Aandacht maakt macht

Sociologie Publieke aandacht is een schaars en gewild goed. Voor ‘celebrities’ en politici nu, en voor hovelingen en koningen vroeger. Het faciliteert machtsuitoefening.

Dirk Vlasblom

Academy Award winning actor George Clooney,left, and Senator Barack Obama, D-Ill., take part in a news conference at the National Press Club in Washington, Thursday, April 27,2006 to bring awareness to the situation in the Darfur region of Sudan. (AP Photo/Mannie Garcia) ASSOCIATED PRESS

Hij opent het gesprek met een plaagstootje. “Het openbare onderzoek naar de ethiek van de Britse pers gaat op het eerst gezicht over privacy. Over het evenwicht tussen de journalistieke jacht op beroemdheden en respect voor hun persoonlijke levenssfeer. Je kunt de afluisterpraktijken van News of the World ook anders zien, namelijk als onrechtmatige verrijking. Kranten verdienen aan de attentiewaarde van beroemdheden zonder hen daarvoor te belonen. Ik zeg niet dat deze mensen tegen betaling wél akkoord zouden gaan met zulke inbreuken. Toch was dit wederrechtelijk munt slaan uit het kapitaal van anderen, namelijk hun talent om aandacht te trekken.”

Robert van Krieken, zoon van Nederlandse immigranten in Australië, is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Sydney. Zijn Nederlands is heel behoorlijk, maar na de inleidende beleefdheden schakelt hij over op Engels. Hij is even in Amsterdam om te praten over zijn boek Celebrity Society, dat binnenkort verschijnt.

Op het eerste gezicht is dit een vreemde wending in zijn oeuvre. De thema’s waar hij tot nu toe over schreef, waren heel serieus: culturele genocide, de ‘verloren generatie’ van Aboriginal-kinderen en staatsvorming. En dan nu een boek over de wereld van glitter en glamour.

Hij knikt: “Het was aanvankelijk ook niet mijn idee. Collega’s van de rechtenfaculteit vroegen me een hoofdstuk te schrijven voor een bundel over ‘beroemdheid en de wet’. Beroemd zijn heeft immers een juridische dimensie: privacy, auteursrecht. Eerst dacht ik: dit is niet mijn ding. Maar toen las ik het boek van Dick Pels over Pim Fortuyn en ik dacht: hier speelt veel meer en dat moet ik doorgronden. Fortuyn begreep dat er in de politiek altijd een element van spektakel zit. Dat het niet genoeg is om bekwaam of slim te zijn.”

Van Krieken ziet beroemdheid, zichtbaarheid, inmiddels als een belangrijk politiek en economisch fenomeen. “In een informatiesamenleving is de strategische schaarse hulpbron niet langer informatie – daarvan bestaat een overdaad – maar aandacht. Wie aandacht weet te trekken is van grote waarde voor ieder ander die aandacht nodig heeft. Tiger Woods verdient meer met het aanprijzen of presenteren van producten dan met zijn golfspel. Maar hij prijst die producten aan omdat zijn prestaties met golf zoveel aandacht trekken. Hoe kan een rockstar als Bono toegang krijgen tot zo’n beetje iedere machthebber in de wereld? Dat is alleen verklaarbaar door zijn attentiewaarde. En die logica wordt versterkt door de ontwikkeling van de massacommunicatie.”

Gevoel voor theater

Politiek als schouwspel is al veel ouder dan de massamedia, zegt Van Krieken. Zo had koningin Elizabeth I volgens hem een scherp gevoel voor theater, voor de manier waarop een machthebber een bepaald imago moet projecteren van zichzelf.

“Dat gold ook voor haar vader, Hendrik VIII. Wij hebben een beeld van hem als de oudere vorst, met een groot, dik lijf. Maar in zijn jonge jaren was hij een sportster; hij reisde alle toernooien in het land af en won de meeste. Hendrik besefte dat je om politieke macht uit te oefenen in staat moet zijn ook op andere manieren de aandacht op je te vestigen. Er waren geen kranten, er was geen radio, maar de verhalen over zijn prestaties gingen van mond tot mond. Karel I daarentegen had lak aan de volksgunst en verloor zijn hoofd. Macht is nooit ‘absoluut’. Vorsten moesten door hun presentatie een verstandhouding opbouwen met hun onderdanen.”

