Glimlachend wekt hij woede

Een Kamermeerderheid wilde hem de toegang tot Nederland ontzeggen. Maar hij kwam toch, en debatteerde gisteren in De Balie. En toen besteeg plots een vrouw het podium.

„Is baardmans er al?” vraagt een man in de rij voor de grote zaal van debatcentrum De Balie in Amsterdam. Hij doelt op de omstreden shariageleerde Haitham al-Haddad die deze vrijdagavond in debat gaat met GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi en journalist Kustaw Bessems. Buiten staat veel politie paraat – voor als het misgaat.

Al-Haddad, in een lang wit gewaad en wit mutsje, komt de zaal binnen. Een handvol islamitische studenten klapt, jongens met baarden en meiden met hoofddoeken. Een autochtone vrouw met een witte hoofddoek schreeuwt: „Asalaitoe wa baraktoe!” Het moet een soort zegening in het Arabisch voorstellen. Ze zal het debat nog vaak verstoren met geschreeuw.

De komst van de sjeik was niet vanzelfsprekend. Eerder deze week had een Kamermeerderheid aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) gevraagd de sjeik de toegang tot Nederland te ontzeggen. De sjeik zou opgeroepen hebben tot haat en geweld. Hij zou joden varkens hebben genoemd. Al-Haddad zelf ontkende.

Dat doet hij opnieuw tijdens het debat. „Natuurlijk zijn onze ideeën fundamenteel verschillend. Maar ik heb die dingen over joden nooit gezegd. Arabisch moet je in zijn context vertalen”, zegt Al-Haddad.

Dibi en Bessems willen het hebben over een incident eerder op vrijdag. De Britse sjeik was aangeschoven bij NTR-programma De Halve Maan, een tv-talkshow over islamitische onderwerpen. Al-Haddad weigerde aan tafel te zitten met de presentator, omdat het om een vrouw ging. Deze Naeeda Aurangzeb moest vanaf de eerste rij van het publiek haar vragen stellen. „Verwerpelijk”, zegt Dibi in De Balie. „Waarom vindt u dat normaal?” vraagt hij. De sjeik legt uit dat vrouwen heel belangrijk zijn, maar dan wel vanuit hun rol als moeder. „De rol van presentatrice of zelfs celebrity past een moslima niet.”

Deze uitspraak wekt de woede van publiciste Ebru Umar, die in het publiek zit. „Waarom ben ik niet gelijk aan u, een man?” De sjeik vindt dat ze gefrustreerd is. De islamistische studenten joelen. „Ebru, Ebru! Ga gewoon aan tafel zitten!” roepen mensen in het publiek. Ze twijfelt, en loopt dan met grote passen en op hoge hakken naar de tafel. De sjeik blijft zitten. Maar, zegt hij, als zijn geloof beledigd wordt, zal hij weglopen. Dat doet hij uiteindelijk niet. Hij blijft beleefd glimlachen. En hij hoort de kritiek aan, kritiek die hij blijft weerleggen. Intussen praat hij liever over islamitisch financieren in deze tijden van crises. Bessems: „Zolang er mensen in islamitische landen gedood worden om wat ze vinden, blijf ik u hier liever vragen over stellen als u het niet erg vindt.”