Afgang

De manier waarop Nederlandse politici ver achter de tijdgeest aanhuppelen – vrolijk word je er niet van. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer stemde deze week tegen de komst van de ‘haatsjeik’ Haitham al-Haddad, omdat hij vast dingen zou gaan zeggen die hier niet door de beugel konden. CU-Kamerlid Joël Voordewind mocht het bij Pauw & Witteman uitleggen: natuurlijk was hij voor debat, maar … Toen hem het vuur na aan de schenen werd gelegd, haalde hij er Hirsi Ali („die heeft moeten vluchten”) en de moord op Van Gogh bij.

Aan het gesprek zag je hoe de tijden veranderd zijn. In de jaren van de ‘war on terror’ zou de imam een diabolische figuur zijn geweest, vol van vage dreiging – nu werd hij voorgesteld als een radicale sukkel, waar verstandige Hollandse moslims tijdens een avondje debat wel gehakt van zouden maken. Ik zag hem in Nieuwsuur: een figuur uit het verleden, vol van zelfimportantie, zo’n aandacht trekkende gelovige die het sociaal verkeer platlegt door overal een probleem van te maken – een uitgestoken hand, een fles wijn op tafel, een vermeende onbedekte schouder. Meer ego dan Allah. Zo’n man leeft bij de gratie van de verontwaardiging die hij weet op te roepen.

Is de Tweede Kamer bang voor deze man? Welnee. De Tweede Kamer is bang voor de publieke opinie. De afgelopen jaren is men daar volledig geconditioneerd door de bedrevenheid waarmee Geert Wilders de onvrede wist te mobiliseren; nu toont men zich flink door vooraf maar vast op zijn rug te gaan liggen. De imam is een onsmakelijke figuur, maar een zelfbewuste samenleving is bestand tegen onsmakelijke figuren. Laat maar komen. Wij zijn trots op onze rechtsstaat. Steeds meer mensen durven dat te zeggen, maar onder hen bevinden zich bar weinig Nederlandse politici. Buigen is daar de nieuwe flinkheid.

Ondertussen blijkt dat de komst van de imam helemaal niet verboden kan worden – wat iedereen natuurlijk al wist. Wat een afgang.

Het een hangt samen met het ander – de steeds luider klinkende oproep aan Rutte om zich uit te spreken over het PVV-meldpunt voor overlast van Polen, Roemenen en Bulgaren. Wat Joden zijn voor Haitham al-Haddad, dat zijn buitenlanders voor Geert Wilders – een middel tot eindeloze provocatie, bedoel ik. Het gaat beide mannen niet zozeer om Joden of buitenlanders, maar vooral om de mensen die je op de kast krijgt wanneer je iets lelijks over Joden en buitenlanders zegt. Die doen het werk voor hen.

Want net als de imam moet Wilders het hebben van de heilige verontwaardiging die hij oproept – en bij dat idiote meldpunt wordt hij opnieuw op zijn wenken bediend. Pas wanneer het politieke establishment over hem heen valt, wanneer zijn krakkemikkige website wereldwijd ontsteltenis veroorzaakt, krijgt hij de aandacht die hij nodig heeft om politiek te overleven. Zijn kiezers kunnen zich dan weer veronachtzaamd voelen. Zij zijn immers de ware slachtoffers: je vrouw en kind zullen maar doodgereden zijn door een dronken Pool! De SP had toch ook zo’n meldpunt – iedereen moet Geert weer hebben! Dát is zijn zuurstof.

We moeten zien of het nog werkt: veel van de mediamagie van Wilders is verdampt, zijn beweging is een organisatorisch zooitje (als Limburg valt, is het voorbij), en Polen zijn geen moslims. Maar tot nu toe trapt bijna iedereen er weer in.

Rutte heeft dat door – hij wil zijn agenda niet door Wilders laten bepalen. Maar het probleem van Rutte is niet dat hij op dit punt zijn morele gezag niet laat gelden. Het probleem van Rutte is dat hij geen moreel gezag heeft. Zijn zwijgen mag politiek het handigst zijn, het laat hem ook zien als een lege opportunist. Daardoor raakt hij toch beschadigd. In die zin lijkt hij op die bangelijke Kamerleden – ook zijn gedrag wordt uiteindelijk gestuurd door zijn angst voor Wilders. Zelfs als hij hem ontwijkt, buigt hij nog voor hem.

    • Bas Heijne