Auto-industrie in VS krabbelt weer overeind

De Noord-Amerikaanse auto-industrie herstelt van de crisis. General Motors, Ford en Chrysler noteren mooie winsten over 2011. Maar de problemen zijn niet voorbij.

General Motors is terug – en hoe. De Amerikaanse autoproducent, die eind 2008 met tientallen miljarden aan overheidssteun van faillissement werd gered, rapporteerde deze week een jaarwinst over 2011 van 7,6 miljard dollar (5,8 miljard euro), een stijging van 62 procent ten opzichte van de winst in 2010. In absolute cijfers is dat een record in de geschiedenis van het ruim een eeuw oude bedrijf.

De automaker uit Detroit is niet de enige die herstelt van de crisis in de Noord-Amerikaanse auto-industrie. Concurrenten Ford en Chrysler rapporteerden eerder dit jaar ook winsten over 2011: Ford boekte een winst van 8,8 miljard; Chrysler rapporteerde een bescheiden 183 miljoen dollar. Het is de eerste keer sinds 2004 dat de ‘Grote Drie’ allen jaarwinst boekten.

Het optimisme over het herstel van General Motors, dat in de zomer van 2009 uit surseance kwam en in november 2010 terugkeerde naar de beurs, werd echter overschaduwd door negatieve resultaten van het bedrijf buiten Noord-Amerika. Met name de Europese tak van GM, die bestaat uit Opel en Vauxhall, lijdt nog altijd verliezen van honderden miljoenen. Ook in Zuid-Amerika schreef GM rode cijfers.

Bovendien viel de winst van het bedrijf over het vierde kwartaal tegen. De autoproducent boekte 472 miljoen dollar winst, de laagste kwartaalwinst van de afgelopen twee jaar. In Europa boekte GM in het vierde kwartaal een verlies van 562 miljoen. Voor heel 2011 rapporteerde de autoproducent een jaarverlies van 747 miljoen dollar – weliswaar een verbetering ten opzichte van het verlies van 1,95 miljard in 2010, maar ernstig genoeg om zorgen aan te wakkeren over een mogelijke nieuwe saneringsronde bij de Europese fabrieken. GM heeft al 8.300 banen geschrapt bij Opel.

Daniel Ammann, financieel directeur van GM, wijt de tegenvallende cijfers van Opel aan de economische tegenwind in Europa en overcapaciteit in de Europese autosector. Niettemin noemde hij het grote verlies „simpelweg onaanvaardbaar”.

In de VS bereikte de auto-industrie een ommekeer door middel van schuldsanering, nieuwe afspraken over cao’s, sluiting van onrendabele fabrieken, afstoting van slecht verkopende merken en een grotere nadruk op zuinigere modellen. Die doen het door de hoge brandstofprijzen tegenwoordig beter bij Amerikaanse consumenten dan de benzineslurpers waar de ‘Grote Drie’ bekend om stonden.

Door dergelijke maatregelen zijn vooral GM en Ford nu veel winstgevender – ook al liggen de volumes aan verkochte auto’s nog onder het niveau van voor de recessie die begon in 2008. GM verkocht 9 miljoen voertuigen in 2011, een toename van 7,6 procent ten opzichte van 2010 – waarmee het bedrijf de titel van grootste autoproducent ter wereld heroverde op Toyota. De jaaromzet steeg met 10,8 procent tot 150,8 miljard dollar. GM verwacht dit jaar verdere groei.

Een van de veranderingen in de arbeidsovereenkomsten was dat automatische loonsverhogingen zijn vervangen door een winstdeling voor de meer dan 47.000 fabriekswerkers van het bedrijf. Dat pakt nu goed voor hen uit: ze kunnen elk rekenen op een bonus van gemiddeld 7.000 dollar – een economische opsteker die bijdraagt aan het gevoel dat de overheidssteun van tientallen miljarden dollars achteraf gezien een goede zet is geweest.

GM heeft bijna 50 miljard ontvangen van de Amerikaanse regering. Ongeveer de helft daarvan is terugbetaald. Washington beschikt nog over ongeveer eenderde van de aandelen van de automaker. De koers staat met ongeveer 27 dollar onder de prijs van 33 dollar bij de beursgang in november 2010. Om de kosten van de steun terug te verdienen zou Washington moeten verkopen voor 53 dollar per aandeel. De redding van Chrysler heeft Amerikaanse belastingbetalers uiteindelijk 1,3 miljard dollar gekost.

Ondanks het herstel in Detroit blijft de overheidsrol in de autosector omstreden. De Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney, die campagne voert voor de voorverkiezingen in Michigan, vindt dat de Amerikaanse regering haar belang in GM zo snel mogelijk moet verkopen. „De president zegt dat het zonder zijn interventie slechter zou gaan in Detroit”, zei Romney deze week. „Ik geloof dat de zaken er zonder zijn interventie beter voor zouden staan.”

    • Frank Kuin