Hoop is gebrek aan vertrouwen

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ieder mens leeft met duizend vragen. Antwoorden vind je alleen in jezelf – niet daarbuiten. Zo sta ik in het leven.

„De meeste ouders leren hun kinderen dat ze bang moeten zijn. Pas op voor auto’s, anders… Doe je best op school, anders… Ga braaf naar je werk, anders… Steeds is de boodschap dat het gevaar van buiten komt. Mensen leren daardoor niet zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen doen en laten, nee, ze leven met allerlei creaties die zogenaamd gevaarlijk zijn en dus angst oproepen.

„Van generatie op generatie wordt die basale angst doorgegeven. Zelf kom ik uit een streng katholiek gezin. Als kind voelde ik me niet bevestigd of geaccepteerd in wat ik deed. Achteraf besefte ik dat ik me afgewezen voelde, wat me verlamde. Toen ik een jaar of twintig was, drong tot me door: een leven vol dogma’s en taboes, da’s niks voor mij.

„Weer twintig jaar later kwam aromatherapie op mijn pad. Vier jaar lang heb ik daarin opleidingen gevolgd. Het is een natuurlijke geneeswijze, waarbij geuren contact maken met het limbische systeem in je hersenen. Daar, in onze ‘geurhersenen’, liggen de geuren opgeslagen, elk gekoppeld aan een bepaalde herinnering. Als we ruiken, maken we dus contact met eerdere geurbelevingen, wat van invloed is op emoties. De werking is wetenschappelijk bewezen, maar een wondermiddel is het niet. Tegelijk moet je ook bereid zijn jezelf te dragen en te verdragen. En niet: alles wat moeilijk is uit de weg gaan. Niet: de schuld bij iets of iemand anders leggen.

„Ik ben nu bezig met de afronding van mijn leven. Geuren helpen me daarbij. Citrusgeuren maken me rustig. Door aardgeuren, extracten van allerlei wortels, vloeit de spanning weg uit mijn lijf. Wat niet wil zeggen dat ik de hele tijd aan flesjes lig te ruiken. Natuurlijk heb ik ook m’n momenten van verdriet. Dan huil ik, dan laat ik de tranen gewoon stromen.

„Onafhankelijk zijn, autonoom zijn – voor mij is dat de essentie van het leven. In de afgelopen twee maanden hebben mensen tegen me gezegd: ik hoop toch zo dat je een wonder overkomt. Dat is lief bedoeld, maar ik zie dat toch anders. Hoop is gebrek aan vertrouwen. Ik denk niet: ik ben dodelijk ziek en stiekem hoop ik dat ik beter word. Ik denk: ik ben niet ziek, ik ga alleen maar dood. Strikt genomen klopt dat ook. Ik ben door de hele medische molen gehaald en ik ben kerngezond; afgezien dan van die tumoren in m’n hoofd waaraan ik doodga.

„Een maand of drie geleden riep ik nog: nóóit wil ik hulpbehoevend worden, ik zorg ervoor dat ik op tijd uit het raam spring. Maar nu het opeens zover is gekomen, kan ik dat niet eens; ik ben halfzijdig verlamd. Ik zou me mentaal hiertegen kunnen verzetten, maar dat heeft geen enkele zin. Ik heb mezelf eraan overgegeven dat ik compleet word verzorgd en vertroeteld, en dat voelt goed.

„Het verdriet van mijn man, mijn kinderen, van mensen om me heen – dat vind ik het moeilijkst om mee om te gaan. M’n tweede dochter is zwanger. Ik zal er niet meer zijn als mijn eerste kleinkind in mei wordt geboren. Dat is treurig, ja.

„Voor mijn familie is het niet makkelijk over mijn dood te praten. Met elkaar bespreken we alle regeldingen rondom mijn crematie. Ik hoop dat ze op die manier ook een beetje kunnen wennen aan het idee dat ik er over een paar weken niet meer ben.

„We hebben besproken wat er na de crematie met mijn as moet gebeuren. Mijn man wil een beetje bewaren. Ooit wil hij ook gecremeerd worden, waarna de kinderen onze as kunnen mengen en ze ons samen ergens kunnen uitstrooien. Mijn zoon en een schoonzoon willen een beetje as met pigment laten mengen, waarmee ze vervolgens een tatoeage laten zetten. Mijn dochters willen wat as in een sieraard laten verwerken.

„Bewust heb ik ervoor gekozen m’n leven niet thuis af te ronden. Ik heb een schat van een man, maar hij is nogal gesteld op z’n privacy. Het zou niks voor hem zijn: de hele tijd maar familie en vrienden en verzorgers om ons heen. Dat zou mij dan weer nerveus maken. Hier in het hospice heb ik helemaal mijn eigen plek, hier kan ik precies laten weten hoeveel drukte ik aankan en hoeveel rust ik nodig heb. Ik heb de ideale plek gevonden om naar het einde toe te leven.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord

    • Gijsbert van Es