Verjaardagsdemon

Dit weekend ben ik jarig, en ik heb met mezelf afgesproken: ik zal het tegemoet treden als een zenboeddhist die op zijn pad een teer, roze bloemetje vindt – kalm, glimlachend en tevreden.

Verjaardagen zijn een lastig fenomeen: zo’n dag die helemaal om jou draait, zonder dat je er iets anders voor hebt hoeven presteren dan niet doodgaan – dat doet iets met een mens. Sommigen willen het liefst de dag onder een dekbed doorbrengen terwijl zelfs een bakje paprikachips ze aan hun eigen sterfelijkheid doet denken („En dan slibben mijn aderen dicht en dan loop ik op een dag naar de bakker en hoppakee! zo voorover dood op de stoep. Dóód.”). Anderen worden eerder uitgelaten, en met uitgelaten bedoel ik hysterisch.

Ik behoor duidelijk tot de laatste categorie.

De hysterische jarige wil over het algemeen graag een feest geven en organiseert een verjaardagsavond. Maar zodra je iets organiseert, ga je je verheugen. En zodra je je verheugt, krijg je verwachtingen. En iedereen weet: verwachtingen leiden meestal tot teleurstellingen. Zeker in het hoofd van de hysterische jarige, daar is het immers hysterisch. Net als je bezig bent met kratten bier, bakken Japanse nootjes en het aanmaken van de iTunes afspeellijst ‘Verjaardag de gekste’, komt er een sms’je binnen: ‘Hee, ik kan niet komen vanavond, moet voetballen, doei! Peter’. En terwijl het feest verder gaat, blijf je stiekem toch bezig met: „Wie moet er nou voetballen op een zaterdagavond? Dat kan toch ook morgen? Waarom gaat ie dan niet gewoon morgen voetballen? Waarom?!”

Verjaardagsteleurstellingen zijn de gênantste soort teleurstellingen. Het soort waar eigenlijk niet over gepraat wordt, omdat het ongeveer gelijk staat aan toegeven: jazeker, ik ben een slecht mens. Het ontspruit uit een diep weggestopt, kwaadaardig gedeelte van je hersenen, dat in de roes van het jarig zijn plotseling ontwaakt. Je wilt er niet aan toegeven, waarna je jezelf tóch betrapt op de gedachte: ik had liever iets anders willen hebben – terwijl je oprecht blij mag zijn dat je überhaupt cadeautjes kríjgt. Of dat allemaal mensen het opeens ‘niet laat willen maken’ – terwijl je al heel verheugd bent dat ze sowieso gekomen zijn. Toch laat enige vorm van redelijkheid je op zulke momenten jammerlijk in de steek. Je bent jarig, je bent dronken, er zitten platgestampte kaasknabbels in de schapenvacht op de vloer en it’s my party and I cry if I want to.

Toch ga ik het dit keer helemaal anders doen. It’s my party en ik ben blij en gelukkig en rustig en content en dankbaar en zal alle mensen begroeten alsof ze een teer, roze bloemetje zijn. Elke aanwezigheid is een eer en bovendien voldoende; ik heb ook helemaal geen spullen nodig. Dat wil ik echt. Ik ben geen slecht mens. Heus. Maar op dit moment is dit makkelijk praten – de beschamende verjaardagsdemon is nu nog slapende.

    • Renske de Greef