Broers Taviani bekroond met Gouden Beer op de Berlinale

Wie op een internationaal filmfestival een prijs wint, doet natuurlijk meestal blij, maar sommigen ogen oprecht blijer dan anderen. De 14-jarige Rachel Mwanza bijvoorbeeld, door de Canadese regisseur Kim Nguyen in de Congolese hoofdstad Kinshasa van de straat geplukt om de hoofdrol te spelen in Rebelle, een film over kindsoldaten, zag zich vrijdag aan het eind van de Berlinale de Zilveren Beer voor beste actrice toegekend en is nu vastbesloten de rest van haar leven actrice te blijven.

Ook de Italiaanse gebroeders Paolo en Vittorio Taviani, tot veler verrassing winnaars van de Gouden Beer voor hun Cesare deve morire, kregen naarmate de avond vorderde steeds meer plezier in hun succes. Op het podium leken ze nog enigszins overdonderd, maar op de persconferentie een uurtje later wisten ze al allerlei verborgen betekenissen te geven aan hun film, waarin langgestraften in een gevangenis Julius Caesar van Shakespeare repeteren en opvoeren. Hun film, zo lieten ze doorschemeren, kan geïnterpreteerd worden als een waarschuwing om ons in tijden van economische crisis niet democratische verworvenheden te laten ontnemen.

Toch was het applaus kort en beleefd gebleven, toen jury-voorzitter Mike Leigh in het Berlinale Palast de Gouden Beer voor de semi-documentaire van de Taviani’s bekendmaakte. Het leek vooral een eerbetoon aan de broers, die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw hun grote triomfen beleefden.

De favoriet van het Duitse publiek en de Duitse filmpers, Barbara van Christian Petzold, over een vrouw die uit de DDR wil emigreren maar op de valreep voor de liefde kiest en blijft, bracht het niet verder dan de Zilveren Beer voor beste regie. Pleister op de nationale wonde was de Zilveren beer voor de Duitse cameraman Lutz Reitemeier in de Chinese film Bai Lu Yuan (White deer plain).

Maar ook als niet-Duitser had je je makkelijk een meer avontuurlijke keuze voor beste film kunnen voorstellen – de selectie voor het competitie-programma leek daar ook op afgestemd. Onomstreden was de Zilveren Beer voor Czak a szél (Just the wind) van de Hongaar Bence Fliegauf – een portret van een zigeunerfamilie in een context van racisme.

Slechts één film was de jury meer dan één Beer waard. En Kongelig Affære (A Royal Affair) van de Deen Nikolaj Arcel ontving welverdiend zilver voor zowel scenario als mannelijke hoofdrol. Dit zowel intelligente als toegankelijke drama over een mislukte poging om in het Denemarken van de achttiende eeuw de principes van de Verlichting ingang te doen vinden, was een van de weinige films uit het competitie-programma waarbij je je een succes in de bioscoop kunt voorstellen.

Nederlandse films deden er niet mee aan de hoofdcompetitie, maar deelden wel in de vele kleinere prijzen. Kauwboy van Boudewijn Koole werd uitgeroepen tot beste jeugdfilm en kreeg de prijs voor beste debuutfilm van de GWFF, de Duitse tegenhanger van Buma/Stemra. Hemel van Sacha Cohen kreeg de prijs van de internationale filmkritiek, de Fipresci.

    • Raymond van den Boogaard