Kiruna, ondermijnde stad

geologie

De nieuwe riolering ligt er al. De Zweedse mijnstad Kiruna maakt zich op voor een grootschalige verhuizing, zodat de ijzerertswinning kan blijven doorgaan.

Gemma Venhuizen

Een dreun, midden in de nacht. Een doffe klap. Een kat schiet weg onder een auto, vogels vliegen op.

Verder niets. Geen gillende sirenes, geen Zweden die op pantoffels de straat op rennen. Iedereen in Kiruna slaapt rustig verder. Zo’n klap is vaker te horen, tenslotte. Elke nacht op exact hetzelfde tijdstip.

De klok op het stadhuis geeft 01.15 uur aan. Achter de toren is het silhouet van Kirunavarra te zien: de berg van de korhoen. De naam die de Samen al in de achttiende eeuw bedachten en die de Zweden in ere hielden toen ze de berg in 1890 kochten. De hutjes van de Samen moesten het veld ruimen voor een ijzermijn. Aan de voet van de berg werd Kiruna gebouwd, de noordelijkste stad van Zweden. Een stad die tegenwoordig zo’n 23.000 inwoners telt. Een stad, bovendien, die letterlijk ondermijnd wordt – en daarom op het punt staat te verhuizen.

Het is de grootste aaneengesloten hoeveelheid ijzererts ter wereld, de ertsader van Kiruna. Tachtig meter dik; minstens vier kilometer lang. De precieze lengte hebben geologen nog niet eens kunnen achterhalen. Wel weten ze de richting: de ader helt onder een hoek van ongeveer zestig graden richting oosten – tot pal onder het centrum van Kiruna.

Onder de stad bevindt het ijzererts zich op een diepte van zo’n 1.500 meter. Het huidige basisniveau van de mijn ligt op 1.045 meter diepte – maar niet lang meer. Enkele jaren geleden besloot mijnbouworganisatie LKAB uit te breiden tot 1.365 meter diepte. Er zullen nieuwe mijngangen worden gegraven en in de plafonds daarvan worden dagelijks gaten geboord en met springstof gevuld; ’s nachts wordt de lading tot ontploffen gebracht.

In de ochtend worden de brokken ijzererts via verticale schachten naar het basisniveau getransporteerd. Onder invloed van de zwaartekracht breken de brokken in kleinere, decimetergrote stukken, die per lift richting oppervlak worden vervoerd. Daar wordt het ijzer van het restgesteente gescheiden en vindt verdere bewerking en transport plaats. Op die manier wordt 76 ton ijzererts per etmaal gewonnen; sinds 1890 heeft de Kiruna-mijn al ruim een miljard ton erts opgeleverd.

De explosies veroorzaken de nachtelijke knallen die in Kiruna klinken – en elke klap brengt het einde van de stad dichterbij. Door het mijnen ontstaan holtes; de overliggende bodem kan niet blijven zweven en verzakt, met scheurvorming als gevolg.

“Het verzakken van de bodem gaat geleidelijk”, vertelt Anders Lindberg, manager bij LKAB. “Er ontstaan niet plotseling metersdiepe gaten. Het is een traag, geleidelijk proces, maar onvermijdelijk. Langzaam bereiken de scheuren de stad. Voordat het zover is, willen we Kiruna verhuizen.”

Noord-Zweeds Klondike

Oorspronkelijk was Kiruna juist bedoeld als permanente vestigingsplaats. Een voorbeeldstad moest het worden. Kort na de ontdekking van de ijzerertsader waren mensen van heinde en verre naar het gebied getrokken om hun geluk te beproeven. De streek dreigde uit te groeien tot een Noord-Zweeds Klondike – het aantal gokverslaafden en alcoholisten groeide gestaag. Geoloog Hjalmar Lundbohm was door het bestuur van mijnbouworganisatie LKAB gevraagd orde op zaken te stellen. Binnen enkele jaren werd Kiruna gebouwd, een stad die aan talloze generaties mijnwerkers onderdak zou bieden. Althans: dat was het plan.

