Tanend gezag

Onzekerheid troef. Het betwiste gezag van de wetenschap Huub Dijstelbloem en Rob Hagendijk (red.), Van Gennep, 296 blz. €22,50

Op advies van de Gezondheidsraad besloot de overheid in 2008 om meisjes te laten vaccineren tegen baarmoederhalskanker. Terwijl de GG&GD’s hadden gerekend op een opkomst van 85 procent, kwam nog niet de helft van alle opgeroepen meisjes opdagen. Voor de wegblijvers woog het advies van wetenschappers blijkbaar minder zwaar dan de kritiek in de media.

De zeperd met het vaccin geldt als een voorbeeld van het afbrokkelende gezag van de wetenschap, net als de blunders van deskundigen in de gerechtelijke dwaling rond de Schiedammer parkmoord en de fouten in een belangrijk rapport over het klimaat. Deze gezagscrisis staat niet op zichzelf. ‘Niet alleen de wetenschap, maar de dokter en dominee, oom agent, de rechtbank en politieke leiders hebben ermee te maken’, schrijven de samenstellers van Onzekerheid troef. In deze bundel essays proberen wetenschappers uit verschillende disciplines de oorsprong van de gezagscrisis te achterhalen.

Een pasklaar idee is dat het publiek de ontwikkelingen in de wetenschap niet meer kan bijhouden en daardoor wantrouwig staat tegenover technologische vernieuwingen. Deze ‘deficit hypothesis’ snijdt echter geen hout, schrijft de Britse wetenschapssocioloog Brian Wynne. Uit een Brits onderzoek blijkt dat juist goed geïnformeerde mensen kritisch staan tegenover innovaties als genetische modificatie.

Het langdurig debat in het Verenigd Koninkrijk over genetische modificatie was een sof. Hoewel wetenschappers de technologie presenteerden als veelbelovend en risicoloos, bleef publieke steun uiteindelijk uit. Dat publieke wantrouwen is begrijpelijk, schrijft Wynne, want vooral sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Britse wetenschap zich veelal opgesteld als hoeder van het nationale belang en bondgenoot van het politieke establishment.

De verknoping van politiek en wetenschap hinderde ook de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker, schrijft huisarts-filosoof Paulus Lips in een van de beste bijdragen. De Gezondheidsraad presenteerde het advies als een zuiver wetenschappelijk vraagstuk, waarin na objectief onderzoek een conclusie was getrokken. In werkelijkheid, schrijft Lips, maakte de raad achter de schermen ook politieke afwegingen over bijvoorbeeld kosten en baten. De buitenwereld kreeg er geen greep op, maar doorzag het wel.

De pretentie van de ‘zuivere wetenschap’ werd zo doorgeprikt. Ook bij de economen, die zichzelf graag zien als de ‘natuurkundigen’ onder de sociale wetenschappers: met hun modellen konden zij de financiële crises niet voorspellen. En zo biedt de bundel veel voorbeelden van hoogmoed die voor de val komt.

Het patroon daarin moet de lezer zelf ontdekken, want in Onzekerheid troef is de camera niet scherp afgesteld. Tientallen pagina’s wordt uitgeweid over zaken die het thema zeer zijdelings raken, zoals de privacyproblemen bij gekoppelde databanken en kunstprojecten om de kloof tussen wetenschap en samenleving te dichten. Tegelijkertijd ontbreekt een beschouwing over fraude, die sinds kort in Nederland de reputatie van de wetenschap aantast.

De samenstellers maken daarbij een wat wereldvreemde indruk. Schrijver Leon de Winter zou ‘waarschijnlijk nietsvermoedend’ achterhaalde argumenten hebben gebruikt in een stuk over een ‘klimaatcomplot’. Weten de wetenschappers echt niet dat De Winter zich laat voeden door Amerikaanse neocons, die om ideologische redenen het klimaatdebat willen doodslaan?

De bundel staat ook vol zinnen ‘zo zwaar als gesmolten olifantenvet’, zoals W.F. Hermans dat noemde. Neem deze: ‘Willen we over het gezag van bestuur nadenken als een collectieve inspanning, dan moeten we een manier vinden om gezag te combineren met interactie en het idee van een gedeelde problematisering van aannames en vooringenomenheid.’ Bent u er nog?

Hopelijk wel, want de bundel is ondanks alle bezwaren zeer de moeite waard voor iedereen die nadenkt over wetenschapsbeoefening. Alleen al door het opstel van antropoloog Annemarie Mol over de voorlichting door het Voedingscentrum. Meesterlijk fileert zij het ‘tellen van kilocalorieën’ als een laboratoriummethode, die al bij de eerste confrontatie met de werkelijkheid sneuvelt. Zelden is wetenschappelijke hoogmoed zo elegant ten val gebracht.

Karel Berkhout

    • Karel Berkhout