Op knerpend ijs tussen de KGB-agenten

In 1962 zagen 100.000 mensen in Moskou hoe de Sovjet-Rus Viktor Kositsjkin en Henk van der Grift om de wereldtitel streden. Ze kenden elkaar nauwelijks, de Koude Oorlog scheidde twee werelden. Een ingesneeuwde bus leidde bijna tot een dramatische ontknoping.

Van zijn leven vergeet Henk van der Grift niet meer die zaterdagmiddag van de zeventiende februari 1962, toen hij tegen vieren de deur uitliep van de kleedkamer in het gigantische stadion Dinamo – nu Loesjniki – in de vrieskou van Moskou. „Onder de tribunes lag een complete atletiekbaan. Je moest dus een enorm eind lopen van de kleedkamers naar het ijs. Boven je hoorde je het geschreeuw en gestamp van de mensen. Ze zeiden tegen ons dat er 120.000 toeschouwers waren, 100.000 kan ook. Het was in ieder geval afgeladen vol. Maar helemaal anders dan in Bislett in Oslo, waar het publiek bovenop het ijs zat. In Moskou konden de mensen bovenin het stadion niet eens zien welke schaatser in de baan was. Zeker niet met al die sneeuw.”

Bij de WK allround in Moskou, vandaag en morgen in de behaaglijk overdekte ijstempel van Krilatskoje, doet weinig denken aan het drukst bezochte schaatstoernooi ooit. Massaal liepen de Moskovieten vijftig jaar geleden uit voor veertig schaatsers uit liefst twintig landen. De Koude Oorlog was op een hoogtepunt, later dat jaar stonden Kennedy (VS) en Chroesjtsjov (Sovjet-Unie) tegenover elkaar in de Cuba-crisis. De schaatsers merkten weinig van de spanning in de wereld. „We mochten voor ons gevoel vrij bewegen”, vertelt Van der Grift (76) eind januari thuis in Westbroek. „Of we werden gecontroleerd weet ik niet. Er waren gewoon journalisten mee. Er werd volop gefilmd, in en buiten het stadion.”

De film Triomf op het ijs toont vrolijke deelnemers in de bus op weg van het hotel naar de baan. Van der Grift zit naast zijn verloofde Reijka van Zijtveld aan het raam. Als het aan de bestuurders van schaatsbond KNSB had gelegen, waren ze nooit samen naar Moskou gegaan. Officieel was Van der Grift amateur. Wie betaalde de reis van zijn verloofde? „Oost en West was zwart-wit in die tijd. Het lag uiterst gevoelig. Ik heb het laatst in de archieven nagekeken. In de Amsterdamse raad zijn vragen gesteld wie de reis van Reijka had betaald.”

Van der Grift was een jaar eerder verrassend wereldkampioen geworden in Gotenburg, als eerste Nederlander sinds Coen de Koning in 1905. Samen met zijn verloofde was hij op eigen initiatief naar Noorwegen getrokken, waar hij trainde op een zelf geveegd bergmeertje bij Fagernes. Zou de schaatspionier zich dan nu de les laten lezen door de KNSB? Reijka ging mee naar Moskou, klaar. Al leidde het gedoe af bij het EK in Oslo, waar Van der Grift vierde werd. De Rus Merkulov werd kampioen.

V iktor Kositsjkin, de beste allrounder van de Sovjetploeg, deed bij het EK niet mee. „Volgens mij spaarde hij zich voor het WK, net zoals Ivan Skobrev nu heeft gedaan”, zegt Van der Grift. Niet dat het in zijn beleving veel uitmaakte. „De Russen trokken elke keer een blik open met goede schaatsers. Ze hadden een grote ploeg, sober gekleed, in zwarte duffelse jassen. Er waren mensen bij van de communistische partij, geheim agenten. ‘Die Russen, daar moet je voor uitkijken”, zeiden ze tegen ons. Soms zei je ‘goedemorgen’ in het Russisch. Dobroje oetro. Dat vonden ze leuk. Maar daar bleef het bij.”

Kositsjkin? „Viktor had goud gewonnen op de Spelen van 1960, hij was een topper. Ik heb nog een foto waarop hij lachend samen met Reijka in de bus zit. Hij was ook een belhamel, liep te springen en te hossen. Hij kende ook Amerikaanse liedjes en dansen. Daar keken wij van op. We waren opgevoed met het idee dat het een totaal andere wereld was.”

In een interview op de website ug.ru vertelt Kositsjkin in 2005 over zijn achtergrond. Geboren op 25 februari 1938 in het dorp Rybnoje ten zuidoosten van Moskou, als laatste van dertien kinderen van wie er vier stierven van de honger tijdens de burgeroorlog en drie tijdens de crisis in de jaren dertig. Als zijn vader na de Tweede Wereldoorlog thuiskomt van het Finse front, trekt het berooide gezin naar Moskou. „Brood was er nauwelijks, melk op feestdagen.”

