De angst is de baas niet meer

Hella de Jonge beschrijft in haar tweede, autobiografische roman Spring hoe ze leerde om elk moment van geluk te benutten.

Aan de rand van het IJsselmeer wijst Hella de Jonge (62) de route aan die ze in 1995 met twee vriendinnen schaatste. Een eilandje in de verte was hun einddoel, maar door dichte mist raakten ze de weg kwijt. Een doodenge ervaring. Uiteindelijk bereikten ze de tegenovergelegen oever en werden ze door een automobilist naar huis gebracht.

Angstige avonturen op het ijs zijn een rode draad in Spring, de autobiografische roman van De Jonge die woensdag verschijnt. Een schaatstocht met haar zusje over afbrokkelende schotsen op een rivier, in haar jeugd. Ze haalden net de kant. De verlatingsangst die haar overviel tijdens een tocht met haar man Freek, die stug door schaatste terwijl zij van paniek haar benen niet meer kon bewegen. De boze droom waarin een jongetje – ongetwijfeld een herinnering aan haar overleden zoontje – het ijs op gaat en in het koude water verdwijnt.

Spring, haar tweede roman, is een bomvol boek, onderverdeeld in zes thematische hoofdstukken, over verlatingsangst, de vraag of liefde bestaat, de duurzaamheid van vriendschap, haar lichamelijke pijn, een familiegeheim en haar kleindochter, die een zeldzame hartafwijking heeft.

„Met dit tweede boek wil ik aan mijn lezers laten zien dat je je angsten kunt overwinnen”, zegt Hella de Jonge. „De vrouw aan het begin van het boek heeft ernstige verlatingsangst. Ik wilde laten zien dat je zo’n angst niet je leven hoeft te laten bepalen. Je kunt er overheen stappen. Ik heb mijn angsten overwonnen. Ik kan nu meer genieten. Ik heb geleerd dat elk moment van geluk telt.”

Dat inzicht heeft ze voor een groot deel verworven door haar kleindochter Maggie, zegt ze. Maggie heeft een ernstige hartafwijking. De keren dat ze op de operatietafel lag, zijn zo langzamerhand niet meer te tellen en hoe het verder zal gaan is ongewis.

U heeft een hoofdstuk aan haar gewijd, dat ‘De kracht van het ijs’ heet. Wat bedoelt u daarmee?

„Onze zoon Jork is als baby gestorven, waarschijnlijk ook aan een hartafwijking. Dat was in een tijd dat de medische wetenschap nog veel minder ver was. Maggie leeft doordat ze bij een van de eerste operaties op een bedje met ijs gelegd is. Haar hersentjes raakten niet beschadigd doordat ze op ondertemperatuur gehouden werden. Dat is de kracht van het ijs.”

De Jonge is een dochter van joodse ouders met een oorlogstrauma. Haar vader is Eli Asser, tekstschrijver van tv-comedyseries als ‘t Schaep met de 5 pooten. Ze hunkerde naar de liefde van haar ouders, maar voelde zich door hen afgewezen. Ze ontwikkelde als tiener een eetstoornis, waardoor ze in het ziekenhuis belandde. Een aantal dagboekfragmenten uit die tijd staan afgedrukt in haar boek.

Ze studeerde aan de Rietveld Academie, werkte als danseres, edelsmid en beeldhouwer. Maar haar carrière schoof naar de achtergrond door haar huwelijk met cabaretier Freek de Jonge. Ze maakt nog altijd zijn kostuums en decors en bedient voor zijn shows het licht.

Uw man treedt nog steeds veel op. U gaat dan mee. Wanneer schreef u dit boek?

„Bij de voorstellingen van Freek zat ik in de kleedkamer met mijn laptop. Telkens piepte ik er even tussenuit om verder te werken. Ik heb ook veel in ons huis in Frankrijk geschreven. Ik heb er een jaar stevig aan gewerkt. Het voelde als een opdracht van boven, dus het moest af. Ik ben van oorsprong beeldhouwer en ook nu zag ik beelden. Die werden ’s nachts min of meer aan mij geopenbaard.”

