Zijn neus breken was niet de intentie

Wie: Nievel M. en Gabriël B.

Waar: rechtbank Amsterdam

Staan terecht voor: poging tot zware mishandeling van een medepassagier in de nachtbus

In een vrolijk gebreide trui, maar met een getergde gezichtsuitdrukking komt het slachtoffer de zittingszaal binnenlopen. Hij neemt plaats op de klapstoelen voor publiek. Voor hem, met zijn rug naar hem toe, zitten de twee mannen die hem bijna een jaar geleden in elkaar sloegen in de nachtbus. De een, een Antilliaan van 26 met een getatoeëerd spinnenweb in zijn nek, sloeg hem en hield hem daarna vast terwijl de ander, een Duitse jongen die nu een keurig jasje draagt, op hem insloeg. Met zijn vuisten, op zijn hoofd en waar hij hem maar kon raken.

Het slachtoffer hield er twee blauwe ogen, een snee in zijn voorhoofd van vier centimeter en een gebroken neus aan over. Die hoefde overigens niet ‘gezet’ te worden, wat als juridische consequentie heeft dat het niet als zwaar letsel geldt.

Ze hebben hem niet zómaar geslagen, vertelt de Antilliaanse jongen Nievel M. aan de rechters. Die nacht zat hij in de bus met zijn vrienden, onder wie Gabriël B., toen van achter uit de bus het latere slachtoffer naar voren kwam lopen. Door een wilde manoeuvre van de chauffeur verloor de jongen even zijn evenwicht. Het zag er grappig uit, zegt Nievel, maar hij lachte de jongen niet uit. „Ik giechelde alleen maar.”

En toen begon de jongen tegen hem te schelden, hoorden ook andere buspassagiers. Kanker, zwarte, aap – wil je een banaan? Hij maakte aapbewegingen in zijn richting. In het proces-verbaal van de politie staat althans: „Hij bracht zijn handen richting zijn oksels, bij verbalisant bekend als betekenend: een aap nadoen.”

Nievel, dat hoorden buspassagiers ook, zei een paar keer: „Loop door man, loop gewoon door.” Maar zijn incasseringsvermogen was eindig. Hij ging op de jongen af. En toen, zegt Nievel, sloeg die jongen hém. Nievel sloeg terug. „Om me te verdedigen.”

Er zijn camerabeelden uit de bus. De advocaat heeft die bekeken, Nievel zelf niet. Als hij ze had gezien, had hij misschien niet gezegd dat het slachtoffer als eerste sloeg.

De officier van justitie wil de beelden graag op de zitting vertonen. Zeven toga’s en twee verdachten scharen zich rond de laptop. De juristen houden hun handen op de rug. De verdachten hebben hun handen vroom gevouwen voor hun kruis, alsof ze handboeien om hebben.

Tijdens het filmpje vraagt één van de rechters op geïrriteerde toon aan Nievel: „Kunt u mij uitleggen wanneer nou dat moment was dat u zich moest verdedigen?” In de zaal is niet te verstaan wat Nievel terugmompelt. Het gekke is dat daarna ook de advocaat van Nievel nog betoogt dat Nievel níét de eerste was die sloeg.

De medeverdachte van Nievel, Gabriël, vertelt dat hij nog vrijwel elke dag nadenkt over de vechtpartij. Hij wil zijn excuses aanbieden aan het slachtoffer. Hij heeft een fulltime baan met een Engelse functieomschrijving, een huis en een verloofde. En ja, hij is wel eens veroordeeld voor een inbraak, maar dat is lang geleden. Gabriël neemt, zullen de rechters later schrijven, verantwoordelijkheid voor zijn daden.

Het pijnlijke in de zaak van Nievel is dat hij net een cursus agressiebeheersing had afgerond. Hij moest die cursus volgen omdat hij veroordeeld was voor een woningoverval en verboden wapenbezit. Volgens de organisatie was die cursus met goed gevolg afgerond.

Zelf vindt Nievel ook dat hij nu niet meer zo’n kort lontje heeft als daarvoor.

De rechter vraagt: „Maar vindt u dit dan een gepaste reactie?

„Met alle respect”, zegt Nievel, „jullie kunnen niet begrijpen hoe ik me op dat moment voelde.”

De rechter: „U kunt mij gewoon u noemen.”

Nievel: „Ik ben voor een menigte vernederd.”

De rechter: „Dus dan mag u iemand een gebroken neus slaan?”

Nievel, timide: „Nou, dat was niet de bedoeling.”

Het slachtoffer was, leest de rechter, „volledig de kluts kwijt” toen hij na de vechtpartij zijn met bloed doorweekte broek en schoenen zag. De rechter vraagt de jongen hoe het nu met hem gaat. „Beter”, zegt hij. „Ik probeer verder te gaan met mijn leven.” En, ongevraagd: „Er is geen reden die het rechtvaardigt iemand in elkaar te slaan.”

De officier van justitie vindt de feiten zo ernstig dat er wat haar betreft „geen sprake kan zijn van een voorwaardelijke- of werkstraf”. Ze vindt dat beide verdachten een gelijk aandeel hebben in de mishandeling en eist tegen beiden zes maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk.

De rechtbank maakt twee weken later wel een groot onderscheid tussen hen. Nievel krijgt de geëiste celstraf van zes maanden waarvan twee voorwaardelijk, omdat hij „geen inzicht toont” in zijn rol in het incident. Bovendien is op de beelden „onmiskenbaar” te zien dat hij als eerste sloeg. Gabriël krijgt twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en moet een cursus ‘alcohol en geweld’ volgen. Beiden moeten 620 euro betalen aan het slachtoffer, voor de medische en andere kosten die hij heeft gemaakt.

Merel Thie

    • Merel Thie