Zoek niet verder, hier ben ik

Hij speelt de hoofdrol in de musical Saturday Night Fever, die vanavond in première gaat. ‘Het stuk zit bijna in mijn vingers.’

Bob van der Vlist, NRC Next, Zin, Saterday Night fever, Joey Ferre, Amsterdam, Carré

Met de handen in de zakken staat Joey Ferre vooraan op het podium van Carré. Achter hem bouwen mannen in sneltreinvaart het decor op. Joey Ferre uit Purmerend, 22 jaar, kijkt alleen maar. Recht de zaal in. Een wand van roodpluche stoelen. 1.800 stuks.

Het is een week voor de première van de musical Saturday Night Fever, vanavond in Carré. De cast maakt zich op voor de volgende repetitie, Ferre doet nog snel ‘wat pr’. Zijn schema is strak tot op de minuut. Al weken. Maanden. Al sinds hij een half jaar geleden met honderd jonge mannen een grote loods in Amsterdam-Noord betrad en auditie deed voor de rol van danskoning Tony Manero. Ferre belandde in de RTL-talentenjacht Sunday Night Fever en won vorige maand de hoofdrol in de discoklassieker.

Hoe is het om te spelen in een zaal als Carré?

„Minder spannend dan in een kleine zaal, gek genoeg. Carré heeft een hoog podium, een lijsttoneel. Alsof je naar een film zit te kijken. Het publiek kijkt naar mij, maar ik kijk niet naar hen. Ik zit in mijn eigen wereld. Zij zijn voor mij als een vierde wand. En als ik ze wel zie, zit ik niet goed in het verhaal. In kleine theaters heb je dat eerder. Dat voelt kwetsbaar.”

Merk je tijdens het spel wat ze ervan vinden?

„Ik hoor het. Publiek is net zo geconcentreerd als ik. Mensen maken geluid. Je hoort ze grinniken, zuchten als ze het niks vinden. Veel artiesten kunnen daar slecht tegen. Ik heb dat niet. Ik voel hun energie en kan denken: iets meer peper erin. Maar ik voel het ook als mensen worden meegevoerd door het verhaal. Mensen die na een lange dag vermoeid waren neergeploft in hun theaterstoel. Dat is de kick van het toneel.”

Wanneer kwam je daar achter?

„De eerste keer dat ik op een podium stond. Als negenjarige ergens in Middenbeemster dansend op een prak met negentien meisjes.”

Zat je niet op voetbal dan?

„Bij de F-jes van FC Purmerend ja. Maar al heel vroeg vond ik theater leuker. ‘Jij bent homo, jij danst’, werd er gezegd. ‘Wie is er nou homo?’ zei ik. ‘Jij voetbalt met jongens, ik zit in een kleedkamer met meisjes.’ Maar vrienden had ik niet op het vmbo. Mijn boterhammetjes at ik alleen op. Liever las ik het script voor de repetitie die avond. Op een school moet je roken, spugen als een lama, zeiken over de Engelse les. Er gelden gedragsregels waaraan ik niet wilde voldoen.”

Jouw wereld was het theater.

„Het Nederlands Kindertheater en later de dansschool van Lucia Marthas. Daar had ik mijn vriendengroep. Dik, mager, homo, lesbisch maakte niet uit. Iedereen hield van hetzelfde. Toneel. Naar een kroeg of discotheek gingen we niet. We hadden pyjamafeestjes en keken films. Al snel wist ik: dit is wat ik wil. Dat gaf me zelfvertrouwen.”

De vertolker van Tony Manero, koning van de dansvloer, ging zelf nooit naar de disco.

„Uhm. nee, haha.”

Ben je zelfverzekerd als je Tony speelt?

„Zoek niet verder, hier ben ik. Dat was mijn instelling. Al vanaf de allereerste auditie. Ik kwam binnen met een brilletje op en een sigaret in m’n mond, zei tegen de jury ‘goeiemorgen, ik ben Tony’, gooide mijn peukie weg, liep naar de piano en begon Staying Alive te zingen. ‘Wat is dit voor gek, die neemt het wel héél serieus’ dachten mensen. Ik neem het ook serieus.”

