Anil en zijn identiteit

Er is eenlink te leggen tussen identiteit en miskenning. Ik moest daar aan denken bij de dood van Anil Ramdas. Ramdas was een van de eerste auteurs uit allochtone hoek die in Nederland populariteit genoot. Een soort van Nederlandse Salman Rushdie. Ik herinner me een column van hem die ook leek op een column van Rushdie. Ramdas schreef dat hij een broodje at met religieus verboden vlees en merkte dat er geen bliksemschicht als straf uit de hemel kwam. Precies zoiets had Rushdie beschreven in Imaginary Homelands, over zijn eerste sandwich met het islamitisch onreine varkensvlees. In Rushdies geval was die daad bedoeld om zijn moslimidentiteit uit te testen en te transcenderen. Het uitblijven van de bliksemschicht leidde ertoe dat Rushdie seculier werd. Daardoor oversteeg hij zijn moslimidentiteit en kon hij zich breder ontwikkelen. Niet zijn identiteit was belangrijk in zijn werk, maar de kwaliteit ervan. Natuurlijk is zijn werk geïnspireerd door zijn achtergrond. Maar achtergrond hoort daar waar het woord het zelf plaatst: niet op de voorgrond. Niet te koop lopen dus met je identiteit, maar woekeren met je talenten, zoals de oude wijsheid luidt.

Dat heeft Ramdas natuurlijk ook gewild en gedaan: woekeren met zijn talenten. Toch bleef hij veroordeeld tot het soort werk dat zijn identiteit ondersteunde: hij schreef over het multiculturalisme – want als Surinaamse migrant weet je van alle thema’s daar toch het meest over. Hij vertrok als correspondent naar India want als hindoestaanse Surinamer ben je daar het meest thuis, vanwege je roots. En hij leidde een discussieprogramma voor Mtnl, een zender met multiculturele programma’s – ook een logische stap gezien zijn achtergrond en ‘dus’ kennis.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze omarming van het multiculturalisme de reden is geweest van Ramdas’ gedesillusioneerdheid. Hij voelde zich vast veroordeeld tot het multiculturalisme, niet in de laatste plaats door eigen toedoen. Hij voelde zich op dit terrein zeker erkend, en werd gezien als expert, maar hij twijfelde vast of die erkenning en de toedichting van expertise er was om inhoudelijke redenen of meer omdat hij exotisch was.

In ieder geval zie ik het laatste terug bij veel allochtonen. Nederlanders zien hen veel te snel als experts op het gebied van het multiculturalisme – niet vooreerst vanwege hun (bewezen) kwaliteit, eerder vanwege hun exotisch tintje. Is dat slecht? Ja. Het doet de samenleving genoegen nemen met en iemand beoordelen op grond van de exotische buitenkant en niet om wat iemand daadwerkelijk kan. Zo voelt een allochtoon zich snel bijzonder, boven de massa verheven. Maar uiteindelijk weet hij zich toch niet echt voor vol aangezien. Met alle gevolgen van dien.

    • Naema Tahir