Kapelaan tussen voetballers, zwervers en jeugd

Op spannende momenten stak kapelaan Leo (‘Lei’ op z’n Limburgs) Brueren een kaarsje aan voor VVV. Dat de Venlose voetbalclub een dag na de uitvaart van de geestelijke thuis met 2-1 van Feyenoord won is volgens sommigen dan ook geen toeval. Op voorspraak van Brueren in de hemel moet degradatie voorkomen kunnen worden.

De kapelaan was als kind een sportieveling. Hij ging al skiën in Sankt Anton toen wintersport nog was voorbehouden aan de jetset. Hij maakte als voetballer het begin van het betaald voetbal in Nederland mee. Brueren was aanvoerder van een kapelaanselftal dat benefietwedstrijden speelde ten bate van de missie. Zijn spel hield hij op peil door mee te trainen met de grote clubs in die dagen. In zijn tijd als zielzorger in Stein stond hij bij Fortuna ’54 in Geleen op het veld met Cor van der Hart. Na zijn overplaatsing naar Venlo oefende hij bij VVV met Faas Wilkes en Wiel Teeuwen. „Hij was geen groot voetballer, wel een groot mens”, zegt Wiel Teeuwen. Brueren werd later adviseur en bestuurslid bij VVV. Hij sprak nog op de nieuwjaarsreceptie. Teeuwen: „Hij had oog voor het welzijn van mensen, hielp nieuwelingen aan onderdak, informeerde naar de thuissituatie van mensen. Zo nam hij ook de niet-katholieken voor zich in.”

De oorlog vormde een keerpunt in het leven van Brueren. De strijd tussen geallieerden en Duitsers liet weinig heel van zijn geboortedorp Velden. Het geweld trok sporen in zijn geloof, „maar er bleef genoeg over”. Brueren worstelde lang met zijn priesterroeping. God en de mensen wilde hij dienen. Een rol als functionaris van de kerk stond hem tegen. Niet het instituut had wat hem betreft het laatste woord, maar het geweten van de mens.

De vernieuwingen in het kader van het Tweede Vaticaans Concilie kwamen voor hem als een opluchting. Brueren begon in Venlo in 1965 een jongerenkerk, waar jazz, pop en theater het orgel, Gregoriaans en traditionele liturgie vervingen. Meer behoudende krachten gruwden van ‘circus Brueren’. „Zelf deed hij er alles aan om binnen de kerk te blijven”, weet Dries Hoeckx, destijds betrokken bij de jongerenkerk. Hij en andere jongeren omarmden de nieuwe plek. „Op den duur zijn de banken uit de kerk gesloopt. Er waren alleen nog staanplaatsen. Acht-, negenhonderd bezoekers per mis, dat was gewoon.”

Brueren zette zich ook in voor vluchtelingen en daklozen. Voor de laatste groep creëerde hij begin jaren tachtig een opvang. Door regels en bureaucratie liet hij zich niet tegenhouden. Promotie tot pastoor of aanstellingen elders hield hij af. Bruerens plek was tussen de mensen. „Meespelen in het orkest der liefde, zoals de concertmeester uit Nazareth het voordeed.” Zo bleef hij tot het laatst kapelaan.

Brueren overleed donderdag 12 januari aan een hartstilstand. Na de dienst werd hij door Venlose dak- en thuislozen de kerk uitgedragen.

Paul van der Steen