Verlaten en in de steek gelaten door Parijs

Inwoners van het Franse Aubenas, in de Ardèche, kunnen betalen met een nieuwe munt die de lokale economie moet beschermen tegen de euro. Want van de nieuwe president verwachten ze weinig. „Sarkozy bediende alleen de rijken.”

Het is een vechtjas, dat kan hij nog wel in hem appreciëren. Maar deze president heeft vijf jaar lang alleen de rijken gediend. Voor arme, hardwerkende sloebers als de inwoners van de Ardèche heeft Nicolas Sarkozy niets betekend, vindt kroegbaas Jo Martinez. Hij is uitbater van Couleur Café in Aubenas. Hij is uitgesproken anti-Sarkozy maar heeft de geplande vergadering van het plaatselijke actiecomité tegen het boren naar leisteengas met een half uur uitgesteld omdat de president deze woensdagavond zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen aankondigt.

Dat doet Nicolas Sarkozy live op het achtuurjournaal van TF1. Dat willen Martinez en zijn vijf medestanders in het fleurige Couleur Café toch even meepikken. Ze bekijken het bevreesd. Sarkozy ligt ver achter in de peilingen, maar Martinez is er niet gerust op. Hijzelf stemt de eerste ronde op 22 april „zo links mogelijk”, en in de tweede ronde op 6 mei pragmatisch voor de socialist François Hollande, al was het om rechts eindelijk te zien verliezen. Maar van de overwinning van de socialist is hij nog niet zeker. „Sarkozy is een sterke campaigner. En Frankrijk blijft een rechts land”, zegt Martinez, terwijl een klant afrekent met bogues, de nieuwe lokale munt.

Na de tv-mededeling van Sarkozy terug naar de orde van de dag. Aubenas, 10.000 inwoners in de zuidelijke Ardèche, moet warm gemaakt worden voor nieuwe acties tegen de geplande boringen naar ‘gaz de shiste’, leisteengas. Er is weliswaar een wet aangenomen die het boren verbiedt, maar de mannen van het actiecomité vrezen dat dat een zoethoudertje is. Dat de proefboringen na de presidentsverkiezingen en de parlementsverkiezingen in juni toch beginnen. Die kunnen een verwoestend effect hebben op de natuur, en daarmee op het toerisme en de landbouw, de enige twee economische activiteiten die nog overeind zijn gebleven in deze regio met de laagste inkomens van Frankrijk.

Kakofonie

Aubenas is een prachtig middeleeuws stadje met een kasteel en nauwe steegjes, gelegen op een citadel, wakend over de rivier Ardèche die door het dal stroomt. In de zomer wemelt het hier van de toeristen, stromen de campings langs de rivier vol, is het hopen op een vrij plekje op een terras in een kakofonie van Nederlands, Duits en te laat afgestoft middelbareschoolfrans. Maar in de winter is het hier deprimerend stil en leeg. Dan wordt la France profonde ook even la tristesse profonde.

Op Valentijnsavond zijn veel restaurants dicht, en waar stelletjes worden gelokt met een Valentijnsmenu (30 euro voor 4 gangen, inclusief champagne) blijven de tafels leeg. „Ik heb gelukkig niet veel ingekocht”, zegt de baas van Au Coin Gourmand, als hij in de vrieskou een sigaretje staat te roken. „Februari is altijd de moeilijkste maand. Maar met deze kou verlaat niemand in Aubenas zijn huis. Dit kost me alleen maar geld.”

Van de drie tweesterrenhotels in het kleine centrum is er ééntje open. Slechts twee van de 54 kamers herbergen een gast. „Rond Pasen komen er wat sportievelingen met kano en zonder koudwatervrees. Maar echt druk is het alleen in juli en augustus en een beetje in september. Veel mensen hier moeten in een paar maanden de kost voor een heel jaar zien te verdienen”, vertelt de hotelbaas. „De grote campings redden het nog wel. Maar kleinere campings, restaurants of een familiehotel als het onze?”

Vroeger stonden langs de Ardèche veel kleine familiebedrijfjes die deden in textiel. Er werd draad gemaakt voor de confectie-industrie. Maar de bedrijven zijn verdwenen, weggeconcurreerd door goedkopere Chinezen. Met hen verdween ook de lokale luchthaven en werden de treinen opgedoekt en vervangen door onregelmatiger rijdende bussen. De streek raakt meer en meer geïsoleerd. „De mensen voelen zich verlaten, in de steek gelaten”, zegt kroeguitbater Martinez, de joviale zoon van Spaanse immigranten.

Hij hoort de gelatenheid iedere dag in zijn Couleur Café. Nu de presidentscampagne in een stroomversnelling is gekomen, gaat het vaker over de ‘grote politiek’. Maar noch Sarkozy, noch Hollande, noch Le Pen boezemt hier vertrouwen in. De president probeert de Fransen te overtuigen dat hij de enige is die hen uit de crisis kan leiden, de socialist Hollande wil extra investeren en voor Le Pen zijn de buitenlanders en de euro de oorsprong van alle kwaad. Over geen van hen hoort Martinez een goed woord in zijn kroeg, fluistert hij, terwijl een mooi opgemaakte dame achter haar grand crème fulmineert over „die dwazen uit Parijs”.

