Pulserende disco in geoliede show

Saturday Night Fever, door Joop van den Ende Theaterproducties. Gezien: 17/2 in Carré, Amsterdam. Tournee t/m 12/8. Inl. musicals.nl

Hij staat er meteen, met één hand op heuphoogte en de ander recht omhoog. Dit is Tony Manero, in 1977 door John Travolta vereeuwigd in de succesfilm Saturday Night Fever die destijds het epicentrum van de discorage vormde. En daarna kwam er ook een musicalversie van die film, die tien jaar geleden al eens in Nederland werd gespeeld, en die gisteravond in een geheel vernieuwde versie opnieuw in première ging. Nu met de via een tv-auditieshow ontdekte Joey Ferre in de hoofdrol.

Als meer dan vakkundig danser is Ferre nu het onmiskenbare middelpunt van een geoliede show die de vaart er vooral in houdt met veel frenetieke discodans – al is die stijl natuurlijk allang niet meer in de mode, maar pure nostalgie geworden. Een ander groot verschil met de film is dat de onweerstaanbare hits van de Bee Gees nu door de spelers worden gezongen, terwijl ze toen alleen maar de soundtrack vormden. In de film zong niemand.

Intussen zijn we door de zoete herinnering aan John Travolta met zijn ongeëvenaarde wie-doet-me-watloopje en de pulserende muziek goeddeels vergeten dat er in Saturday Night Fever ook heel wat minder opwindende scènes zaten. Over vader en moeder thuis, bijvoorbeeld, en over een broer die priester is geworden. In de strakgespannen regie van Carline Brouwer staat de musical daar niet lang bij stil, maar ze konden niet worden overgeslagen. Met als gevolg dat het scenario uiteindelijk toch ietwat gammel is. Net als de hoogst onlogische wendingen in de aan/uit-verhouding tussen Tony en zijn dansvriendinnetje Stephanie, onopgesmukt gespeeld door Noortje Herlaar.

Bovendien gaat er in een Nederlandstalige versie onvermijdelijk enige couleur locale verloren. Gladpraten kan niet op tegen Jive talkin’. En de kloof tussen Brooklyn, waar Tony een nobody blijft, en het stralende Manhattan aan de andere kant van de brug roept hier nu eenmaal heel wat minder herkenning op dan daar.

Maar de shownummers wervelen, het orkest in de bak laat het koper schetteren en de bassen stuiteren, het lichtontwerp is fonkelend mooi en de voortdurende decorwisselingen verlopen verbluffend soepel. Intussen verhult Joey Ferre niet dat Tony ook een narcist is, die zich vaak afvraagt of zijn haar wel goed zit. en zijn dansprestaties zelfs belangrijker vindt dan zijn hormonen: „Weet je wat het is met die meiden? Als je één keer met ze wipt, denken ze meteen dat ze met je mogen dansen.”

    • Henk van Gelder