U koos nooit de makkelijke weg. U trouwde als joods meisje met een niet-joodse man, de zoon van een dominee zelfs. Wat betekende dat voor u?

„Ik koos welbewust voor een niet-joodse man. Joods zijn was bedreigend. Joods zijn was opgepakt worden. Ik heb mijn kinderen ook bewust niet-joods opgevoed. Freek en ik kregen weinig steun voor ons huwelijk. Het is een wonder dat wij het met elkaar hebben gered. Mijn schoonmoeder had twee broers die fout waren in de oorlog. Dat was lange tijd een geheim. Zij praatte altijd over hen als ‘goeie jongens’. Freek heeft pas een paar jaar geleden ontdekt hoe het zat met zijn ooms. Zijn laatste voorstelling gaat erover. Ik schrijf er in dit boek ook over. Als ik er niet was geweest, zou dat in die familie allang een vergeten zaak zijn. De houding van mijn schoonmoeder heeft mij veel pijn gedaan. Maar Freek houdt van haar en dat moet ik hem gunnen. Omwille van hem wil ik voor haar zorgen. Maar mijn liefde voor haar bestaat niet meer.”

Het boek begint in de derde persoon, met een ‘zij’ als hoofdpersoon, maar gaat later over op de eerste persoon, een ‘ik’. Waarom?

„Dat ‘zij’ creëerde afstand. Maar na een tijdje dacht ik: waar ben ik bang voor? Dit verhaal moet verteld worden. Toen ben ik overgegaan op de ik-persoon.”

U geeft veel bloot in uw boek. Over uw relatie met uw man, de onberekenbaarheid van uw vader, de kille relatie met uw schoonmoeder, uw kwetsbare kleinkind. Wat vonden zij daarvan?

„Freek mocht mijn boek niet lezen voor ik het af had. Ik wilde zonder schroom kunnen schrijven, ook over onze relatie en over zijn familie. Mijn schoonmoeder heb ik niet eens verteld dat ik een boek heb geschreven. Daarvoor is ze te oud, het zal haar ontgaan. Mijn vader heb ik het onlangs verteld, toen ik het had voltooid. Aan mijn dochter heb ik wel toestemming gevraagd om over Maggie te mogen schrijven. Ik weet niet of ze het zal kunnen lezen, misschien is het te pijnlijk. Maar ik hoop dat ik met mijn verhaal andere ouders die zoiets meemaken troost kan bieden.”

U schreef eerder een boek over uw jeugd en het verlies van uw kind. Is dit een vervolg?

„In zekere zin wel, maar ook weer niet helemaal. In Los van de wereld leg ik aan mijn moeder, met haar oorlogstrauma, uit dat je met de doden, in mijn geval onze zoon Jork, kunt leven. Ook in dit tweede boek komt de oorlog terug, maar op een andere manier. Mijn oudtante Ro, die ook in het eerste boek voorkomt, had een geheim, dat ze bewaarde in een doos. Dat geheim ontdekte ik tijdens het schrijven van dit boek.

„Maar het is beslist geen oorlogsboek. Ik wil aan mijn lezers laten zien dat je meer kan dan je denkt. Ik speel al mijn hele leven viool. Daar ben ik vaak mee getreiterd. Als meisje, maar ook toen ik later naast Freek op het podium stond en viool speelde. Na mijn vorige boek ben ik toch weer gaan optreden, samen met topvioliste Emmy Verhey. Dat was een enorme overwinning.”

Claudia Kammer

Spring verschijnt op 22 februari bij uitgeverij De Bezige Bij. In april en mei geven Hella en Freek de Jonge voorleesvoorstellingen met dit boek. Nadere informatie volgt op www.freekdejonge.nl

    • Claudia Kammer