Rabo-adviseurs bijgeschoold over hypotheken

In bijna een kwart van de hypotheekoffertes van de Rabobank gaat iets mis. Tijd om de autonomie van de regionale banken – voorlopig – aan banden te leggen.

‘Rudi laat zijn tanden zien’, zeggen bankmedewerkers in de coffee corner bij de Rabobank in Utrecht. Rudi is Rudi Kleijwegt. Sinds 1 mei houdt hij toezicht op de 141 coöperatieve Rabobanken in Nederland.

En hij grijpt in als dat nodig is, zo bleek gisteren toen bekend werd dat het hoofdkantoor in Utrecht de autonomie van de lokale Rabobanken – voorlopig – aan banden legt.

Hypotheekoffertes van klanten worden centraal beoordeeld omdat uit intern onderzoek is gebleken dat er veel mis is met de dossiers. Het is vaak onduidelijk welke financiële informatie bij de klanten wordt ingewonnen en wat de reden is om bij hypotheken een levensverzekering of een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

Na zeventien jaar bij De Nederlandsche Bank te hebben gewerkt – hij bracht het tot divisiedirecteur voor het bankentoezicht – werd Rudi Kleijwegt door Rabo-topman Piet Moerland gevraagd om naar Utrecht te komen als directeur toezicht.

De maatregelen die gisteren bekend werden zijn een direct gevolg van een onderzoek dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in 2009 deed. Daaruit bleek dat de Rabobank klanten te hoge hypotheken heeft verstrekt. De bank werd veroordeeld tot een boete van 150.000 euro. De AFM onderzocht naast de Rabo ook de hypotheekverstrekking door ABN Amro, ING en SNS Reaal. De vier banken hebben samen een marktaandeel van bijna 80 procent. Rabobank is de grootste met een marktaandeel van 30 procent.

Volgens de AFM heeft Rabobank een aantal consumenten hypotheken gegeven waarbij werd afgeweken van de Gedragsode Hypothecaire Financieringen. Het ging om aanvragers met een leeftijd tot 35 jaar die een goede opleiding hadden gevolgd. Volgens interne criteria kregen deze mensen een hogere hypotheek omdat zij – gezien hun carrièreperspectieven – een goede kans hadden op een substantiële inkomensgroei. Volgens de AFM had men hier geen rekening mee mogen houden en was er sprake van ‘overkreditering’.

De Rabo ging niet in beroep, maar kon zich niet vinden in de redenering van de toezichthouder. „Het gaat om een groep goed opgeleide starters”, motiveerde Rik op den Brouw, directeur particulieren. „Het betreft een paar honderd hypotheken waarbij wij per individu de situatie hebben bekeken en in een aantal gevallen 10 tot 20 procent hebben opgeteld bij het inkomen. Geen van deze mensen is in de problemen gekomen.”

De boete voor de overkreditering is 120.000 euro. De overige 30.000 euro is een boete omdat er onvoldoende informatie werd ingewonnen over de financiële positie van klanten bij de verkoop van bijvoorbeeld een levensverzekering. Dit was voor de bank aanleiding om een intern onderzoek te starten. Daaruit bleek dat er bij de verslaglegging in bijna een kwart van de gevallen iets misgaat. Om dit te voorkomen worden nu alle lokale adviseurs naar Utrecht gehaald om zich te laten bijscholen. Deze bijscholing moet in de loop van dit jaar zijn afgerond. Tot die tijd worden alle hypotheekoffertes centraal beoordeeld.

Lokale Rabobanken hebben een grote mate van zelfstandigheid. De 141 coöperatieve Rabobanken hebben gezamenlijk één dochter: Rabobank Nederland. Daar worden nu de offertes gecontroleerd totdat de lokale medewerkers zijn bijgespijkerd.

    • Cees Banning