'Griekenland gaat allen aan'

Interview met het nieuwe ECB-directielid, de Belg Peter Praet

Peter Praet, executive board member of the European Central Bank (ECB), speaks at the Federal Reserve Bank of Chicago's 14th Annual International Banking Conference in Chicago, Illinois, U.S., on Thursday, Nov. 10, 2011. Praet said the ECB isn't authorized to purchase sovereign bonds to support debt-strapped euro-region governments. Photographer: Tim Boyle/Bloomberg *** Local Caption *** Peter Praet Bloomberg

Toen in januari bekend werd dat Peter Praet hoofdeconoom zou worden bij de Europese Centrale Bank, kreeg hij meteen het etiket ‘compromisfiguur’ opgeplakt. Voorheen was het ECB-directielid met economie in zijn portefeuille altijd een Duitser. Maar ditmaal, zei men, wilden twee nieuwkomers in de directie deze belangrijke post: Duitser Jörg Asmussen en Fransman Benoît Coeuré. Dus, schreven commentatoren, benoemde ECB-president Mario Draghi maar een Belg.

Praet (Herchen, 1949), voormalig bestuurslid van de Belgische Nationale Bank, heeft die verhalen ook gelezen. „Ik vind het een beetje jammer”, zegt hij, „dat zoveel mensen daar puur een kwestie van nationaliteiten van maakten.”

Dat is nog vriendelijk uitgedrukt, voor een man die op grond van competenties en reputatie al eerder lid had kunnen worden van de ECB-directie, maar tweemaal (in 2004 en 2010) door Europese regeringen werd gepasseerd omdat hij de verkeerde nationaliteit had. En in Praets geval is nationaliteit écht een relatief begrip. Achter zijn Belgische paspoort schuilt een multicultureel mens. Tijdens dit interview – het tweede sinds zijn aantreden vorige zomer – switcht hij voortdurend tussen Nederlands, Engels, Frans en Duits. Dat komt niet alleen doordat Praet, een extraverte en joviale man, al zolang in internationale financiële circuits meedraait. Het zit hem ook in de genen. Tot zijn zeventiende woonde de Franstalige Praet op een Belgische legerbasis in Duitsland, waar zijn vader arts was. Zijn moeder was Duitse. Hij keek Duitse tv, ging in het weekend op Duits familie-bezoek. Hij kreeg, zegt hij met een grijns, zeker iets van de Duitse ethiek mee: „Nooit schulden hebben, bijvoorbeeld. Ik ben opgevoed met het idee dat een schuld slecht is.”

Even testen: staat u nooit rood?

„Op mijn creditcard niet, nee.”

Zegt u dit ook om Duitsers gerust te stellen? Zij hebben, zoals meer noordelingen, het gevoel dat zuiderlingen de ECB beginnen te domineren.

„Welnee. Ten eerste betekent het weinig, omdat onze besluiten collectieve besluiten zijn. Zo bereid ik het periodieke rentebesluit voor. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: alle zes directieleden en zeventien nationale bankpresidenten hebben evenveel stem. Ze zijn onafhankelijk. We hebben stevige discussies, urenlang soms. Ze hoeven mijn advies niet over te nemen. Ten tweede is het wellicht goed dat ik een multiculturele achtergrond heb. Cultuur is het resultaat van een lange geschiedenis. Als je voor een Europese instelling werkt is het goed deze dingen te begrijpen. Dan kun je je inleven. Juist nu.”

Valt de eurozone steeds meer uiteen in noord en zuid?

„Elke maatschappij heeft eigen culturele en historische erfenissen en reageert anders op schokken. Daardoor lijkt de eurozone in de crisis meer heterogeen. Groeicijfers zijn anders. Kwetsbare punten verschillen in elk land. Het soort schuld is in elke lidstaat anders. Het ene land heeft een hoge privéschuld – bij banken, of juist bij huishoudens – een ander meer publieke schuld. Net als grote landen als Amerika moeten wij daarmee in één monetaire zone omgaan. Dat is niet altijd makkelijk.”

Verstrekte de ECB daarom in december zo’n grote banklening?

„Soms moet je tijdelijk ongebruikelijke maatregelen nemen. Er dreigde een nieuwe credit crunch. Banken leenden bijna niet meer uit. Dat kon de economie verlammen. Ook veroorzaakte de schuldencrisis een zogeheten flight to safety: beleggers verkochten, uit vrees, staatsobligaties uit bepaalde landen en kochten Duitse of Nederlandse obligaties. Sommige zuidelijke landen betalen hoge rentes, terwijl rentes in Duitsland of Nederland zeer laag zijn. Vóór de crisis werd geld vanzelf gerecycled van landen met veel deposito’s naar landen die financiering nodig hadden.”

U bedoelt: Duits en Nederlands spaargeld werd in Spaanse bouw of Griekse obligaties gestoken?

„Ja. Dat gebeurt nu bijna niet, omdat beleggers in bepaalde landen niet durven investeren. Dus lenen banken in overschotlanden en banken in tekortlanden elkaar weinig geld meer. Nu zit de ECB daartussen.”

Nederland zegt: onze lage rente bewijst dat wij het goed doen.

