Linkerzij, rechterzij

Applied Ergonomics, 43 (2012) 386-391. doi:10.1016/j.apergo.2011.06.012

Als het tien dagen heeft gevroren is de grond koud en hard. Heeft het tien dagen streng gevroren dan is de grond ijskoud en keihard. Wie dan uit kamperen gaat moet het zelf maar weten. ’s Avonds willen de haringen de grond niet in, ’s ochtends willen ze er niet uit, en als ze eruit zijn vriezen ze aan de handen vast.

En dat is nog het minste. Vandaag overpeinzingen over het slapen op koude, harde grond, grond zoals die tien dagen geleden in de Belgische bergen werd aangetroffen. Die levert problemen op waarover in survivalgidsen nooit gesproken wordt: de lover’s arm en de koude heup.

De lover’s arm s.s. ontstaat als men zich te slapen legt met het hoofd van de partner op de bovenarm. Op de linkerbovenarm als de partner links ligt, de rechter als zij rechts ligt. Dat is innig, maar wordt binnen een half uur een kwelling. Het is ook tamelijk gevaarlijk, zoals door Leidse medici beschreven werd in The Lancet van 24 oktober 1992. Hoofden zijn zwaarder dan doorgaans wordt ingezien en een hoofd op een arm is in staat onderliggende aderen dicht te drukken. Wie zijn arm na een half uur niet bevrijdt loopt kans op trombose en versterf, geloof het of niet. Paralysie des amoureux.

Over zo’n soort lover’s arm gaat het niet. Er is een ander soort lover’s arm die ontstaat als men met de partner in een te klein bed ligt, een twijfelaar of erger. Wie dan ‘achter’ ligt kan de onderste arm niet kwijt. Die arm moet omhoog of omlaag. Het eerste is na een half uur ook een ramp, het tweede eindigt vroeg of laat in een toestand waarbij men half bovenop de eigen arm ligt. In een bed met een zacht matras is dat net uit te houden.

Wie met twee truien en een jas aan in een slaapzak probeert te overleven op bevroren grond komt uiteindelijk ook half op één van zijn armen te liggen. De kou sluit de hoge oplossing uit en het ruggelings slapen is – vreemd genoeg – niet vol te houden als het moet. Binnen de kortste keren ontstaat de indruk dat in de schoudergordel ongewenste drukken ontstaan en dat anderzijds aderen zo worden afgeknepen dat de arm kouder wordt dan wenselijk. Dit blijkt ook echt zo te zijn, het enige wat helpt is het draaien naar de andere zijde.

Dit was overpeinzing één. Hij leidt tot weinig anders dan de conclusie dat het zoogdier mens niet goed op een harde ondergrond slapen kan, tenzij hij zich voortdurend van de ene zijde op de ander wentelt. Is er een relatie tussen de roll over frequency en de hardheid of zachtheid van de ondergrond? Het ligt voor de hand, maar er was de afgelopen week niets over te vinden, terwijl er de laatste jaren een enorme belangstelling is voor alles wat op de slaap van invloed is, waaronder ook de slaaphouding. Met de zoektermen ‘sleeping position’ en ‘sleeping posture’ wijst Google Scholar de weg. Het meeste staat in verband met wiegedood, apneu, snurken en ‘reflux’, dat is het onbedoeld terugstromen van de maaginhoud in de slokdarm. Er is ook meer vrijblijvend onderzoek.

Wie het allemaal langsloopt komt aardige dingen tegen. Zo blijkt dat de opvatting dat het gezonder is om op de rechterzij te slapen dan op de linker omdat hart en maag het dan makkelijker hebben in 1930 werd verwoord door Johnson, Swan en Wiegand in de Journal of the American Medical Association. Maar rond 1941 ontstond alweer een voorkeur voor links en tegenwoordig is het oordeel dat het (1) weinig uitmaakt en (2) dat men er toch geen invloed op heeft. In de praktijk blijkt er een heel lichte voorkeur voor de rechterzij te zijn, onderzoek aan 400 Zweedse vrouwen tussen 20 en 70 jaar liet dat zien. Maar samengevat in ronde getallen is het beeld van de Zweedse vrouwennacht: 40 procent op de rug, 25 procent op de linker zij, 25 procent op de rechter en 10 procent op de buik. (In het Engels: supine, left lateral, right lateral en prone). Jonge vrouwen slapen meer op hun rug dan oudere (Sleep Medicine, 2009). Zwangeren met hun zware uterus proberen de rugligging wat te verminderen.

Een goed mannenonderzoek was zo gauw niet te vinden. Er is een Japans onderzoek aan 19 gezonde mannen waaruit bleek dat die per 7 uur nachtrust gemiddeld 33 keer van positie veranderden: elk kwartier (Sleep and Biological Rhytms, 2003). Duitsers vonden bij onderzoek aan de invloed van de slaaphouding op de temperatuur van de balzak dat hun proefpersonen maar 13 positieveranderingen per 8 uur nachtrust hadden. Minder dan eens per half uur. Het opvallend secure balzakonderzoek staat in verband met verbetering van Duits voortplantingssucces, dat zou gebaat zijn bij zijligging (Reproductive Toxicology, 2003).

Er verscheen maar één artikel dat de invloed van de matraszachtheid op de slaap besprak. 12 getrouwde stellen mochten een ‘pressure-relief’-matras proberen, dat is een matras waarin geen ongewenste hoge krachten op het liggende lichaam kunnen ontstaan (W. Vaughn McCall in Applied Ergonomics, 2012) . Het stuk liet de ‘roll over frequency’ buiten beschouwing en leverde ook verder niet veel op maar is toch interessant. Er blijken dunne matten te zijn die zijn samengesteld uit grote hoeveelheden druksensoren, elk zo’n 1 cm2 groot, die precies in beeld brengen hoe groot de druk is die de slaper op zijn matras uitoefent. Op een heel zachte matras zijn de waarden overal laag, maar op een harde matras kan die druk lokaal (onder heup en schouders) tamelijk hoog zijn, en in het bijzonder geldt dat natuurlijk voor kampeermatjes op bevroren grond. Uit empirisch onderzoek blijkt dat de capillaire vaatjes in de huid worden dichtgedrukt als op die huid een hogere druk wordt uitgeoefend dan 30 mm kwikdruk, dat is 0,04 kg/cm2. Het plaatje hiernaast toont een mevrouw in zijligging op een gewoon matras. In de oranje zone is de druk bijna 60 mm kwik, 0,08 kg/cm2.

Er is reden om aan te nemen dat de heupdruk bij kampeermatjes op bevroren grond wel twee keer zo hoog is. Dat de heup na een half uur steenkoud is heeft dus twee oorzaken: het matje wordt samengeperst en verlies lokaal zijn isolatie én de capillairen in de heuphuid worden dichtgedrukt. Hier moet een oplossing voor komen.

    • Karel Knip