De filosoof met de schrijfstift

Aflevering 25: over Plato en zijn ideale personage: Socrates.

©

‘Voetnoten bij Plato’, zo karakteriseerde een Britse wijsgeer de Europese filosofische traditie. Niet helemaal terecht, want als het om invloed op het westerse denken gaat, mag je Plato’s leerling Aristoteles ook niet uitvlakken. Per slot van rekening werden diens geschriften – over praktisch alle aspecten van filosofie en wetenschap – al eeuwenlang becommentarieerd toen Plato’s werk ten westen van Constantinopel nog moest worden herontdekt. Bijna alle Platoonse ‘dialogen’ (zo genoemd omdat ze doorgaans als een gesprek van Plato’s leermeester Socrates waren vormgegeven) werden door de renaissancegeleerde Marsilio Ficino in 1484 voor het eerst uit het Grieks vertaald. Alleen Meno en Phaedo, twee dialogen over de eeuwigheid van de ziel en de aangeboren aard van onze kennis, waren in het Latijn beschikbaar; net als een deel van Timaeus, een scheppingsverhaal waarin de Ideeënleer, of beter de Theorie van de Vormen, aan de orde komt.

Plato’s overtuiging dat onze wereld slechts een flauwe afspiegeling is van een universum van onveranderlijke ‘vormen’, was de basis voor de mystieke filosofie van zijn navolgers, die ‘het Ene’ als grondbeginsel van de kosmos zagen. En omdat deze Neoplatonisten weer de inspiratiebron waren voor christelijke filosofen als Augustinus (die in het Ene natuurlijk God zag), had Plato – ook ongelezen – grote invloed op het middeleeuwse denken. Vandaar dat hij samen met Aristoteles centraal staat in het fresco De school van Athene, dat Rafaël in 1510 in een Vaticaanse stanza schilderde. Plato, afgebeeld als Leonardo da Vinci, heeft Timaeus in zijn linkerhand en wijst met zijn rechterhand naar boven, waar zich volgens hem de waarheid bevindt; Aristoteles staat naast hem en wijst naar beneden, om te onderstrepen dat kennis empirisch moet worden verworven.

Plato, die in Athene werd geboren als Aristocles en zijn bijnaam ‘de Brede’ waarschijnlijk dankte aan zijn postuur, is een filosoof met een kolossale reputatie – de eerste die zich systematisch bezighield met de vraag ‘hoe moet ik leven’. Hij geldt als de founding father van het universitair onderwijs wegens de filosofenschool die hij stichtte in de boomgaard van ene Academus (vandaar: de Academie). Zijn Symposium is de bron van het begrip ‘platonische liefde’, de aantrekkingskracht tussen gelijken die niet seksueel geconsummeerd wordt. En met zijn beroemde Grotparabel, over mensen die vastgeketend zitten en de wereld alleen in de vorm van een wandprojectie aanschouwen, inspireerde hij niet alleen denkers en schrijvers maar ook filmmakers – denk aan de Matrix-trilogie van de gebroeders Wachowksy, die draait om een held die aan een schijnwereld in de toekomst probeert te ontsnappen.

Maar hoezeer Plato als denker ook prikkelt, voor liefhebbers van de letteren is Plato in de eerste plaats schrijver. Tussen zijn circa dertig dialogen zitten juweeltjes van vertelkunst (zoals het verhaal van de verzonken wereld van Atlantis, of de mythe over de oorsprong van de hetero- en homoseksuele liefde), geestige retorische oefeningen (zoals Eutyphro, waarin de aanvankelijk zelfverzekerde titelfiguur stukje bij beetje wordt afgebroken), aangrijpende staaltjes praktische filosofie (zoals Phaedo, waarin Socrates rustig doorpraat nadat hij de gifbeker heeft gedronken), prachtige zinnen en onvergetelijke personages. Je kunt je bijna niet voorstellen dat dit literaire genie dichters als Homerus uit zijn ideale staat wilde verbannen. Maar dat was omdat generaties Grieken volgens de filosoof door de orale poëzie geïndoctrineerd waren met ritmisch verpakte waarden en waarheden die iedere zelfdenkzaamheid verstikten.

Schermafbeelding 2016-07-28 om 14.49.14

Plato, schrijver heette een bloemlezing die een jaar of twintig geleden werd samengesteld door Gerard Koolschijn, de vertaler die als geen ander het werk van Plato (ca. 425-378 v. Chr.) in Nederland levend heeft gehouden. Afgezien van de stijl is het vooral de hoofdpersoon van de dialogen die indruk maakt. Socrates, een historische figuur die net als Jezus Christus geen geschriften heeft nagelaten door zijn eigen volk ter dood werd gebracht, is het perfecte personage: een vriendelijke oude man die naar eigen zeggen alleen ‘weet dat hij niets weet’ en door middel van argeloos doorvragen (‘elenchus’, beter bekend als de Socratische methode) zijn gesprekspartners inzicht probeert te geven in morele dilemma’s. En zijn levensverhaal is spectaculair. Na een leven in dienst van zijn geboortestad – als zelfbenoemde horzel van het trage paard Athene – wordt hij aangeklaagd wegens bederf van de jeugd en belediging van de goden van de stad. Hij weet zich met een schitterende Apologie bijna vrij te pleiten, maar jaagt zijn rechters tegen zich in het harnas door voor te stellen hem te belonen in plaats van te straffen. In de gevangenis kiest hij niet voor de mogelijkheid om te ontsnappen (en dus ballingschap), maar voor een beker met dollekervel, opdat hij heel bewust de oversteek naar de andere wereld kan maken. ‘Aan Asclepius zijn wij een haan schuldig,’ besluit hij met een verwijzing naar een doodsritueel. ‘Verzuim niet hem die te geven.’

De Socrates van Plato is grappig en quasi-bescheiden, maar ook gepassioneerd en scherp, een meester van ironie en paradox (‘deugd is kennis’), bereid om voor zijn idealen te sterven. Of hij écht zo geweest is, doet er niet toe; Plato heeft hem een ereplaats gegeven in de wereldliteratuur, in de galerij van archetypische personages. Sommige van deze literair-historische helden zijn spreekwoordelijk geworden; in de Van Dale staan Don Juan, Robin Hood, Uilenspiegel en Don Quichot als soortnamen. Waarom spreken we eigenlijk nooit over ‘een Socrates’?

    • Pieter Steinz