Martinez heeft beslist om het er niet bij te laten zitten. Hij heeft een verzetstraditie hoog te houden. Achter zijn bar hangt een zwartwit-foto van 1 mei 1936, toen de aanhangers van de Communistische Partij massaal door de straten van Aubenas marcheerden, vierend dat het betaald verlof eindelijk was goedgekeurd. Die dieprode traditie is niet helemaal uit de streek verdwenen. De enige affiches die je hier ziet zijn die van Jean-Luc Mélenchon van het Front de Gauche, de Franse Emile Roemer. Martinez: „We hebben hier veel lage middenklasse. Die mensen zijn bang om te verarmen. Ik zag vorige week op tv reportages van mensen die in hun auto slapen, omdat ze onvoldoende verdienen om nog de huur te kunnen betalen. In Frankrijk! Ik begrijp dat ze boos zijn en Mélenchon stemmen. Alles liever dan Le Pen.”

Sinds kort is zijn Couleur Café ook een soort bankkantoor. Je kan er je euro’s inwisselen tegen bogues. De bogue, vernoemd naar de bolster van de hier populaire kastanje, is een plaatselijke munt die in Aubenas en omliggende dorpen wordt gebruikt. Briefjes ter waarde van 1, 3, 5, 10 of 30 euro, met een watermerk en beveiliging, en op de voorkant foto’s van bezienswaardigheden uit de regio. Op de achterkant ruimte voor ‘boetezegels’. Want wie de briefjes drie maanden niet heeft gebruikt, controleerbaar via de uitgiftedatum, betaalt een boete van 0,5 procent. Doel: de lokale economie een impuls geven. Sparen heeft geen zin, uitgeven is de boodschap.

„Als je in de supermarkt 100 euro uitgeeft, verdwijnt 95 euro uit de lokale economie”, zegt Bertrand Bruyat, econoom en onderzoeker bij een denktank over lokale economie. De sperzieboontjes, bijvoorbeeld, komen uit Kenia, de wijn uit Argentinië en ook de vervoerder moet betaald. Bruyat is de bedenker van la bogue, die deze herfst werd geïntroduceerd. Ondertussen is er een honderdtal winkels waar je ook met bogues kan betalen. „Niet veel misschien, maar we groeien langzaam. Je moet dit ook een beetje tijd gunnen. In Argentinië hebben lokale munten na de grote geldontwaarding daar hun nut bewezen. In Griekenland en Portugal zal het niet anders zijn”, aldus de zeventigjarige econoom.

Bruyat komt uit het nabijgelegen Villeneuve-le-Berg. Hij heeft niets tegen de euro, die mag van hem blijven bestaan. Maar hij wil uitdragen dat de euro in het nadeel is van de lokale, kleinschalige economie. „De producenten die hier nog zijn, moeten we absoluut behouden. De bogue is daarvoor een instrument. Ik hoop dat de toeristen ook bogues gebruiken, als ze zien dat ze daardoor goedkopere en gezondere producten kunnen kopen dan in de supermarkt.’

Bruyat is een beetje een dromer, een eenzaat. Hij is geëngageerd maar staat buiten de partijpolitiek. Hij had een tijdje sympathie voor landbouwer José Bové, de antiglobaliseringsheld die vestigingen van McDonald’s vernielde. Nu voelt hij zich partijloos. „Ik stem voor niemand, want er is niemand bij de kandidaten die het lef heeft om echt te veranderen”, zegt de man met de eeuwige oranje baret op het hoofd. Martinez, de kroegbaas, kan er wel om lachen. Want ondanks het feit dat hij een beetje excentriek is, heeft Bruyat met zijn bogue wel een punt, vindt hij.

Woensdagmarkt

Martin Chaudon is een bakker vanbiobrood uit Saint-Didier-sous-Aubenas. Hij staat met amper twee collega’s op de woensdagmarkt in Aubenas, vlak voor het middeleeuwse kasteel. „Een collega werkt met bogues, maar ik vind het systeem nu nog te klein. Dan moet ik twee kassen gebruiken, moet ik voortdurend naar een ander om de munt voor euro’s te ruilen. Maar als ik er meer zou door verkopen, of als ik een leverancier in bogues zou kunnen betalen, dan wil ik wel meedoen.”

Zijn twee collega’s, Hans Moser (thee en sap) en Dominique Robillard (confituren) staan argwanender tegenover de lokale munt. „We hebben nu wel andere zorgen, zoals de harde vorst. Slecht voor het fruit. Of dat leisteenboren, een ramp voor het milieu en de boeren. Als we straks geen inkomsten meer hebben, doet het er niet toe in welke munt dat is. En niemand uit Parijs zal zich om ons bekommeren, we zullen het weer alleen moeten doen”, zegt Robillard, die haar vertrouwen in „die heren van de politiek” al lang is verloren.

Ze lijkt haar wantrouwen al te hebben overgedragen op de jongere generatie. Kort nadat Sarkozy zijn kandidatuur heeft bekendgemaakt, delen oudere tieners een joint voor l’Oxyville, de enige ‘jongerenkroeg’ in het stadje. Of ze de president hebben gehoord? Ha, stomme vraag, gebaren ze, wijzend naar het tv-scherm waar alleen Franse hiphopclips zijn te zien. Verkiezingen? Het zal deze Franse jongeren een zorg wezen.