De spektakeldemocratie is onweerstaanbaar

„Het is bizar”, zegt een bewindsman. De kwestie met het meldpunt Oost-Europa laat opnieuw zien dat het oude bestel niet bestand is tegen de PVV. Negeren is de beste manier om de partij te bestrijden. Maar negeren is in de reactiemaatschappij geen optie.

Hoe kraken de oude partijen de code van de PVV?

Voor politici uit de coali-tie was het de afgelopen week een wonderlijke vraag. Zij zetten zich schrap voor de vermoedelijk ellendigste maanden van hun politieke bestaan. Ze voorzien bezuinigingen van zo’n kolossale omvang dat ze dit najaar vrijwel zeker het halve land over zich heen krijgen. Burgers die zelf gaan betalen voor huisartsenbezoek, het stopzetten van alle vluchtelingenopvang in Nederland – dat type ideeën circuleert in Den Haag, ook al zijn besluiten nog ver weg.

Het laat niet alleen zien dat er ongenadig hard moet worden ingegrepen. Het gaat ook nog om bezuinigingen die bijna meteen van kracht worden. Op 1 maart geeft het Centraal Planbureau zijn doorrekeningen van de economie vrij, dan weten ze in het kabinet exact hoeveel er voor volgend jaar gekort moet worden – 6 miljard euro, 8 miljard, 11 miljard? Een uitweg is er in elk geval niet. Anders leeft Nederland in 2013 de Europese begrotingsregels niet na waar het vorig jaar inzake Griekenland zo’n grote mond opzette. Bezuinigen moet. En wel nu.

Maar tot frustratie van Haagse politieke leiders lijkt het wel alsof het land dit nog steeds niet doorheeft. Op het fractieweekeinde van het CDA, vorige week in het Limburgse Horst, bleek dat er zelfs Kamerleden zijn die zich niet realiseren hoe klem Nederland zich heeft gezet. Overleg over extra bezuinigingen heeft de afgelopen decennia iets van een hol Haags ritueel gekregen: maandenlang schreeuwen partijen moord en brand, en daarna blijkt het met de gevolgen reuze mee te vallen. Als je het zo bekijkt, is het niet eens onlogisch dat de ernst van de situatie nog tot de rest van de natie moet doordringen.

Afgezien van de leiderschapscrisis in de PvdA hield Den Haag – en het land, en Europa – zich deze week onledig met de laatste bijdrage van de PVV aan de spektakeldemocratie: de website waarop de rechtse populisten vorige week het ‘meldpunt Oost-Europa’ introduceerden. Ambassadeurs, de Europese Commissie, Europarlementariërs, nationale parlementariërs, columnisten, commentatoren – ze konden er geen genoeg van krijgen. Voor elk bijzaakje dat de PVV op de agenda zet, bestaat nu eenmaal obsessieve belangstelling. En voor de gigantische knoop die het kabinet moet ontwarren, is amper aandacht. „Het is, inderdaad, volkomen bizar”, zei een lid van het kabinet deze week. „Maar wat doe je eraan?”

Telkens confronteert de PVV de oude politiek – die introverte gemeenschap met zijn bestuurderstaal en zijn looiige compromissen – met spektakel, snelheid en, vooral, confrontatie. En telkens blijkt dat de oude politiek zich geen raad weet.

Premier Rutte had goede strategische argumenten om zich afzijdig te houden van die PVV-website. De VVD volgt al drie jaar met succes de strategie dat ze zich niet door Wilders laat uitdagen. Wilders heeft een achterban die fundamenteel wantrouwend staat tegenover de gevestigde orde, en zodra een of meer oude partijen Wilders’ ideeën afwijzen, krijgt de PVV-leider wat hij wil: het bewijs dat zijn achterban de bestaande orde terecht wantrouwt. Vandaar dat elke Haagse politicus weet dat niet reageren, negeren dus, de beste manier is om Wilders te bestrijden.

Maar deze week bleek eens temeer dat die strategie tegen zijn uiterste houdbaarheidsdatum aan zit. Haagse politici zijn inmiddels volmaakt in staat vermoeidheid te acteren als de PVV weer een spektakelstuk uitprobeert. Iets met een ‘haatimam’? Iets met de euro? De magistratuur? De monarchie? In de wandelgangen halen CDA’ers en PvdA’ers geroutineerd de schouders op: heb je die Wilders weer.

Zo ging het ook toen de PVV midden vorige week het meldpunt opende. Behalve Rutte meed ook PvdA-leider Cohen elke camera. Maar toen deze krant diezelfde ochtend achterhaalde dat de Poolse ambassade ontstemd was en tegenactie ondernam, bleek dat de traditionele partijen ook greep op dit aspect van het politieke bedrijf hebben verloren. Het Poolse ongenoegen zette een stroom verontwaardigde reacties in werking die de zwijgende Hollandse politici volledig overvleugelden.

Het is de logica van de reactiemaatschappij. In de reactiemaatschappij heeft elke burger de kans om zijn kijk op het nieuws het internet op te slingeren. In de reactiemaatschappij bepaalt de intensiteit en het aantal reacties hoe zwaar nieuws wordt gewogen – zie de belangstelling voor trending topics op Twitter. In de reactiemaatschappij nemen reacties uiteindelijk de rol van het nieuws over. Ook politici moeten meedoen, willen ze zich niet marginaliseren. Op zijn mobiele telefoon staat elk Kamerlid in contact met de wereld, in een Kamerdebat praten zij voor een lege tribune. Wie niet twittert, bestaat niet. Zodoende bleek de oude strategie die Rutte vorige week inzette en deze week volhield, ook toen Cohen en de anderen tot inkeer waren gekomen, ten slotte haar effectiviteit te hebben verloren.

