Bijrol in de Federer-show

Tennisser Juan Martin Del Potro verloor de finale in Ahoy van Roger Federer. De Argentijn is op de weg terug na veel blessureleed.

Sportredacteur

Rotterdam. Juan Martin Del Potro toonde zich afgelopen maandag, voorafgaand aan het ABN Amro-tennistoernooi in Rotterdam, behoorlijk overtuigd van zijn mogelijkheden. Als hij in optima forma is kan hij zich wel meten met de huidige nummer één van de wereld Novak Djokovic, dacht hij. En waarom ook niet? Met de Serviër heeft hij gemeenschappelijk dat zij allebei zowel Rafael Nadal als Roger Federer op één grand slam versloegen. Dan kan je wel iets.

Del Potro heeft zeker de potentie om zich tussen de topvier in het mondiale tennis te nestelen, zei Roger Federer gistermiddag. „Hij hoeft zich niet meer te bewijzen.” Het waren sympathieke woorden van de Zwitser, die even daarvoor de Argentijn in de finale van het Rotterdamse toernooi met gevarieerde slagen en magnifieke stopvolleys van de baan had geveegd (6-1 en 6-4).

Met zijn lengte (1,98 meter), zijn kracht en zijn harde vlakke monsterslagen heeft ‘Delpo’ in theorie de juiste wapens om mee te komen met de grote vier: Federer, Djokovic, Nadal en Andy Murray. Hij was dan ook voorbestemd om zich tegen die mannen aan te bemoeien toen hij in 2009 op twintigjarige leeftijd de US Open won.

Maar terwijl ‘de vier’ zich los begonnen te weken van de rest van het spelersveld zat Del Potro in Argentinië geblesseerd voor de televisie. De opgelopen achterstand is groot. Alleen een geblesseerde Djokovic wist hij vorig jaar in een Davis Cup-ontmoeting nog eens te verslaan. „Ik zal nog harder moeten werken om bij de jongens aan de top te komen”, erkende de Argentijn gisteren na de verloren finale in Rotterdam.

Federer had gisteren zeker in de eerste set weinig te duchten van de Zuid-Amerikaanse hardhitter. Toch voorspelde hij voor Del Potro een „plaats vijf of zes” op de wereldranglijst aan het eind van dit jaar. De huidige nummer tien „komt nog van te ver om dit jaar al mee te doen met de topvier”, zei Federer. „Dat zag je op de Australian Open ook, waar wij vieren een uitstekend begin van het jaar hadden en hij in de kwartfinales tekort kwam.”

Del Potro verloor daar afgetekend van Federer en gisteren in sportpaleis Ahoy was dat niet anders. Hij had in de tweede set wel kansen, maar hij benutte geen van de zeven breakpoints die hij kreeg. „Minder vertrouwen en concentratie dan zijn tegenstander”, zei Del Potro na afloop. „En ja, hij is wel Roger Federer.”

Zijn woeste forehand miste gisteren te vaak precisie. De keren dat Federer hem naar het net lokte werd hij met akelig secure passeerslagen bijna voortdurend voor schut gezet. Het kleine schaaltje, de prijs voor de nummer twee van het toernooi, leek in de reuzenhanden van de boomlange Argentijn niet meer dan een prul. Het bleef bij een bijrol in de Federer-show die de afgelopen week Rotterdam aandeed.

Dat de zestienvoudig grandslamwinnaar na een afwezigheid van zeven jaar zijn tweede titel in Rotterdam zou winnen was na zaterdag ineens niet meer zo vanzelfsprekend. Tegen de Rus Nikolai Davidenko wankelde Federer in de halve finales, terwijl Del Potro met gemak de als tweede geplaatste Tsjech Tomas Berdych opzij zette. En de Argentijn had in zijn enige finale tegen het Zwitserse tennisgenie ook al eens gestunt, in die legendarische eindstrijd op de US Open.

Toen, tweeënhalf jaar geleden, leek Del Potro klaar voor de absolute tennistop. Hij maakte na vijf jaar een einde aan de ongeslagen status van Federer op de US Open. In de finale van het Amerikaanse grandslamtoernooi viel Federer zelfs uit zijn rol van ideale schoonzoon, na een late ‘challenge’ van Del Potro. De Zwitser begon een ongekende tirade tegen de umpire en ging uiteindelijk in vijf sets onderuit tegen Del Potro, toen de coming man in het tennis. Maar er volgde tegenslag.

De lange rug van de Argentijn had hem aan het begin van zijn profcarrière al eens parten gespeeld en in 2010 hield een polsblessure hem het hele jaar aan de kant. Vanaf de vierde plaats op de wereldranglijst daalde hij honderden plaatsen. „Het was verschrikkelijk om tennis te moeten zien op televisie. En de onzekerheid of ik wel weer terug zou kunnen keren. Zeer deprimerend.”

Niet voor niets hoopt Del Potro vooral op een „healthy” 2012. Want om ‘de vijfde’ te kunnen worden heeft hij nog een lange weg te gaan.