Dr. Zeepaard maakt hutspot

de proefjesfabriek

Weg sneeuw. Weg ijs. Maar het is nog koud genoeg om af en toe hutspot te eten. Of boerenkool. Met een paar van de aardappelen kun je dan meteen een proefje doen.

Wat heb je nodig? - Een aardappel, een mesje, twee bakjes, water, een eetlepel, zout en een beetje tijd.

Wat moet je doen? - Schil de aardappel en snij hem in de lengte in dunne, rechte plakjes.

- Verdeel die plakjes over de twee bakjes en vul de bakjes met water.

- Doe in één bakje twee eetlepels zout.

- Wacht een half uur en haal dan de plakjes uit het water. Is er verschil tussen de plakjes uit de bakjes?

Hoe kan dat? Water stroomt van een omgeving met weinig zout naar een omgeving met veel zout. Daardoor zijn de aardappelschijfjes uit het bakje met zout water slap geworden.

Zoals alle onderdelen van alle planten bestaat een aardappel namelijk uit cellen. Dat zijn kleine zakjes vol water met een klein beetje zout erin (en ja, er zitten nog veel meer onderdelen in, maar die doen nu even niet mee). De wanden van die cellen laten wel water door, maar geen zout. Er kruipt dus geen extra zout van het zoute bad in de cellen, maar er lekt wel water uit. Daardoor lopen ze een beetje leeg en dat maakt de aardappel slap. Omgekeerd werkt het ook: als je een slappe selderijstengel in zoet water legt, loopt een beetje van dat zoete water de licht zoute cellen in. De cellen worden voller en steviger en de stengel wordt weer knapperig. Dat is een geheim van koks.

    • Margriet van der Heijden