitie dat opportuun acht. Daarnaast kan het medisch tuchtcollege een arts veroordelen. Artsen van 65 jaar of ouder kunnen worden vervolgd zolang ze als arts in het BIG-register staan. Neuroloog Kees Tulleken, die in Innsbruck uit de school klapte, is daarin geregistreerd.

De Rotterdamse medisch ethicus Erwin Kompanje waarschuwt jonge artsen altijd geen medische gegevens met derden te delen. „De meeste artsen hebben een goed moreel besef, maar ja, met een biertje op worden mensen soms loslippig.” Als een medicus het beroepsgeheim schendt, wordt de héle beroepsgroep er op aangekeken. „Dat steekt.”