Opinie

    • Sjoerd de Jong

Syrië: stelling nemen in de krant is nog niet hetzelfde als actievoeren

Mag een kwaliteitskrant actievoeren? Sinds er gruwelijke beelden uit Syrië komen, heeft dat conflict opeens weer de aandacht van de media – zo ging het ook met de oorlog in Libië, die in de media oplaaide bij de eerste foto’s van het front.

De wereld is ellendig – dat kun je elke dag wel uitschreeuwen

Deze krant drukte vorige week donderdag op drie pagina’s foto’s af van dode mannen en kinderen. Waaronder, schreef de hoofdredacteur op zijn blog, „een ongelofelijk aangrijpende foto van een Syrische vader met zijn stervende kind in de armen” (in de krant was bij de foto sprake van „een Syrische man”).

Sommige lezers prezen dat – een dapper statement van de krant – anderen stoorden zich er juist aan. Waarom zo veel bloed? Ook op de redactie was er discussie: moet je dit zo doen? Is dit geen actiekrant?

Het had effect: diezelfde avond vroeg Paul Witteman zich af waarom de wereld niets doet terwijl in Syrië mensen worden afgeslacht, een parafrase van de voorpagina-kop. Het werd niet duidelijk of hij de stukken ook had gelezen.

Hoofdredacteur Peter Vandermeersch beantwoordde de vragen door ze zelf op te werpen: „Hoe emotioneel mag een krant zijn? Mag je als kwaliteitskrant campagne voeren? Moet je de lezer hard confronteren met bloederige beelden?” Zijn antwoord: „We moeten ook aanklagen als dat moet. Het J’accuse van Zola moet ook op onze voorpagina. We mogen onze frustratie en onmacht uitschreeuwen.”

Deze week plaatste de krant op de voorpagina de open brief van tien ambassadeurs over het PVV-meldpunt voor klachten over Polen en anderen. In de krant stond een brief terug van de hoofdredactie. Ook dat was een statement. Ook daar schreven lezers over: sommigen was het uit het hart gegrepen, anderen vonden het een vorm van politieke actie – dat laatste lag denk ik vooral aan de briefvorm, want een commentaar is juist de plek om een standpunt in te nemen.

Het zijn twee voorbeelden van een nieuwe aanpak bij de krant, waarvoor de hoofdredacteur zich sterk maakt: de krant moet hoogwaardig informeren, maar ook opzien baren, knetteren, soms schokken en emotioneren. Dat is de lijn die hij eerder volgde bij De Standaard, zijn oude krant, die ooit bijvoorbeeld actievoerde tegen onveilige kruispunten door portretten op de voorpagina te zetten van jonge verkeersslachtoffertjes.

Aan de ene kant is dat een ingrijpende verandering. NRC Handelsblad is vanaf het begin een objectiverende en bedachtzame krant geweest, wars van ‘campagnejournalistiek’. Dat zijn nog steeds onderscheidende kenmerken in een krantenwereld die steeds heftiger en luidruchtiger om aandacht van de lezer moet knokken.

Aan de andere kant, ook deze krant was nooit beducht om iets op de kaart te zetten. In de jaren tachtig bracht de krant scherpe stukken over uitwassen van de WAO, om de discussie aan te zwengelen. Tegen het zorgplan van toenmalig staatssecretaris Simons werd begin jaren negentig in de kolommen zelfs tamelijk scherp campagne gevoerd.

Stelling nemen hoort ook bij een krant – zoals deze krant zich keert tegen de ondermijning van de rechtsstaat. Daar is niet alleen niets mis mee, een krant met principes moet zijn betrokkenheid tonen.

Alleen, nieuws agenderen of stelling nemen in een commentaar is nog geen actievoeren. Bij het laatste laadt een krant de verdenking op zich dat de feiten ondergeschikt worden gemaakt aan het doel van de actie. Dat is fnuikend voor een krant die zich laat voorstaan op nuance, betrouwbaarheid en op scheiding van feiten en meningen.

Agenderen is ook niet hetzelfde als aanklagen. Neem het verpletterende stuk van Antoinette Reerink over euthanasie op een demente vrouw, twee weken geleden. In één klap werd een urgente kwestie in het licht gezet. Genuanceerd, minutieus uitgezocht, maar zonder de lezer een oordeel op te dringen. Klassieke NRC-journalistiek.

Schoot de krant met Syrië door, zoals sommige lezers vinden?

Nee, want de stukken van Buitenlandredacteuren Juurd Eijsvoogel en Carolien Roelants die dag waren zakelijk en zeer verhelderend. Hun analyse op de voorpagina maakte de dilemma’s van ingrijpen inzichtelijk. Een tweede, origineel stuk van Roelants legde de krachten in de Arabische wereld bloot. Een dag eerder had de krant in een commentaar ook al gewaarschuwd voor het gebrek aan opties waarover het Westen beschikt.

Maar er werd in die stukken niets uitgeschreeuwd of aangeklaagd. Gelukkig maar, wat mij betreft. Het aanklagen deden wel de foto’s, en sommige lezers vonden dat die de tekst overschreeuwden. Dat contrast kwam vooral door de uniformiteit van de foto’s: louter lijken.

Het gaat er niet om of een kwaliteitskrant stelling mag nemen. Natuurlijk mag of moet dat – zeker als het moet. De vraag is eerder hoe, wanneer en met welke rechtvaardiging. Louter een emotionele schok willen overbrengen, is niet genoeg. De wereld is een ellendige plek – dat kun je elke dag uitschreeuwen.

Daarom is het goed dat NRC Handelsblad het geweld in Syrië vanaf het begin nauwgezet heeft gevolgd. Maandag was het katern De Wereld nog eens volledig gewijd aan Syrië – terecht. Als je aandacht vraagt voor een kwestie, moet je die ook vasthouden. Impulsief engagement is geen engagement.

    • Sjoerd de Jong