Pauselijk rood

Als de winter rondschooiert is het tijd voor Château- neuf-du-Pape, zegt Harold Hamersma.

Heeft Paus Benedictus XVI iets met wijn? In 2006 werd hij door het Gilde van Sommeliers in Rome benoemd tot Ere Wijnkelner. Maar die eer viel hem vooral te beurt omdat hij zichzelf tijdens zijn inauguratiespeech het jaar daarvoor had geafficheerd als ‘een nederig dienaar in de wijngaard van de Heer’.

Toen het nieuws bekend werd, ben ik eens een beetje om mij heen gaan bellen. Ik had namelijk geen idee wat een gelovige zoal te drinken kreeg tijdens de eucharistieviering. Miswijn, jazeker. Maar wat belandde er dan zoal in die bokaal? Wel wist ik dat er in het Spaanse Tarragona een Bodegas de Muller bestond, de officiële leverancier van het Vaticaan. Maar wat voor soort wijn maakten ze daar nu precies voor de kerkelijke instantie?

Mijn onderzoek leidde naar Tegelen, alwaar de plaatselijke abdij van trappisten zich als groothandel in miswijnen afficheert. Daar sprak ik met de vader abt die mij wist te vertellen dat de gelovige om te beginnen te maken krijgt met een puur natuurproduct, goedgekeurd door de Nationale Raad voor Liturgie. Destijds had hij net twee dozijn pallets binnen gekregen van zijn vaste leverancier, een trappistenabdij, ook uit Spanje. Mooie wijn. Geen klachten. De vereiste 15 procent alcohol, zodat een aangebroken fles wat langer goed blijft als er in een parochie maar weinig eucharistievieringen zijn. En met een mooie muskaatsmaak.

Muskaat? Maar dan hebben we dus te maken met witte wijn? Vader abt bevestigde dat er wat meer belangstelling was naar deze soort en gaf daar een praktische reden voor: rood kon toch van die nare vlekken op het habijt geven. En ook op de volgende vraag ‘of er nog een beetje omzet wordt gemaakt in miswijn’ had hij een antwoord: „Toch wel, het bloed van Jezus wordt al zo lang niet meer geleverd.”

Vele pausen eerder was er overigens al een vertegenwoordiger van God op aarde doende in de wijngaarden. En dan niet zoals Benedictus XVI slechts in woord, maar ook in de praktijk. Want het was in 1309 dat Paus Clémens V in Avignon arriveerde om daar zijn nieuwe zomerresidentie te laten bouwen. Dat was duidelijk een smulpaap, want hij liet er tevens wijngaarden aanleggen.

Maar ook de ongelovige wijnliefhebber mag hem dankbaar zijn, want aan ‘het nieuwe kasteel van de paus’ in de zuidelijke Rhône heeft hij Châteauneuf-du-Pape te danken. Ondanks de aanwas van het aantal kerkelijke filialen op deze aardbol sedertdien is Châteauneuf-du-Pape pas een kleine honderd jaar een soort wereldmerk. In 1923 werd door de eigenaar van Château Le Fortia welbeschouwd de fundering gelegd van wat we nu kennen als het systeem van de appellations contrôlées. Samen met een aantal andere producenten werd gedefinieerd welke wijngaarden Châteauneuf-waardig waren en wat de maximale hoeveelheid was die daar vanaf geoogst mocht worden. Ook werd het minimale alcoholpercentage bepaald en een verbod uitgevaardigd op chaptalisatie, het toevoegen van suiker. Daarnaast werd ook vastgelegd welke druivensoorten er gebruikt mochten worden. In eerste instantie waren dat er tien, maar in 1936 zijn er nog drie bijgekomen.

Eén druif, zo meenden de oprichters, was echter onontbeerlijk: grenache. Van de ruim drieduizend hectare die de AC Châteauneuf-du-Pape omvat, is bijna driekwart daarmee aangeplant – syrah en mourvèdre volgen op grote afstand. Vooral dit trio zorgt voor wijnen die behalve kracht, robuustheid en tannines ook zorgen voor rijp, zoet en geconcentreerd rood fruit. En die bovenal de zon laten schijnen in het glas.

Vandaar dat Châteauneuf-du- Pape in zijn element is als de herfst grauwt en de winter rondschooiert. Bij kirrende lentelunchjes en opwaaiende zomerjurkjes voelt de paap zich niet op zijn gemak. Dit is het rood waarvoor wilde konijnen dienen te vrezen, stoofschotels gaan stoven en eend zich moet schikken in zijn rol als confit. Bij AH Wijndomein (ahwijndomein.ah.nl) vond ik een goede en bovenal betaalbare Domaine du Grand Tinel 2008. Voor 19,99 euro is dit een wijn waar helemaal niets mis mee is.

    • Harold Hamersma