Weej zette alles op de kop, maar blieve op de bein

Abbie Chalgou, leraar economie en wiskunde, is de eerste Marokkaanse prins carnaval in Venlo. Hij maakt zich op voor een ‘joeksig’ weekend. „Had ik nu maar een sigaret, denk ik. Grapjas! Je rookt niet eens.”

Nederland, Venlo, 16-2-2012 Serie over Prins Carnaval, Abbie Chalgoum, van VG de Vaegers, Vastelaovond Gezelschap de Vegers. Prins Abbie is de eerste carnavalsprins van Marokkaanse afkomst. Deze avond gaat hij met zijn kabinet, (adjudanten , vorst en page) naar het Valuas college waar een carnavalsdisco gehouden wordt. Foto: Flip Franssen

Vrijdag 10 februari

07.20, de wekker gaat af. Snel uit bed en onder de douche. Als ik er onderuit stap, heeft mijn wederhelft broodjes voor mij gesmeerd. Ik kleed mij aan en stap op de fiets naar mijn werk. „Goedemorgen Hoogheid”, wordt er naar mij geschreeuwd. Verbaasd draai ik me om en zie ik een meneer achter mij aan rennen. Ik stop en de man steekt zijn hand uit om mij te feliciteren. „Wat ben ik trots dat u Prins bent geworden van Venlo.” Ik dank de meneer voor zijn mooie woorden en fiets verder.

Het is 08.25 uur, de zoemer gaat. Ik open mijn lokaal. De economieles aan 4GT5 (vmbo-t) begint zo. Ik neem plaats aan mijn lessenaar en de leerlingen druppelen binnen. „Hoëgheid, wie geit ut met och?” (hoogheid, hoe gaat het met u?) is het startschot voor een lange maar ‘joeksige’ dag.

Na het avondeten begint mijn bijna dagelijkse ritueel, het klaarstomen voor de carnavalsreceptie. Dit keer gaan we langs bij ’t Tremke. Het belooft weer een gezellige avond te worden. Handjes schudden, feliciteren, mooie woorden gebruiken, dansen en samen een pilsje drinken.

Zaterdag

Een mooi programma voor de boeg. We gaan met alle prinsen uit Venlo op de foto en aansluitend we naar de zitting van het Rode Kruis. Alle prinsen uit de buurt hebben zich verzameld en dat ziet er indrukwekkend uit. De prinsen nemen hun zit-/staanplaats in en het is nu nog wachten op één prins... prins Jeroen 1 van Jocus. Als prins Jocus eindelijk verschijnt, zingen alle andere prinsen: „Te laat, te laat, te laat!”

Na de foto lopen wij van De Vaegers naar de Maaspoort waar de zitting begint van het Rode Kruis. We worden vriendelijk verwelkomd en ook hier spreken mensen mij aan. Een groepje hulpbehoevenden komt naar mij toe en vraagt gelijk naar een medaille. Niet wetende hoe ik hier op moest reageren, zeg ik: „Medailles? Die heb ik nu niet bij me, maar als jullie naar mijn receptie komen, dan krijgen jullie er een.” Ze glimlachen en vormen de polonaise waar ik me bij aansluit.

De rest van de dag heb ik genoten van de sfeer in de Maaspoort. Het is fantastisch om te zien hoe de ‘hulpbehoevenden’ genieten van onze aanwezigheid. We kletsen en dansen met ze en we krijgen een welgemeende glimlach terug. Mijn dag kan niet meer stuk.

Zondag

Eindelijk is het zover, mijn eigen receptie gaat beginnen. Om 09.00 lig ik al anderhalf uur wakker in bed, denkend aan mijn receptie. „Komen er wel genoeg mensen? Zullen mensen het leuk gaan vinden? Moet ik nog iets doen?”

Ik sta op en loop richting de woonkamer. Mijn vriendin Sanne vraagt of alles goed gaat. Ik glimlach, waarop Sanne reageert: „Het komt goed, honey. Probeer te genieten.”