In het werk van de Duitse socioloog Norbert Elias ontdekte Van Krieken een sterke overeenkomst tussen de vorstelijke hoven van vroegmodern Europa en de wereld van hedendaagse beroemdheden. “Edelen aan het hof waren verwikkeld in een uiterst competitieve strijd om de aandacht van de soeverein. Ze moesten voortdurend letten op hun verschijning, hun presentatie. Het was onduidelijk wat echt was en wat niet, hun gedrag was strategisch. Net als het mediaoptreden van de celebrities van nu. Ook zij moeten in het openbaar voortdurend letten op hoe ze overkomen. Ze worden gefotografeerd; van alles wat ze zeggen wordt verslag gedaan.”

Van Krieken ziet de overgang van de achttiende-eeuwse salons naar de rode lopers van Hollywood als een proces van democratisering. “In de hofsamenleving was de vorst het publiek. Hij besliste welke positie deze of gene edele kreeg. De bevolking, zo die al een kijkje kon nemen in de hofsamenleving, had geen enkele invloed op de gang van zaken. Sindsdien is de soevereiniteit verschoven van de vorst naar het volk.

‘Celebrity society’ is zo bezien een gedemocratiseerde hofsamenleving. Hij is opener; het is makkelijker om erin door te dringen. En de toeschouwers spelen er wél een rol. Van Krieken: “Zij beslissen of zij bepaalde beroemdheden volgen op Twitter, of ze hun producten blijven kopen, of ze wel of niet naar hun films gaan. Sommige sterren zeggen dan ook: ‘Wij zijn de gevangenen van ons publiek’.”

Hedendaagse beroemdheden hebben niet dezelfde macht als de edelen van toen. Hen was het immers vooral te doen om hoge functies en domeinen. Er lijkt dan ook meer continuïteit te zijn tussen de acteurs van het elizabethaanse theater en de film-, pop- en tv-sterren van nu.

Privéleven van actrices

Van Krieken: “Zeker, ook het theater is een belangrijke grondslag voor de hedendaagse ‘celebrity society’. Toen Karel II na de Revolutie, in 1661, de Britse troon besteeg, heropende hij niet alleen de theaters, hij liet ook vrouwen toe op het toneel. Dat elektrificeerde het theater; er ontstond grote belangstelling voor het privéleven van de actrices, het soort roddel dat we nu kennen van ‘de bladen’. Karel II sloeg ook een brug tussen beroemdheid en macht. Hij betrok al zijn minnaressen van het toneel en vergrootte zijn macht door de aandacht die hij kreeg met die liaisons.”

Beroemdheid is niet zozeer een bron van macht, zegt Van Krieken; het faciliteert machtsuitoefening. “Daarom is Obama – en Clinton vóór hem – er zo op gebrand musici en acteurs te betrekken bij de campagne. Abraham Lincoln zag al het belang van specialisten in het bespelen van het grote publiek. Circusbaas P.T. Barnum was het prototype van de Amerikaanse showman, hij bedacht wat we nu ‘evenementen’ noemen. Tot zijn sterren behoorden twee dwergen, generaal Tom Thumb en zijn vrouw. Toen zij naar New York kwamen, regelde Lincoln dat hij met hen op de foto werd gezet.”

Van Krieken beschouwt de viering van beroemdheid als onvervreemdbaar onderdeel van een democratie. “Het vermogen om een overtuigende persoonlijkheid te projecteren mobiliseert immers steun. Die communicatieve vaardigheden zijn van groot belang, voor zover de politiek zich afspeelt in het openbaar. De viering van beroemdheden heeft ook een schaduwzijde: het leidt de aandacht af van de toenemende ongelijkheid. Het suggereert dat iedereen van een dubbeltje een kwartje kan worden, als je maar goed kunt dansen, zingen of de X-factor hebt. Het is een vorm van sociale controle, want het verhult het feit dat het meestal niet zo gaat. Het is een sprookje waar we ons op blind staren en dat ons geruststelt: alles is nog mogelijk.”

Robert van Krieken. Celebrity Society. Verschijnt eind mei bij Routledge, Londen. 224 blz., paperback ca. € 30, hardcover ca. € 115.

    • Dirk Vlasblom