Universiteit schond de academische vrijheid

Het bevreemdt ons dat de Vrije Universiteit een maatschappelijk debat in het geval van ophef afgelast. Geen academische vrijheid vinden Hamza Akkar en Latifa Tawfik.

In tegenstelling tot wat diverse media melden, is het symposium met de Britse sjeik dr. Haitham Al-Haddad niet afgelast. Wel heeft de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) haar eerdere toezegging ingetrokken om een zaal beschikbaar te stellen.

Een van de doelstellingen van de Islamitische Studentenvereniging Amsterdam (ISA) is de bevordering van de participatie van moslimstudenten aan het academisch onderwijs. Dat onderwijs aan de Vrije Universiteit van Amsterdam is gebaseerd op academische waarden, maar de VU heeft verzuimd zich onafhankelijk, academisch op te stellen en is gezwicht voor politieke druk. Het is voor ons geen nieuws dat sommige media de bronnen niet verifiëren, maar het doet afbreuk aan de academische status van een universiteit als zij dezelfde houding aanneemt.

De VU heeft verzuimd om na te gaan of de ontstane ophef enige grond heeft. Er is geen enkele poging gedaan om de beweringen over Haitham al-Haddad te verifiëren. De sjeik distantieerde zich gisteren in een interview aan de NOS van de beschuldigingen aan zijn adres.

Wij hebben ervoor gekozen sjeik dr. Haitham al-Haddad uit te nodigen omdat wij onze studenten de gelegenheid willen bieden om van gedachten te wisselen over de positie van de islamitische academicus in het Westen. Hierover leven vragen onder onze studenten.

Haitham al-Haddad is een frequent spreker op universiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft onder meer een PhD in islamitisch recht aan de Universiteit van Londen en hij heeft kennis van de westerse samenleving. Wij achten hem daarom een geschikte spreker voor dit symposium.

Wij zijn van het begin af aan duidelijk geweest tegenover de VU en hebben de universiteit tijdens de voorbereidingen in kennis gesteld van de vorm en inhoud van het symposium. Ook zijn wij tegemoetgekomen aan suggesties van de leiding van de VU aan ons, bijvoorbeeld door een tweede spreker uit te nodigen. Dit zou ten goede komen aan het academische gehalte.

Toen de ophef over de komst van Haitham al-Haddad ontstond, hebben wij contact gezocht met de collegevoorzitter van de VU om er met hem te spreken. Op deze uitnodiging is hij niet ingegaan.

Op dezelfde dag hebben wij ’s ochtends nog om de tafel gezeten met de afdeling communicatie en beveiliging van de VU, om in samenspraak te regelen dat de bijeenkomst ordelijk zou verlopen. Het college van bestuur van de VU was op dat moment nog van mening dat het debat doorgang moest vinden, omdat er aan de voorwaarden was voldaan en de mogelijkheid tot dialoog aanwezig was.

Tot onze grote verbazing moesten wij enkele uren later, via de pers, vernemen dat er binnen een paar uur geen gesprek meer mogelijk was. Helaas is met ons niet overlegd en zijn wij vooraf niet in kennis gesteld van de beslissing tot afgelasting.

De VU is kennelijk van mening dat een academisch debat onmogelijk moet worden gemaakt in geval van maatschappelijke of politieke ophef. Ophef lijkt ons juist een graadmeter voor maatschappelijke relevantie. Dit zou reden temeer moeten zijn voor de VU om zich in te zetten om dit debat mogelijk te maken.

Wij verwachten dat een academische instelling steun geeft aan het bieden van een podium voor een open debat over maatschappelijk relevante kwesties in een academische setting. Wij zijn geschokt dat academische en rechtstatelijke waarden door politieke druk in het geding zijn gekomen in dit verrechtste klimaat. Tevens vinden wij het teleurstellend dat onze transparantie, welwillendheid en inzet voor de academische ontwikkeling wordt beantwoord met deze gebrekkige houding van de VU.

Wij hebben ons ook verbaasd over de politieke ophef. Een Kamermeerderheid schaart zich achter de zeer ingrijpende maatregel van het vooraf censureren van een spreker, op basis van beweringen die worden gedaan in de media zonder dat ze worden gestaafd. Het initiatiefnemende Kamerlid Joël Voordewind (CU) heeft eergisteren bij het actualiteitenprogramma Pauw & Witteman te kennen gegeven dat hij tot deze ingrijpende conclusie is gekomen op basis van „gegoogle”. Geen enkel Kamerlid van deze Kamermeerderheid heeft zelf navraag gedaan.

Van zorgvuldigheid is geen sprake. Dit is een kwalijke zaak, omdat de vrijheid van meningsuiting in het geding is en omdat het gaat om volksvertegenwoordigers. Zij zouden de hoeders moeten zijn van de kernwaarden van de democratische rechtsstaat Nederland. Hoe intelligent zijn politieke partijen die denken de uitwisseling van standpunten te kunnen tegenhouden bij de grens, terwijl digitale media in een geglobaliseerde samenleving alles en iedereen aan elkaar verbinden?

Deze partijen tonen met hun bereidheid tot censuur dat zij weinig vertrouwen hebben in het Nederlandse onderwijssysteem. Dit is een systeem dat erop is gestoeld kritische, onafhankelijke geesten voort te brengen die op basis van een eigen waarneming en eigen afweging komen tot een standpunt dat in alle vrijheid mag worden beleefd binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. De partijen tonen ook gebrek aan vertrouwen in de werking van de kernwaarden die de grondslag vormen van de Nederlandse rechtsstaat. Dit heeft effect op Nederlandse burgers in het algemeen en op Nederlandse moslims in het bijzonder.

Wij, als islamitische toekomstige academici, zullen te allen tijde oproepen tot een kritische houding met een autonoom denkproces zonder aanzien des persoons, of het nu de politiek, de pers of de VU betreft. Wij zullen niet zwichten voor de politieke druk en wij werken niet mee aan censuur. Wij zoeken de samenwerking met degenen in de samenleving die net als wij niet zwichten voor politieke druk in dit politieke klimaat. Wij zullen de academische waarden wél praktiseren, door sjeik dr. Haitham al-Haddad alsnog bij De Balie uit te nodigen op ons symposium en met hem in gesprek te treden in onze stad, Amsterdam.

Hamza Akkar en Latifa Tawfik schreven dit stuk namens het bestuur van de Islamitische Studentenvereniging Amsterdam, waarvan zij woordvoerders zijn.

    • Hamza Akkar
    • Latifa Tawfik