Turkse aanklager moet afblijven van de geheime dienst

Het Turkse parlement heeft de bevoegdheden van de aanklager beperkt om geheim agenten te ondervragen. Het draait om een onderzoek naar contacten met de PKK.

Met duizenden Koerden, studenten, academici en journalisten die worden vervolgd in Turkije is het soms belangrijker om te zien wie in dit land niet wordt vervolgd. Of niet mag worden vervolgd. Wat premier Recep Tayyip Erdogan en zijn regeringspartij (AKP) betreft blijven de aanklagers met hun handen af van hun geheim agenten.

Gisteren nam het parlement, gedomineerd door de AK-partij, haastig een wet aan waarin vervolging van medewerkers van de geheime dienst (MIT) alleen mogelijk is met speciale toestemming van de premier. Nog nooit zag Turkije zo’n duidelijk bewijs dat achter de schermen van de macht in Turkije een felle strijd woedt over de vraag: wie is in dit land de baas, de premier of de aanklagers.

Vorige week sommeerde een aanklager het hoofd van de veiligheidsdienst, Hakan Fidan, en zijn voorganger om te getuigen over banden tussen hun agenten en strijders van de verboden Koerdische beweging PKK. Ook onderzoekt justitie besprekingen die hebben plaatsgehad tussen de geheime dienst en de PKK in Oslo. De aanklager die het onderzoek leidt is inmiddels van de zaak gehaald.

De geheime dienst staat onder directe controle van premier Erdogan en de activiteit van de aanklagers wordt door velen gezien als een teken van de verzwakte positie van Erdogan, die al bijna tien jaar het onaantastbare gezicht is van de macht in Turkije. De premier is de afgelopen maanden wegens ziekte veel minder zichtbaar in het openbare leven.

„Wij als gewone burgers volgen dit met afschuw”, zei Umit Boyner, voorzitter van de machtige vertegenwoordiger van het Turkse bedrijfsleven TUSIAD. „Het gevoel groeit van een machtsstrijd binnen de staat.”

De meningen lopen uiteen over de vraag wie tegen wie vecht. Veel Turkse nationalisten zijn woedend over de onderhandelingen die de regering van premier Erdogan achter de schermen voert met vertegenwoordigers van de PKK. De officiële lijn was altijd: de regering onderhandelt niet met terroristen. Maar in het geheim gebeurt het toch. Sommige nationalisten binnen het justitieapparaat zien dat als verraad aan de Turkse eenheidsstaat.

Anderen wijzen op de groeiende invloed van de islamgeleerde Fethullah Gülen, wiens volgelingen de afgelopen jaren machtige posities zijn gaan bekleden in het justitieapparaat. De Gülenbeweging probeert haar invloed in de Koerdische gemeenschap te vergroten, tot afschuw van de PKK die een aantal imams van de beweging liet vermoorden.

De banden tussen Erdogan en de Gülenbeweging waren altijd goed, maar hebben in de afgelopen maanden deuken opgelopen. Volgens columnist Taha Kivanc die schrijft in een krant gelieerd aan de Gülenbeweging, schaadt de affaire juist het imago van de beweging. „Uiteindelijk was het de beweging die voorstelde om Koerdisch onderwijs toe te staan en die geregeld rondetafelgesprekken organiseert over dit onderwerp.”

De machtsstrijd heeft plaats tegen de achtergrond van arrestaties van Koerdische activisten, schrijvers, parlementsleden en burgemeesters. Ook deze week werden weer tientallen Koerden opgepakt. Noch de regering, noch de nationalisten, noch de Gülenbeweging hebben hun bezorgdheid hierover geuit.

De oppositie dreigde gisteren naar het constitutionele hof te stappen om te protesteren tegen de wet die vervolging van geheim agenten blokkeert. Zij sprak van „een groot risico voor de democratie” . Het hof annuleerde in 2005 eenzelfde soort amendement.

    • Bram Vermeulen