Eén korps, veel problemen

Het omsmeden van de 26 politiekorpsen tot een nationaal korps verloopt problematisch. „Het centrale team is niet bezig met hetgeen de politie echt beter maakt.”

Ze houden kantoor in de Hoftoren, het hoogste gebouw van Den Haag. De toren, 142 meter hoog, telt 29 verdiepingen. De ‘kwartiermakers’ van de nationale politie zitten bijna helemaal bovenin: op verdieping 27.

Het uitzicht van de kwartiermakers is dus weids en prachtig. Maar hun afstand tot de samenleving kan amper groter zijn, vertellen mensen die het omvormen van de 26 politiekorpsen naar één nationaal korps van dichtbij meemaken. De nationale politie moet op 1 juli van start gaan, als na de Tweede ook de Eerste Kamer heeft ingestemd met het ontwerpplan. Maar bij politie en het ministerie van Veiligheid en Justitie nemen de onderlinge spanningen toe, zeggen bronnen in en rond de politietop. Crisisoverleg na crisisoverleg vindt plaats.

Een van de problemen: het vierkoppige team aangesteld door minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) om die nationale politie vorm te geven, heeft eigenlijk geen idee wat er bij ‘hun’ agenten op straat speelt. Het team, bestaand uit een oud-AIVD’er en drie politiecommissarissen, werkt volgens een betrokkene „alleen aan technocratische plannen. Ze zijn niet met de inhoud bezig, en ook niet met hetgeen de politie echt beter zou maken.”

Wat betekent dit concreet? Bijvoorbeeld dat in het ontwerpplan weliswaar staat dat er „robuuste basisteams” van agenten moeten komen, maar niet wat die dan moeten doen. Dat veel over landelijke opsporing en recherche wordt gepraat, en maar weinig over de onderdelen waarin een nationaal korps juist verbetering zou moeten brengen: betere facilitaire ondersteuning, en het op orde krijgen van de ICT, het dienstencentrum voor gebouwenbeheer en salarisadministratie. En dat agenten niet goed weten waar ze aan toe zijn: wat voor baan krijgen ze straks? Er is amper geprobeerd draagvlak te creëren, volgens een betrokkene.

Al deze punten samen wekken wantrouwen tot hoog in de politieorganisatie. „Het ontbreekt aan een echte veranderstrategie. De plannen die er nu liggen, zijn niet doordacht”, zegt iemand rond de top. Dat weten de kwartiermakers zelf ook, zegt hij, maar de politieke druk is zo groot dat ze toch doorgaan. Daarbij komt dat er weinig ruimte voor interne discussie bestaat. „Er heerst een sfeer van: Als je het niet goed doet, hak ik je kop eraf.”

De elf andere kwartiermakers – tien aanstaande regiochefs plus de chef van de landelijke eenheid – passen dus liever op met het leveren van kritiek. Zij moeten straks de tien regio’s gaan leiden waarin het nationale korps wordt onderverdeeld.

Tegelijk hebben die regiochefs net zo goed een draagvlakprobleem als het team in de Hoftoren. De regiochefs zitten stuk voor stuk in de leiding van bestaande politiekorpsen. Waarom zouden deze mensen een einde kunnen maken aan de problemen waarmee de politie de afgelopen jaren te maken had, als ze die zelf mede hebben veroorzaakt ? Problemen als de te hoge werkdruk, of een falende ICT?

Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP, wil wel iets zeggen over de twijfels die hierover leven in de politieorganisatie. „ Opstelten heeft ervoor gekozen deze mensen een kans te geven, maar wij twijfelen ook of dit nog goed komt. Ze nemen hun erfenissen uit het verleden mee. Onze politiemensen voelen zich niet door hen gesteund.”

Een illustratie van fouten van de huidige korpsleiding is te vinden in een nog niet gepubliceerd rapport van de Arbeidsinspectie. In het concept staat dat „veel politiekorpsen” er niet in slagen om de Arbeidstijdenwet voldoende na te leven. Politiemensen werken te lang en nemen te weinig rust. „In deze politiekorpsen zijn de risico’s op overbelasting en verminderde alertheid door vermoeidheid zeer hoog”, staat in het rapport, dat in maart uitkomt.

Ook in 2006 en 2009 constateerde de inspectie al dat agenten te vaak te lang achter elkaar werken. Het is de korpsleiding dus niet gelukt om de arbeidsomstandigheden van hun agenten te verbeteren.

Er is meer: in elk geval negen korpsen doen te weinig om hun mensen tegen agressie en geweld te beschermen. In 2011 constateerde de Arbeidsinspectie 48 overtredingen van korpsen, die te weinig aandacht besteedden aan instructie en evaluatie van geweldsincidenten.

Wat is de rol van minister Opstelten? Hij heeft er tenslotte het grootste belang bij dat de nationale politie een succes wordt. En op zich is er steun voor zo’n nationaal korps: politiemensen zijn loyaal. Alleen zie je de goede kanten van een plan minder snel als de uitvoering amateuristisch verloopt, zegt een van de betrokkenen. En, zegt een ander, omdat Opstelten nu eenmaal over de benoemingen in het nieuwe korps gaat, durven mensen niet snel een tegengeluid te laten horen. Harder gezegd: het liefst vertelt niemand hem wat.

    • Annemarie Kas