Gentleman met spierballen

De XKR-S is de snelste en sterkste Jaguar ooit gebouwd. Oók te bestellen in smurfblauw.

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Jaguar XKR-S, gefotografeerd bij The Adventure in Den Bosch. Op de foto stagiar Rik Mulders

Zitten op leer en kijken naar hout. Dat is al vrijwel sinds mensenheugenis de definitie van het rijden in een Jaguar. Voor verreweg de meeste producten van het Britse roofkatmerk gaat dat nog steeds op, maar er zijn uitzonderingen op de regel. Zoals deze XKR-S, die om nog wel een paar andere redenen speciaal is in het Jaguar-programma. Hij heeft in elk geval geen hout op het dashboard, maar – zeker ook omwille van de gewichtsbesparing – aluminium in Dark Lineair-uitvoering. De stoelen zijn wél bekleed met leer en kunnen, met behulp van tal van elektromotortjes, in elke gewenste richting worden versteld. Niet onbelangrijk, een goede zitpositie, want de XKR-S is een auto waarmee zowel op de snelweg, de boulevard als op het circuit indruk kan worden gemaakt.

Ik kreeg de XKR-S mee in de huidskleur van de smurfen. Niet direct een tint die je aan een Jaguar zou toeschrijven, maar het merk heeft er dan ook voor gekozen om dit legosteentjesblauw louter toe te passen op de XKR-S. Dat de kenners daarvan op de hoogte zijn, bleek onder het rijden. Zelden zijn er zoveel camera’s (al dan niet in mobiele telefoons) op een testauto van mij gericht, terwijl het aantal opgestoken duimen hand over hand toenam. Tot soms wel twintig per dag.

Die waarderende gebaren kunnen meerdere gronden hebben. Zo is het bijvoorbeeld knap dat de Jaguar XK al ruim zes jaar vrijwel ongewijzigd op de markt is. Vorig jaar kreeg het model zijn tweede, opnieuw lichte facelift en dat heeft de grote coupé zonder meer goed gedaan. Met name de nieuwe grille is goed gelukt: het bezorgt de auto extra agressiviteit zonder dat het overdadig wordt. Het scherp gesneden maatkostuum is geen trainingspak geworden. Aan de XKR-S, als topmodel boven de toch al niet misselijke XKR, zijn bovendien wat subtiele uiterlijke wijzigingen doorgevoerd, zoals extra koelsleuven in de motorkap, een indrukwekkende achterspoiler en vier uitlaten, gevat in carbon.

Zijn prestaties dankt de XKR-S aan een (ten opzichte van de XKR) veertig pk sterkere motor, een nog wat harder afgestemde vering en demping en een carrosserie die een volle centimeter lager bij het asfalt is gebracht. Dat maakt de auto – zeker met die extra lip die er onder de voorspoiler is aangebracht – nogal gevoelig voor drempels, maar bij wat ik maar het betere bochtenwerk zal noemen, betaalt die ene centimeter zich ten volle uit.

De voorkant van de Jaguar blijft namelijk zó goed doen wat de bestuurder wil, dat je de puur achterwielaangedreven auto als het ware met het gaspedaal kunt sturen. Dat zijn weliswaar escapades die meer op het circuit thuishoren, maar het zegt veel over de enorme reserves die het XKR-S-onderstel in zich heeft.

Listig

Listig is ie ook; in een bocht met nat wegdek iets te vroeg op het gas en de achteras doet meteen een stapje opzij. Maar dat zal de geoefende chauffeur – en laten we wel zijn, een auto als deze vraagt min of meer om een bestuurder met enige rij-ervaring – alleen maar doen glimlachen. Een scheutje gas en een een handje tegenstuur brengen de auto weer op koers.

Bij de aanpassingen van vorig jaar werd ook het interieur onder handen genomen en het moet mij van het hart dat dat een beetje tegenvalt. Natuurlijk, de gebruikte materialen zijn mooi en alles zit op een logische plek, maar het dashboard valt ronduit tegen. Met twee grote klokken is het helemaal op en de benzinevoorraad wordt weergegeven met een digitaal balkje. Daar had ik toch graag een rijtje van die mooie meters met wijzertjes gezien voor koelvloeistof- en olietemperatuur, oliedruk en wat mij betreft een ampèremeter. En dan ook graag een gewoon analoog uurwerk, de XKR-S moet het nu doen met een soort Hema-klokje.

Toch beklijft een meer dan goed gevoel bij de snelste Jaguar. Een auto die zijn bestuurder (m/v) zowel bij 100, 200 als 300 kilometer per uur boeit. Het is een beetje als met Lord Brett Sinclair uit de vroegere tv-serie The Persuaders: every inch a gentleman, maar als dat nodig is kan hij rake klappen uitdelen.