Dit is geen onbetekenend incident. Het creëert een fundamenteel probleem voor alle niet-populistische partijen. Hoe dán om te gaan met het volgende ‘stuk rood vlees’ (hier citeerde Rutte de Republikeinse strateeg Karl Rove) dat Wilders de arena ingooit? Als de Verenigde Staten ons voorland zijn, en daar lijkt het op, is er ten slotte maar één uitkomst mogelijk: alle politici persen zich in het format van Wilders. Iedereen wordt populist. Dan krijgt ook zo’n tobbende PvdA ten slotte een leider die beter in spektakel is dan in bestuur. Het type politicus dat moeiteloos verkiezingen wint en eenmaal in de regering door een populistische meute van de andere kant wordt besprongen. Amerika is er de afgelopen veertig jaar een onbestuurbaar land mee geworden.

Wie er in Den Haag over wil beginnen, moet niet rekenen op langdurige gesprekken. In de coalitie zeggen ze dat ze hier domweg geen tijd voor hebben. En het is nog waar ook. Ze zitten met hun hoofd bij de ‘tussenformatie’ over de bezuinigingen. Ze zijn, kortom, echt met het land bezig – ook al ziet niemand dat. Ze moeten voorkomen dat Jan Kees de Jager (Financiën) geen te absurde eisen stelt, ze moeten de CDA-fractie voorbereiden op bezuinigingen op ‘OS’ (Haags voor ontwikkelingssamenwerking), ze moeten letten op Geert. Is Geert ontstemd? Hoe ver kan Geert gaan inzake de zorg? En het ontslagrecht? De onderhandelingen beginnen pas op 5 maart, maar dit zijn de thema’s die nu al hun dagen vullen.

Je zou het na een week als deze bijna vergeten, maar ondanks het permanente spektakel is de PVV in de dagelijkse gang van zaken een partij die normaal meedraait in het Kamerwerk. Op Defensie hebben ze reden om aan te nemen dat sommige PVV-Kamerleden bondgenoten kunnen worden bij pogingen om nieuwe bezuinigingen op het departement tegen te gaan. De PVV denkt mee over herziening van de Europese visquota. PVV-Kamerleden werken op tal van terreinen aan initiatiefwetgeving met de oppositie, soms zelfs de PvdA. Een outcast is de partij allang niet meer in Den Haag, ook al blijft dat door Wilders’ publicitaire interventies goed verborgen.

De oude partijen weten de code van de PVV kortom nog lang niet te kraken. Begin maart, als de ‘tussenformatie’ begint, doet zich een nieuwe testcase voor waarin het publicitaire spektakel tegenover de werkelijkheid van Haagse compromissen staat.

Vermoedelijk in de week dat de onderhandelingen over extra bezuinigingen beginnen, presenteert Wilders het rapport van het Britse bureau dat de kosten van een terugkeer naar de gulden in kaart heeft gebracht. De uitkomst staat vast: het is volgens het bureau mogelijk.

Het maakt de coalitiepartijen vanzelfsprekend nerveus: wendt Wilders dit rapport opnieuw aan om publicitair afstand te nemen van zijn gewone werk in de Haagse binnenwereld? De bezuinigingen waarover ze die week onderhandelen, komen immers voort uit het Europese streven de euro te beschermen.

In de coalitie zijn ze dus voorbereid: ze hebben een motie van mei 2010 teruggevonden waarin de Kamer instemde met het principe van Europese afspraken „om eigenstandig begrotingsdiscipline bij een lidstaat af te dwingen”. Het is dit principe dat Nederland tot extra bezuinigingen dwingt, en de PVV, zeggen ze veelbetekenend, stemde voor deze motie.

En zal het deze keer wel lukken de dubbelhartigheid van de gedoogpartner voor het voetlicht te krijgen? Niets is zeker. Geert Wilders mag een geniale strateeg zijn, ook hij is niet feilloos. Dus het is, in theorie, mogelijk dat de PVV nu wel over haar eigen benen struikelt.

Maar er is weinig fantasie voor nodig om het alternatieve scenario uit te denken: de PVV roept zo hard om de terugkeer van de gulden, en wordt zo uitvoerig bediend door de veelheid van afwijzende reacties die loskomen, dat de inhoud van de Haagse onderhandelingen het opnieuw aflegt tegen alle publiciteit die de PVV-leider genereert.

Ik heb geprobeerd altijd om, ook wanneer je dingen aan de orde stelt, dat op een prikkelende manier te doen. Dan moet je soms een beetje over de grenzen heen gaan.

(Op website Leefbaar Rotterdam, 10 februari.)

Je moet af en toe bewust ‘inbreken en de ramen openzetten’. Dat deed Fortuyn ook.

(Op website Leefbaar Rotterdam, 10 februari.)

Verhagen zet de boel op scherp in de Telegraaf vanmorgen. CDA moet een toontje lager zingen. Zonder PVV geen kabinet. #toontjelager

(Op Twitter, 10 februari)