Kavels te koop

Een huis naar eigen ontwerp? Amsterdam biedt bouwkavels te koop aan. ‘De tijd van massawoningbouw is voorbij’, zegt de wethouder.

Krijgt Carel Weeber dan toch gelijk? In 1997 lanceerde hij zijn plan voor het Wilde Wonen: iedere Nederlander die dat wilde moest zijn eigen woning kunnen bouwen. Het leek een succes te worden toen staatssecretaris Volkshuisvesting Remkes in 2001 bepaalde dat eenderde van alle nieuwbouwwoningen door particulieren moesten worden gebouwd. Maar uiteindelijk liep het Wilde Wonen toch vast: Remkes oekaze bleek een slag in de lucht. De meeste bouwgrond was in handen van projectontwikkelaars die niet van plan waren die te verkopen aan eigenbouwers.

Maar het enfant terrible van de Nederlandse architectuur bleef erin geloven. „Individualisering is toch de onontkoombare trend”, zei Weeber in 2004. „Vroeg of laat wordt Nederland net als de rest van de wereld, waar Wild Wonen heel gewoon is. Het is net als met de sociale woningbouw. Het duurde vijftien jaar voor die na de invoering van de Woningwet van 1901 van de grond kwam. Het duurt misschien ook vijftien jaar om de massawoningbouw te vervangen door Wild Wonen.”

En zie, precies vijftien jaar na het ontstaan van Weebers plan, wil nu ook de gemeente Amsterdam eigenbouw ruim baan geven. Van de 4.000 woningen die Amsterdam het komende decennium jaarlijks wil bouwen, moet een kwart uit eigenbouw bestaan. Hiermee treedt Amsterdam in de voetsporen van Almere, een van de weinige gemeenten in Nederland die wel eigenaar van bouwgrond zijn. Na de komst in 2006 van het ex-PvdA-kamerlid Adri Duivesteijn als wethouder Duurzame Ruimtelijke Ontwikkeling werd Almere de hoofdstad van het Wilde Wonen. In de komende decennia wil Almere 20.000 van de 60.000 te bouwen woningen door particuliere opdrachtgevers laten bouwen. Als fanatiek aanhanger van het Wilde Wonen vindt Duivesteijn niet alleen dat eigenbouw een burgerrecht is, maar ook dat het betere en duurzamere steden oplevert dan de vinexwijken van projectontwikkelaars.

In het Amsterdamse Wilde Wonen zijn pragmatisme en ideologie met elkaar verenigd. „De Nederlandse woningbouwmachine is vastgelopen”, legt Maarten van Poelgeest, wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, Klimaat en Energie uit in een kamer in de Stopera in Amsterdam. „Projectontwikkelaars en woningcorporaties zijn na 2008 aanzienlijk minder woningen gaan bouwen. Ze krijgen de financiering van de woningbouw nu moeilijk rond. Zo halen we de gewenste 4.000 woningen per jaar niet. En die zijn echt nodig: Amsterdam groeit jaarlijks met zo’n 10.000 inwoners en de woningmarkt is overspannen. Maar het is niet alleen om de woningbouw uit het slop te halen dat we nu zelfbouw de ruimte geven. Ik geloof ook dat de diversiteit en kleinschaligheid van eigenbouw betere steden opleveren.”

Borneo

Amsterdam zet niet al zijn kaarten op zelfbouw. „Projectontwikkelaars en corporaties zullen blijven bouwen”, zegt Van Poelgeest. „Maar de tijd van massawoningbouw is voorbij. Kleine projecten van zo’n tien woningen hebben de toekomst.”

Helemaal zonder ervaring met eigenbouw is Amsterdam niet in het recente verleden. Op het voormalige haveneiland Borneo, waar in de jaren voor en na 2000 een nieuwbouwwijk met ‘laagbouw in hoge dichtheid’ werd gebouwd, was een strook kavels bestemd voor eigenbouw. Ondanks de regels voor bouwhoogte en de verplichting om met een architect te bouwen, leverde de eigenbouw hier een variatie in huizen op die vergelijkbaar is met die in de beroemde zeventiende-eeuwse grachtengordel. Het succes werd geprolongeerd in de Amsterdamse Vinexwijk IJburg, waar het Steigereiland grotendeels bestaat uit zelfgebouwde woningen. Ze zijn ‘wilder’ dan die op Borneo: hier hoefde de kaveleigenaren niet met een architect te bouwen en golden geen welstandsregels.