Via het leger vindt Kositsjkin zijn weg bij Dinamo Moskou, waar toevallig zijn schaatstalent blijkt. In 1958 verslaat hij bij de kampioenschappen van het grote Sovjetrijk Oleg Gontsjarenko. Het levert hem een plaats in de nationale selectie op, met toppers als Jevgeni Grisjin en Boris Stenin. „Als sporter had je het goed. Maar als iemand een wet brak, op of buiten het ijs, wachtte hem zware straffen”, aldus Kositsjkin.

Van der Grift – geboren in Breukelen, opgegroeid tijdens de wederopbouw en van beroep automonteur – komt in Moskou voor het eerst in de wereld van zijn Sovjetrivaal. Iedereen werkte, viel hem op. „Ook de vrouwen zag je straten vegen of metselen.” Met ploeggenoten Rudi Liebrechts, Chris Meeuwisse en Arie Zee bezoekt hij Kremlin en Rode Plein. „En het Bolsjoj Theater – daar was een stuk over de Franse revolutie, met strijdwagens op het toneel.”

Z aterdagmiddag tegen vieren is de buitenwereld ver weg voor Van der Grift. „Je hebt je schaatsen geslepen en gaat het ijs op. Die 100.000 mensen? Je ziet het, je hoort het. Maar je denkt er niet bij na.” Goed ijs. „De Russen deden toen al chemicaliën door het water waardoor het ijs sneller gleed. Het was hard en knerpend, spatte op als je afzette.”

Titelverdediger Van der Grift eindigt in 42,7 seconden, goed voor de derde plaats achter de Russen Stenin en Grisjin (winst in 41,7). „Geweldige schaatser, Grisjin. Rustig, beheerst, mooie lange klappen.” Opvallend: niet-sprinter Kositsjkin eindigt als achtste, slechts 0,9 achter Van der Grift. „Een jaar eerder was dat 2,1.”

Kositsjkin maakt zijn achterstand meer dan goed op de vijf kilometer. Hij leidt comfortabel na de eerste dag. De mindere schaatsers, in die tijd als laatsten van start, staan tegen middernacht nog op de baan. De Russen vertrekken intussen naar hun trainingsonderkomen in een buitenwijk van Moskou. „Moe en versleten zat ik in de bus”, vertelde Kositsjkin zeven jaar geleden. „Maar toen we van de snelweg afreden, raakten we verzeild in een sneeuwstorm.”

De bus zit vast. ‘Lopen’, beveelt coach Misjalovim zijn schaatsers. Kilometers lang door het donker. „In een dun jasje, nog bezweet, rende ik door de sneeuw”, vertelt Kositsjkin op de site ug.ru. De volgende ochtend betaalt hij de rekening: koorts. „Maar we besloten het niemand te vertellen, zelfs de arts niet.” Een thuiswedstrijd voor 100.000 mensen laat je niet snel lopen, al is er twijfel. „Op de massagetafel gingen droevige gedachten door mijn hoofd.”

Van der Grift weet van niets. „Het is voor het eerst dat ik dit verhaal hoor”, vertelt hij thuis in Westbroek. „Het zou best kunnen, want het sneeuwde die dag verschrikkelijk. En Viktor reed een slechte 1.500 meter, dus het verhaal kan kloppen. Ik werd tweede achter Stenin. Op de tien kilometer moest ik op hem tien seconden goedmaken. Op Viktor had ik veertien tellen voorsprong.”

Voor de slotafstand rusten de rijders in de catacomben. De koorts van Kositsjkin zakt. „Ze hadden stapelbedden neergezet”, zegt Van der Grift, die Stenin met bijna een minuut verslaat. „Het weer bleef slecht. Vochtige kou, sneeuw en ijsnaalden. Dus ik ging naar binnen en bleef niet langs de baan kijken naar Viktor. Aan het kabaal van het publiek hoorde ik al snel dat hij het ging halen.”

De Zweedse stayer Ivar Nilsson neemt Kositsjkin op sleeptouw naar een toptijd: 16.45,0, een halve minuut sneller dan Van der Grift. De Rus is wereldkampioen! „Ik ben de eerste op deze planeet”, herinnert Kositsjkin zich zijn gedachte van toen. Als de lichtmasten doven, volgt de huldiging. „Mensen staken hun programmaboekjes in brand als fakkel”, vertelt Van der Grift. „Viktor ging op de schouders het stadion rond. Iedereen stond op de banken. Een schitterend gezicht.”

    • Maarten Scholten