Om 10.30 uur komen mijn adjudanten 1 en 2, Barry en Marinho binnen. „Hoëgheid, wie geit ut met och”, zeggen ze bijna allebei tegelijk. Weer begin ik te glimlachen. „Het gaat goed. Hebben jullie er zin in?” vraag ik. Ze praten allebei door elkaar. „Jazeker! Heb niet geslapen! Heb je bier in huis? Ze halen ons eerst op met de Joeks-mobiel en dan gaan we knallen!”

System overload... ik blijf glimlachen. Geef ze wat te drinken en loop naar het balkon. Joeks-mobiel. Dat was ik helemaal vergeten. Stijf van de zenuwen besluit ik om alles over me heen te laten komen. „Had ik nu maar een sigaret”, denk ik. „Grapjas! Je rookt niet eens.”

Niet veel later horen we buiten carnavalsmuziek. De Joeks-mobiel met de hele raad, vrouwen, kinderen en een hele fanfare staan buiten te zingen en te springen. Mijn adjudanten en ik springen en zingen mee. „Sjingele sjingle sjingle boem!” We stappen in de Joeks-mobiel en rijden naar onze receptie. We worden met open armen ontvangen.

Daar sta je dan. Kijkend op een podium naar het publiek dat teruglacht. Eén vraag popt naar boven: „Wat komen al die mensen doen?” De zaal loopt voller en voller. Mooie woorden, felicitaties van familie en vrienden, buurtgenoten, docenten en bestuursleden passeren en elke keer weer cadeaus. Ik kijk mijn adjudanten aan en schreeuw: „Weej zette alles op de kop, maar blieve op de bein en viere vastelaovend in de stad van idderein!”

Maandag

Geen wekker en geen verplichtingen. Ik kan de hele dag nagenieten van mijn receptie.

Dinsdag

Ik stap op de fiets en word, door het raam, begroet door mijn buurman. „Hoe was je receptie?” Ik zwaai. Zeg: „Super en nu weer hard werken.”

Na mijn uitleg over conjuncturele werkloosheid steekt een leerling haar vinger op. „Meneer? Ik heb er helemaal niets van begrepen.” Mijn verbazing is groot, want van haar had ik het juist niet verwacht. Ze doet altijd mee in de les, heeft haar huiswerk altijd af en scoort gemiddeld een 8 voor economie. „Snapte je alles niet of een gedeelte?” „Alles!” zegt ze. „Oké, je weet dat me kunt onderbreken als je vragen hebt. Waarom heb je dat niet gedaan?” „Sorry Hoogheid, maar nu u prins bent van Venlo durf ik u niet te onderbreken.” Waarop de hele klas begint te lachen. Ik lach mee en zo eindigt mijn werkdag.

Woensdag

Open Huis op het Valuascollege. Achtstegroepers en hun ouders bezoeken onze school. De afgelopen jaren heb ik tijdens het open huis presentaties gegeven. Maar dit jaar is dat anders. Samen met de directeur en conrectoren, mag ik de ouders en hun kinderen verwelkomen. Ben ik promotie aan het maken? Zie ik dat ook straks aan mijn salaris? Ja, een bekend gezicht hebben heeft zijn voordelen, ook voor het Valuascollege.

Donderdag 16 februari

Vanavond, na een dagje lesgeven, met de Vaegers naar het carnavalsbal van het Valuascollege. We hebben afgesproken bij de Venlonazaal. Eenmaal in vol ornaat lopen we met z’n allen naar het Valuascollege. Ik word meteen herkend door leerlingen. „Meneer Chalgoum!” Ik groet en ga naar binnen. We zijn amper binnen als een groep leerlingen met me op de foto wil. We lopen de zaal binnen en iedereen begint te gillen en te klappen. „Abbie, Abbie, Abbie.” Het belooft een gezellige avond te worden.

Vrijdag 17 februari:

Vandaag wordt het een leuke maar lange dag. We gaan basisscholen bezoeken, weer naar het Valuascollege, naar de Belastingdienst (Leuker kunnen we het maken) en in de avond naar de Kwast om daar een receptie bij te wonen.