Een Lets 'njet' tegen Russisch

Veel Letse Russen spreken nauwelijks Lets. Het referendum over Russisch als officiële taal zet het land op scherp.

Redacteur Oost-Europa

Rotterdam. Een referendum om van het Russisch de tweede officiële taal te maken heeft de twee belangrijkste bevolkingsgroepen van Letland, etnische Letten (59 procent) en etnische Russen (28 procent), lijnrecht tegenover elkaar geplaatst. Etnische Letten zien in het Russisch een bedreiging voor het voortbestaan van de Letse natie, een poging om de jonge staat opnieuw te ‘russificeren’.

Volgens de etnische Russen wordt het juist hoog tijd dat de Russische minderheid eens de rechten krijgt die haar toekomt. Ze worden, zeggen ze, al jaren achtergesteld en gediscrimineerd. Omdat velen van hen slecht of geen Lets spreken, kunnen ze vaak niet eens een belastingformulier invullen. Dit referendum moest aan dat soort misstanden een eind maken, zeggen zij.

Het referendum vond zaterdag plaats. Vooraf was het al zeker dat er een ‘nee’ uit zou komen en dat gebeurde – zo’n driekwart van de Letten stemde tegen – maar de schade is toch aangericht. Het referendum heeft het Baltische staatje (2,2 miljoen inwoners) onder hoogspanning gezet en heeft oude scheidslijnen doen herleven.

En dat terwijl Letland al genoeg aan zijn hoofd heeft, op economisch gebied. Eens was Letland een economische ‘tijger’ van Europa. Maar het land bevindt zich nu in zo’n zware crisis dat het aan het infuus van het IMF ligt om in leven te blijven.

Mede onder druk van de Europese Unie was er sinds Letlands toetreding, in 2004, juist sprake van een (lichte) ontspanning tussen de twee groepen. De laatste zes maanden ging het echter weer helemaal mis. En dat is grotendeels de schuld van de nieuwe, rechtse regering.

Herfst vorig jaar werd de partij Saskanas Centrs (Harmonie Centrum), een partij die vooral kiezers trekt onder de Russische minderheid, met 28 procent de grootste bij de verkiezingen. De partij van premier Dombrovskis, die veel minder stemmen had behaald, hield Harmonie Centrum echter buiten de deur door een ingewikkelde coalitie te vormen met andere partijen. Dombrovskis haalde zelfs de radicale anti-Russische partij Nationale Alliantie in huis, die zich afficheert als de partij „voor het Vaderland”.

Die nieuwe regering kwam, mede onder druk van de Nationale Alliantie, met controversiële maatregelen. Zo werden de bevoegdheden van de ‘taalinspecteurs’ uitgebreid, speciale ambtenaren die al langer belast zijn met het ‘promoten’ van de Letse taal. Zij kunnen nu boetes opleggen aan winkels waar personeel geen Lets spreekt en burgers hierover klagen. De initiatiefnemers van het referendum spreken van ‘taalinquisitie’.

Tot op het hoogste niveau is de polarisatie inmiddels doorgedrongen. President Andris Berszins deed er aanvankelijk het zwijgen toe, maar nu riep hij etnische Letten nadrukkelijk op om tegen te stemmen en „de Letse taal te beschermen”.

Het enige positieve is dat de ruzie tot nu toe nog niet heeft geleid tot spanningen tussen Riga en Moskou. In het verleden heeft de Lets-Russische kwestie geregeld geleid tot ruzie met de grote buurman en voormalige overheerser, die zich graag als beschermheer voor Russische minderheden in alle voormalige Sovjetrepublieken opwerpt.