Het ging je niet gemakkelijk af. Je bent tijdens de liveshows een keer gevallen.

„Mijn knie ging uit de kom ja. Live op televisie! Ik werd in de lucht gegooid en belandde met mijn rechterbeen op de hiel van een medekandidaat. Ik probeerde te compenseren en toen ging het mis. Mijn knieschijf plopte eruit.”

Je zwaaide als een gewonde op het voetbalveld.

„Ik wilde zeggen: ‘Jongens, let niet op mij, ga maar door’. Maar dat werd anders geïnterpreteerd. De show werd stopgezet en overal zag ik hoofden, felle lampen, camera’s. Het enige wat ik dacht: het is live televisie, rustig blijven. En niet gaan janken.

„Backstage vroegen ze of ik met krukken bij de stemuitslag wilde zijn. Ik dacht: dat is leuk voor de kijkcijfers, maar dat ga ik mooi niet doen. Weet je wat Tony zou doen? Die zou gewoon opstaan en het podium opgaan. Dat heb ik gedaan. Heel bikkelend, als een of andere idioot.”

In de finale raakte je je tekst kwijt.

„Ik moest een technisch lastig nummer zingen. Ik had het helemaal in de vingers. Maar ik kwam die showtrap af en zette vanaf de eerste zin gewoon de verkeerde tekst in. Ik probeerde nog wat maar toe was het opeens ‘La la la’. Waarom? Zenuwen, adrenaline, live tv. De stem van mijn leraar Frank Sanders schoot door mijn hoofd: doorspelen, doorspelen! Tegen de jury zei ik daarna ‘het spijt me’.”

Meende je dat?

„Het is slim om te zeggen, dacht ik. Backstage baalde ik natuurlijk ontzettend. Ik heb lopen vloeken en tieren. Maar ik heb het mezelf niet aangerekend. Televisie ben ik gewoon niet gewend.”

En toen won je.

„Toen begon het pas. Moet je nagaan: heb je een half jaar naar iets toem gewerkt, kom je helemaal duizelig uit een achtbaan, en dan pas moet je het gaan waarmaken. Op de avond na de finale gingen we met alle kandidaten stappen in een karaokebar. De volgende dag had ik pas tijd voor het script.

„Het rare is: al na twee dagen kende ik het stuk. Mijn kopieermachine stond nog aan. Die had ik aangezet toen ik voor het tv-programma heel snel teksten en pasjes moest instuderen.”

Maar als je al duizelig bent, hoe kun je dan weer verdergaan?

„Bij de eerste try-outs werd ik duizelig . Hyperactief, overgeconcentreerd. Omdat je alle informatie tegelijk moet verwerken.

„ Je moet je voorstellen: de druk is groot. Hoe sneller ik leer, hoe sneller de hele productie gaat. Mijn bureau ligt vol aantekeningen: waar moet ik lopen, hoe moet ik staan. En ondertussen sta je bij de tramhalte opeens naast een foto van jezelf te wachten.

„Op de zevende dag, tijdens een toneelscène waarin Tony in zijn slaapkamer staat, klapte ik dicht. Ik keek naar Tony’s gouden ketting, naar de mensen om me heen en het was oerstil. Toen pas kwam het besef: jemig, dit ben ik gewoon aan het spelen. Na afloop kwamen de emoties. Ik mag dit doen. Maar ook: al die achtbanen.”

De heftigste, de première, nog moet komen.

„Daar heb ik heel veel zin in. Weet je waarom? Omdat ik dan uit het karretje kan stappen. Het stuk zit bijna in mijn vingers en repeteren is echt veel zwaarder dan optreden. Straks ben ik overdag vrij. En natuurlijk blijf ik doorlopen in het pretpark.”

Maar je kunt even een ijsje eten.

„Even tijd voor Joey. Op de bank hangen en dvd-boxen kijken.”

    • Freek Schravesande