„Dat is deels waar, maar het komt ook doordat beleggers overreageren. Zo zwart-wit is het niet. Ook Nederland staat voor uitdagingen. Kijk naar de hypotheekmarkt en de schulden van huishoudens. Ik bespreek dat met Klaas Knot. Hij is nog maar kort president van De Nederlandsche Bank maar we kennen elkaar al lang. Wij overlegden vaak in Basel, namens onze banken, over financiële regels.”

Als elk land een ander soort schuld heeft, waarom helpt de ECB dan wel banken en geen overheden?

„Dat laatste is nadrukkelijk verboden door het Europese verdrag. Elk land is verantwoordelijk voor de eigen begroting. Wij kunnen en willen niet direct staatsobligaties opkopen. Op die principes is de ECB gebouwd. De waarde daarvan wordt in crisistijd getest, niet in rustige tijden.”

Staatsobligaties direct opkopen beëindigt de crisis in één klap.

„Vooral Angelsaksische economen zeggen dat. Amerika en Groot-Brittannië doen dit, maar hun politieke stelsel is anders. Wij hebben te maken met onafhankelijke staten die één munt delen. Monetarisering van de schuld is voor regeringen van eurolanden geen optie. Dat kan tot inflatie leiden. Landen die op te grote voet leefden en noodzakelijke hervormingen uitstelden, moeten nu bezuinigen. Excessieve schuld reduceren. Dat is lastig: hoe snel kun je gaan in een recessie? Je moet zorgen dat je de groei niet teveel afremt. Daarom zijn onze leningen aan banken zo belangrijk. Als overheden bezuinigen is het cruciaal dat banken krediet blijven geven aan gezinnen en bedrijven. De leningen voor drie jaar die we in december verstrekten, voor netto ruim 200 miljard euro [bruto 489 miljard], zijn een klassieke ECB-operatie. De maatregelen golden voor alle banken in alle eurolanden, al leenden banken uit Spanje en Italië relatief meer. Door die actie, die we 29 februari herhalen, hebben we het risico vermeden dat extreme scenario’s in werking treden. Het gaf lucht. De markten reageerden positief. Er zijn méér positieve factoren. Italië voert stevige hervormingen door. Spanje hervormt het bankwezen en de arbeidsmarkt. Zo speelt vrijwel iedereen de rol die hij moet spelen, ECB en lidstaten.”

Waarom wordt het probleem-Griekenland maar niet opgelost?

„Het nieuwe programma met hervormingen en bezuinigingen, waarover de trojka en de Griekse regering vorige week een akkoord sloten, is pittig maar beheersbaar. Maar er moet steun zijn van de Griekse bevolking. Er zijn twijfels over de uitvoering van maatregelen tot nog toe.”

Volgens de trojka, waarvan de ECB deel uitmaakt, functioneert de Griekse staat niet goed. Hoe kunnen ze dan hervormen?

„Het zal een tijd duren voor het land op orde is. Tegelijkertijd krijgt de Griekse bevolking ook een overdreven indruk van wat haar wordt opgelegd: omdat afgesproken maatregelen niet zijn uitgevoerd, krijgen mensen die steeds opnieuw over zich afgekondigd. Dit verklaart mede waarom ze klagen en protesteren. Dit verklaart ook het wantrouwen van andere eurolanden.”

Dragen die geen schuld?

„Europa kan de hervormingen niet voor de Grieken uitvoeren. Het is hún verantwoordelijkheid. Dat is soevereiniteit.”

Verontrust het u dat noordelijke eurolanden strenger worden?

„Er is ontgoocheling in de hele eurozone, niet alleen het noorden. Iedereen ziet de negatieve consequenties van het Griekse probleem. Maar dat is geen debat tussen noord en zuid. Wat er in één land gebeurt, gaat allen aan. Soms hebben landen daar wat voordeel van, zoals met de dalende rentes in Duitsland en Nederland. Tot de ‘negatieve externaliteiten’ hoort onzekerheid. Die onzekerheid is juist groot in Spanje en Portugal.’’

Volgens eurocommissaris Neelie Kroes is er „geen man overboord’’ bij een Griekse exit uit de euro. Wat vindt u van die opmerking?

„Die is niet constructief.”

En verder?

„Verder geen commentaar.”

De Duitse minister Schäuble zei ook dat besmettingsgevaar klein is, omdat er nu een firewall staat.

„De ECB heeft er altijd voor gepleit om zo snel mogelijk het tijdelijke noodfonds EFSF en het permanente fonds ESM operationeel te maken. Wij vonden dat dit te traag ging.”

De ECB wilde nooit meedoen aan een herstructurering van Griekse schuld. Nu wil ze toch een bijdrage leveren. Vanwaar die omslag?

„Er is geen omslag. De ECB heeft altijd gezegd: als centrale bank doen we niet mee aan een private schuldherschikking. Dat zeggen we nog. U praat over Griekse obligaties die wij op de secundaire markt hebben gekocht tegen een lagere prijs. Zolang de Grieken betalen, maken we winst. Die gaat, net als álle winst die we maken, jaarlijks terug naar de nationale centrale banken, die het meestal doorgeven aan hun overheden.”

U zou het geld sowieso afstaan?

„Ja. Behalve dat we het dit keer transparant maken. We zetten ergens een kruisje bij: ‘Griekse winst’. Nationale overheden moeten zelf weten wat ze daarmee doen. Als zij het aan de Grieken willen lenen, is dat hun zaak.”

Kortom, de ECB stuurt niets naar Griekenland?

„Inderdaad.”

    • Caroline de Gruyter