De eerste decennia verliepen voorspoedig. De mijn en de stad floreerden en er werd een spoorlijn aangelegd (in 1902) om het ijzer te transporteren. Stukje bij beetje groeven mijnwerkers Kirunavarra af, tot de ertsader bovengronds niet rendabel meer was. In de jaren vijftig begon de grootschalige ondergrondse mijnbouw in Kiruna. Vanaf dat ogenblik traden bodemdeformaties op.

Als een complete verrassing kwam de verzakking niet. Al sinds 1907 was de hellingshoek van de ijzerertsader bekend. Er waren zelfs stemmen opgegaan om Kiruna op een andere locatie te bouwen. Maar destijds ging de mijnbouw veel trager dan nu – de stad zou nog lang geen gevaar lopen, vermoedde men.

Maar al in de jaren zeventig moest een buitenwijk van Kiruna worden ontruimd die tussen het spoor en de mijn lag. In 2008 moest een deel van het meer Luossajärvi worden gedraineerd, omdat het boven de mijn lag. Enkele jaren daarvoor al, in 2004, waren stadsbestuur en LKAB begonnen aan een plan dat de stad moest redden: een verhuizing in fasen.

Snelheid was geboden. Binnen dertig jaar zou zeker 10 procent van de stad recht boven de mijn liggen – zo’n 3.000 huizen zouden onbewoonbaar zijn. Toch werd pas in het najaar van 2011, in een overleg tussen gemeenteraad en LKAB, de definitieve locatie van het nieuwe Kiruna bepaald: het oosten. Jarenlang was gedacht dat de verhuizing richting noordwesten plaats zou vinden, tot bleek dat LKAB ook daar mogelijk wil mijnen.

Inmiddels zijn de voorbereidingen in volle gang. De aanleg van een nieuw waterleiding- en elektriciteitnetwerk – gevoelig voor bodemdeformatie – heeft prioriteit. De nieuwe riolering is al afgerond.

Eind 2012 komt de nieuwe spoorlijn in gebruik – de oude bevindt zich in de gevarenzone. LKAB heeft intussen 313 appartementen in de westelijke woonwijk Ullspiran opgekocht. Voor de bewoners wordt op korte termijn vervangende woonruimte gebouwd. Ook het huidige ziekenhuis en het treinstation worden met de grond gelijkgemaakt. De LKAB-mijngebouwen zullen geen hinder ondervinden van de verzakking – die bevinden zich ten westen van de ertsader.

Het lastigst zijn de monumenten: de kerk, het huis van Hjalmar Lundbohm en de ‘inktpothuizen’, houten arbeidershuizen uit begin twintigste eeuw die hun naam danken aan hun typerende vorm. Die moeten daadwerkelijk verhuisd worden, met behulp van enorme vrachtwagens.

Opzichter Göran Olovsson, die de verhuizing van Kiruna namens LKAB begeleidt: “Momenteel buigen we ons over de logistieke kant: elektriciteitspalen moeten worden verwijderd, bomen gekapt, wegen ontdaan van obstakels om de verhuiskaravaan ruim baan te geven.”

Gelukkig zijn de meeste monumenten van hout: makkelijk te demonteren. Zo niet het stenen stadhuis van Kiruna. Gebouwd in 1962 en in 1964 tot mooiste gebouw van Zweden gekozen, maar nu gedoemd te verdwijnen. Het monument sparen is te duur.

Magnetiet

Dat verhuizen en herbouwen is niet alleen een hoop gedoe; het kost ook handenvol geld. Alleen al in 2010 investeerde LKAB 3 miljard Zweedse kronen (340 miljoen euro) en er komen in de toekomst nog miljarden kronen bij. De hele verhuizing moet door LKAB betaald worden, zo schrijft de Zweedse wet voor.