Om de zelfbouw nu op grotere schaal van de grond te krijgen, heeft de gemeente Amsterdam verspreid over de stad tientallen gebieden aangewezen waar zelfbouwers, individueel of in groepsverband aan de slag kunnen. In de Houthavens in Amsterdam-West, in Noord, het Zeeburgereiland en Zuidoost, is de verkoop van kavels al begonnen. De prijzen van de kavels variëren per gebied en zijn in deze gebieden weer afhankelijk van de ligging: voor een kavel in Noord moet minimaal 100.000 euro worden betaald voor vijftig jaar erfpacht, die op het Zeeburgereiland gaan tussen de 220.000 euro en 330.000 kosten.

„Het gaat hard”, zegt Angelique Bor, projectleider zelfbouw van de gemeente Amsterdam. „Voor de kavels op het Zeeburgereiland stonden de kopers eind oktober letterlijk in de rij. En de achttien kavels in Noord zijn nu allemaal in optie genomen.”

Voor de nieuwe generatie eigenbouw in Amsterdam zijn zo min mogelijk regels gesteld. „De kopers hoeven niet te werken met een architect, maar we raden het ze wel aan”, legt Bor uit. „Regels verschillen per plek. Voor het Zeeburgereiland zijn er alleen regels voor de bouwhoogte (maximaal vier verdiepingen voor individuele woningen) en voor de rooilijn, zodat de huizen net als boeken in een boekenkast op een rij komen te staan. En parkeren moet op eigen terrein worden opgelost. Maar voor materialen en architectuurstijl bestaan geen regels en er is geen welstand.”

Toch kleven er nog wel problemen aan de Amsterdamse zelfbouw. „Nu ligt er tussen het begin van een plan en de voltooiing ervan gemiddeld negen jaar”, zegt Van Poelgeest. „Dat is veel te lang, dat moet echt korter. De verkorting van de procedures voor vergunningen en bouwen vereist de nodige creativiteit van de gemeente. Ik ben ook heel benieuwd met welke plannen de eigenbouwers komen om tot de dichtbebouwde stad te komen die we willen. Maar ik denk wel dat dit allemaal lukt. Eigenbouw in Amsterdam móet lukken, we hebben geen alternatief.”

Vreemd genoeg is Carel Weeber pessimistischer over het Wilde Wonen dan in 2004. Juist nu ook Amsterdam, dat grond bijna altijd in erfpacht uitgeeft, aan grootschalig Wild Wonen begint, denkt hij dat het nog wel even duurt voor het in Nederland echt van de grond zal komen.

„Zoals Nederland ooit als de laatste kolonialist de slavernij afschafte, zo loopt het nu in de woningbouw mijlenver achter”, e-mailt Weeber uit Curaçao, waar hij sinds een aantal jaren woont en bouwt. „Het Wilde Wonen is geen financieel maar mentaal probleem. Voor het echt doorbreekt zijn jullie vijf jaar verder. Stel dat de Nederlandse particulier zin in het Wilde Wonen krijgt, zijn jullie dan voorbereid, zijn regelgeving en planningsmethoden aangepast? Gaan ontwikkelaars echt eerst straten en openbare ruimte aanleggen, en vervolgens de bouwpercelen verkopen en door particulieren laten bebouwen? Zijn er voldoende van deze bouwlocaties beschikbaar, zijn er genoeg kleine aannemers en willen de architecten zowel ontwerpen als bouwen? Zijn al die overtollige gemeenteambtenaren naar huis, is de architectuurpolitie al afgeschaft? Ik weet zeker van niet.”

    • Bernard Hulsman