Waar droomt de jonge Amsterdammer van?

Daan Heerma van Voss: Zonder tijd te verliezen. Atlas, 297 blz. €22,95

De stad mag er in de gedaante van Berlijn, Barcelona en New York inmiddels een paar internationale concurrenten bij hebben, als magneet voor jongeren uit Delfzijl, Venlo, Middelburg of Den Helder is de aantrekkingskracht van Amsterdam onverminderd groot gebleven. Wat zouden ze er graag willen wonen, en wat zal de daadwerkelijke verhuizing een shock zijn voor sommigen. Als daar maar geen literatuur van komt – om een gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer te parafraseren.

Maar waar droomt de jonge Amsterdammer van? Wil die ook weg van eigen erf? Het komt aan bod in de tweede roman van Daan Heerma van Voss, Zonder tijd te verliezen, waarin twee in Amsterdam getogen jongens van rond de twintig de wijk nemen naar Italië om daar een jaar te studeren. Waarom weg, en niet gewoon naar UvA of VU gegaan?

Het is misschien wat cru voor de dromers in Delfzijl, Venlo, Middelburg en Den Helder, maar het lijkt wel alsof er in het Amsterdam van de personages Daan en Xander bitter weinig te beleven valt. In de herinneringen van Daan, die in de roman het woord voert, komt Amsterdam over als een soort bejaardenoord waar het allemaal fijn aan kant is en waar jonge mensen nauwelijks blootgesteld worden aan risico’s. In het vliegtuig naar Italië merkt Daan dan ook op: ‘Rampen gebeuren, maar zelden met jongens uit Amsterdam-Zuid.’

En rampen willen we, daar zijn niet alleen twee wat verveelde jongens uit Amsterdam bij gebaat, maar ook de lezers van een roman. Zo belanden we bij wat als de kern van de roman gezien kan worden: het niet kunnen loslaten van wat je gevormd heeft. Xander gaat nog enigszins ‘op’ in het Italiaanse decor, maar Daan, een wat ouwelijke en melancholisch aangelegde jongen, is eigenlijk constant met z’n hoofd in Mokum, hoe hard de zon ook schijnt.

Dat is vervelend voor Daan, maar voor de toeschouwer niet echt als een ramp te classificeren. Er is op een bepaald moment een meisje (hetgeen in ieder geval binnen de literatuur vaak een aankondiging voor een ramp is), maar ook dat wil maar niet echt tot ontbranding komen. Daarbij lijkt het bij tijd en wijle wel alsof je een reisgids van Italië zit te lezen in plaats van een roman.

Zonder tijd te verliezen is echter geen bar slechte roman. Alleen al omdat je af en toe opveert vanwege een geslaagde formulering of abstractie. Zo spreekt Daan een man die vroeger veel alleen door Ierland reisde, maar daar nu, eenmaal op middelbare leeftijd, om een wel heel specifieke reden maar van afziet. ‘Nee, dat kan nu niet meer. Een man die alleen reist is een pedofiel.’ Twee zinnen die een heel beeld oproepen van een wat morsige man die door de regen loopt en vol wantrouwen wordt aangekeken wanneer hij ’s avonds, natgeregend en wel, bij een herberg aanklopt. Zo zou hij dertig jaar eerder, onder dezelfde omstandigheden, nooit zijn aangekeken.

Maar waar wil Heerma van Voss verder met dit boek naartoe? Hij heeft de ontbindende vriendschap tussen Xander en Daan willen tonen, terwijl nergens werkelijk invoelbaar wordt gemaakt waar de aanvankelijke magie tussen de twee nu in schuilging.

Hij heeft een teloorgaande liefde willen tonen, terwijl die Daan zijn meisje nooit lijkt op te willen vreten. Hij heeft de tocht van Amsterdam naar Italië willen tonen, maar is ergens halverwege in veilig en neutraal Zwitserland blijven steken.

    • Sebastiaan Kort