Het lijkt haast voordeliger de winning te stoppen. IJzererts genoeg op de wereld – waarom zoveel moeite doen voor die ene mijn in Kiruna?

“Dat komt grotendeels door de hoeveelheid”, vertelt Lindberg. “Zo’n grote ader is waardevol.” De kwaliteit van het Kiruna-erts is bovendien uitzonderlijk, zowel vanwege het hoge ijzergehalte (gemiddeld boven de 60 procent) als vanwege de samenstelling. IJzer in ertsen komt meestal voor als hematiet. Door verhitting kan daaruit ruw ijzer worden gewonnen. Kiruna-erts bevat magnetiet in plaats van hematiet. Dat lijkt nadelig, omdat het alsnog in hematiet moet worden omgezet, maar tijdens dat omzetten komt energie vrij.” Daardoor is minder externe energie nodig bij de ijzerwinning.

Daardoor is minder externe energie nodig. Gunstig vanuit financieel opzicht en goed voor het milieu, vanwege de verminderde hoeveelheid fossiele brandstoffen.

Naast het hoge rendement is er nog een reden om de ijzerertswinning niet stop te zetten. Zo’n 2.000 inwoners werken bij LKAB; een veel groter aantal is indirect bij het bedrijf betrokken. Van de cateraars die de lunch verzorgen tot de kledingzaken die overalls fabriceren. Lindberg: “Dat het zo goed gaat met Kiruna, is aan de ijzerwinning te danken. En de inwoners weten dat.”

Inspraakavonden

Inderdaad is er vrijwel geen protest merkbaar. In 2009 bleek uit een onafhankelijke enquête dat 96 procent van de bewoners vol begrip is voor de stadsverhuizing. Opzichter Olovsson: “Natuurlijk gaat het mensen aan hun hart als ze weten dat de wijk waarin ze zijn opgegroeid op de schop gaat. Niet de logistieke, maar de menselijke kant van de verhuizing vormt voor ons de grootste uitdaging: hoe zorgen we ervoor dat iedereen zich erin kan vinden? Rendierherders maakten zich bijvoorbeeld zorgen dat de nieuwe spoorlijn hun bestaande trekroutes zou blokkeren. Daarom leggen we speciaal voor hen een spoorviaduct aan.”

Gunnar Selberg van oppositiepartij Centerpartiet vindt dat gemeenteraad en LKAB de bevolking meer had moeten betrekken bij het bepalen van de nieuwe locatie. “Dan waren we er zeker van geweest dat uiteindelijk het beste alternatief zou worden gekozen. Nu zijn sommige dingen nog erg vaag. Ik vraag me bijvoorbeeld af hoe LKAB kan garanderen dat de huizen in het toekomstige Kiruna evenveel waard zijn als de huizen die moeten verdwijnen. Of hoe ze ervoor willen zorgen dat winkeliers op korte termijn al richting oosten vertrekken, wanneer daar nog nauwelijks mensen wonen.”

Stadsarchitect Thomas Nylund verwacht juist veel van de make-over van Kiruna. “Bij het ontwerpen van een nieuwe stad kun je allerlei innovatieve technologieën toepassen. Vanuit de hele wereld zullen stedenbouwkundigen die ontwikkelingen hier met grote interesse volgen. Kiruna kan uitgroeien tot een voorbeeldstad.” Aan de universiteit van Lulea loopt zelfs een EU-gefinancierd project waarin wordt gefocust op de toekomstige inrichting van Kiruna. Zo is er sprake van een gondelbaan die een groot deel van het busverkeer kan vervangen – efficiënt en nog relatief milieuvriendelijk ook.

Zo wordt stap voor stap toegewerkt naar een Kiruna 2.0 dat in 2033 klaar moet zijn.

Lindberg: “Tot die tijd zorgt LKAB ervoor dat de bewoners nergens van wakker hoeven te liggen.” Hooguit van wat nachtelijk gedreun.

    • Gemma Venhuizen