Culturele revolutie

Als je de eerste helft van de dag naar Radio 4 luistert en een beetje erudiet bent, kun je rijk worden. Eerst tussen zeven en negen, door de goede oplossing van het cryptogram in te sturen. De daaraan verbonden prijs wordt verloot en als je geluk had, krijg je hem met de post. Ergens na negen uur komt de geestelijke beloning: de Aubade, een stukje klassieke muziek, aangevraagd door een liefhebbend kind voor haar of zijn zieke oude moeder.

In de loop van de ochtend wordt er gepraat met de Bukenduh Nederlanduhr, waarna die zijn voorkeur laat horen. Op elk heel uur roept iemand: AVRO! Het klinkt alsof die man gewurgd wordt. Om twaalf uur begint Licht op vier, een programma dat twee prijsvragen heeft: het nootschieten en nog een wedstrijdje waarvan ik de portee vergeten ben. In ieder geval, tussen zeven en één kun je iedere werkdag drie prijzen winnen.

Daarna komt de meneer van omroep MAX je vertellen dat muziek je wijzer maakt (denk ook aan Wir fahren gegen England, of Panzer rollen in Afrika vor). Omdat ik die stroom van gekwebbel op kosten van Vivaldi, Satie, Bach en wie verder niet meer kan verdragen, schakel ik over naar Classic FM, licht klassiek voor elk moment, de hele dag „de moooojste muziek”, zoals de presentatoren twee keer per uur verzekeren. En verdomd, daar hebben we het Adagio van Albinoni. En de Kleine Nachtmusik! Niets te veel beloofd.

Om drie uur terug naar Radio 4, Haffmans Mooiste, het uur waarin Hans Haffman zijn actuele keuze laat horen. Hij praat gewoon en hij heeft er verstand van. Een verademing. Na dit mooie uurtje begint er weer een normaal Hilversums programma, Viertakt Podium, ook met een gewoon pratende presentator, muziek die de moeite waard is, en verder alleen af en toe onderbroken door de filemeldingen van de ANWB. Vandaar dit Viertakt. Leuk!

Ik weet het, ik heb er eerder over geschreven. Een paar jaar geleden had Hans Haffman het ochtendprogramma tussen zeven en negen; gewoon mooie muziek. Dat werd vervangen door De ochtend van 4, klassieke muziek, opgevrolijkt door een nieuwsoverzicht, culturele actualiteiten en nieuws uit de ochtendbladen. Alles gepresenteerd door Margriet Vroomans. In haar genre doet ze het goed, maar waarom werd Haffman vervangen? Om de luisterdichtheid te vergroten, werd me van welingelichte zijde verzekerd.

Andere welingelichte bronnen hadden weer andere berichten. Dat vind ik geen wonder. Kent u het Hilversumse omroepkwartier, het gebied waar alle draadloze bedrijvigheid is geconcentreerd? Een ongelooflijke agglomeratie van de ingewikkeldste gebouwen. Op zondagochtend moest ik daar weleens mijn zegje doen. Ik ben er herhaaldelijk verdwaald. Het is geen wonder dat uit dit doolhof soms tegenstrijdige berichten komen.

Maar hoe dan ook, de veranderingen in Hilversum, voorzover we die via radio en televisie kunnen waarnemen, volgen een trend. In den beginne werd de Nederlandse ether overheerst door rooms en gevarieerd protestantse geestelijken, ook nog na de oorlog. Dat is de tijd waarin Max de Jong zijn prachtige gedicht Heet van de naald heeft geschreven, met daarin de treffende regel ‘Gooi een atoombom op Hilversum’. Toen kregen we de periode van de ontkerstening, de opkomst van Veronica en de TROS. Tegelijkertijd werden overal in het land kerken gesloten en afgebroken. De grote verwereldlijking was begonnen, en daarmee de opmars van het entertainment, de fun. Cultuurfilosofen stelden vast dat het ik-tijdperk was aangebroken. Die term is intussen ook verouderd.

We zijn aangeland bij een periode waarvoor we nog geen naam hebben. Een combinatie met ik is er te zwak voor. Mega-ik, giga-ik, dat klinkt niet goed, maar in die richting moeten we het zoeken. Deze gigikker, om hem nu maar zo te noemen, is meer dan een god in het diepst van zijn gedachten. Hij vind zichzelf niet alleen een superieur wezen. Dat wil hij ook aan iedereen laten weten en daarvoor heeft hij ook de mogelijkheid: internet. Hij heeft verstand van alles, hij blogt erop los, hij zoekt ruzie met zijn mede-gigikkers die ook van alles verstand hebben, hij doorspekt zijn zinnen met taalfouten en Engelse woorden, hij eindigt zijn boodschap met vijf uitroeptekens, zijn virtuele gummiknuppels, en altijd tekent hij met een schuilnaam.

Dit, veronderstel ik nu, is het prototype van het nieuwe publiek. Dat heeft niet alleen een hoge dunk van zichzelf, het wil ook op zijn wenken bediend worden. Daar mankeert het vaak aan, vooral in deze tijden van crisis. Maar in Hilversum komen ze deze miskende machtigen tegemoet, met nieuwtjes, grapjes, weetjes, een prijsvraag en af en toe een Für Elise. Deze gang van zaken is onomkeerbaar.

PS. Bij de vorige Overpeinzingen staat een verkeerde illustratie. Een plaatje van een gewone pijp. Ik dank alle lezers voor hun mails met foto’s van echte goudse pijpen, met die dunne stenen steel. En ook dank aan degenen die mij hebben verzekerd dat het Bovenover en Onderlangs in Kralingen nog in volle glorie bestaan.