Spoedcurus Vastelaovend

Hoe ik ooit carnaval ging haten en hoe ik er weer van leerde houden.

Jan van Mersbergen

Van Hollanders die in het weekend in Antwerpen komen zuipen, schreeuwen en kotsen, zeggen de Antwerpenaren dat ze ‘tegen de kathedraal pissen’.

Amsterdam kent het fenomeen tijdens Koninginnedag, en vooral de nacht ervoor. De ergernis over de manier waarop niet-Amsterdammers het feest in hun stad vieren is zo groot dat dit jaar het Radio 538 Koninginnedagfeest op het Museumplein niet door gaat. Te groot, te veel overlast, in zijn geheel ongepast. Maar door dat verbod zal de dag niet anders zijn dan anders. Duizenden jonge mensen zullen naar de stad komen om te zuipen en de vrijheid te nemen die er nu eenmaal in Amsterdam is.

Wat beter kan gebeuren: de bezoekers duidelijk maken wat een Amsterdamse Koninginnedag is. Samen op straat een dag doorkomen met wat lekkers te drinken, met wat handel en met humor en openheid. Met de kinderen in een park staan en oude spullen verkopen naast het monotone vioolspel van een kind dat een paar maanden les heeft, dapper en teder. Vertel de bezoekers dat ze aan kunnen sluiten bij die sfeer, dat ze wat ouwe zooi mee moeten nemen om te verkopen, en een kleedje, en een gitaar.

Het carnaval (in Limburg: Vastelaovend) kampt met dezelfde problemen. Bezoekers van elders komen het feest leegtrekken, en als ze daar genoeg van hebben vertrekken ze weer. Veel nemen, weinig geven. De enige reden om ze hun gang te laten gaan is het geld dat uitgegeven wordt, en dat is eigenlijk geen reden.

Als de enige bijdrage aan de stad zuipen en kotsen is, dan wordt de weerstand van de stad tegen bezoekers steeds groter en volgen er halfslachtige maatregelen die vergelijkbaar zijn met het verbieden van een Koninginnedagfeest: het invoeren van polsbandjes of een deurbeleid.

Het enige alternatief is het uitdragen van de carnavalswaarden. Op zich hou ik niet zo van belerende opvoedregels, maar enige hulp bij het komende carnaval kan de feestvreugde voor iedereen vergroten.

Bent u van plan de komende dagen naar het zuiden af te reizen? Hieronder een paar tips.

In de eerste plaats is carnaval een plaatselijk feest. De sfeer in Venlo (waar ik ieder jaar Vastelaovend vier) is anders dan in Roermond of Sittard of Maastricht. Daar draaien ze andere liedjes, zijn de tradities anders, daar kennen ze geen Boerenbruiloft.

Ooit sprak ik een acteur van een theatergroep die in Venlo een voorstelling maakte en die tijdens Vastelaovend in oranje en paarse pakken en pruiken naar het centrum trokken en daar een zwarte menigte troffen; de vrouwen in zwarte jurken met voiles en bont en de mannen in driedelig zwart met hoeden en kettingen om van boerenkool en spruitjes. Het was Boerenbruiloft. De theatergroep kon weer vertrekken.

Belangrijk is dat je weet wat er ter plekke speelt. Als je te gast bent in een stad, vier dan niet je eigen feest, maar het feest van die stad.

Een goede uitdossing – een pekske – is essentieel. In Brabant kun je nog wel wegkomen met een kiel en een zakdoek en ovenhandschoenen aan een touwtje om je nek, in Limburg zijn de pekskes uitbundig en kleurrijk, en buiten dat vertelt een pekske een verhaal, is het de aanleiding voor een act. Iedereen draagt een act uit, speelt een rol. Een paar jaar terug waren wij niet alleen verkleed als Surinaams wachtbataljon, we stonden ook de hele dag te wachten. De komende dagen hebben we weer een andere rol.

Voer zo’n spel op, sleep andere mensen mee. Atributen zijn belangrijk. Details. Subtiliteiten, humor, woordspelingen.

Een ander middel om aansluiting te kunnen vinden bij het feest en bij de mensen is de muziek.

Toen ik een paar jaar geleden voor het eerst in Venlo kwam, kende ik alleen de Brabantse liedjes. In Venlo hoorde ik voor het eerst de Venlose liedjes en het jaar erop wilde ik – gegrepen door de sfeer en de schoonheid van de liedjes – mee kunnen zingen. Ik zocht de liedjes op (YouTube) en ik oefende en de volgende Vastelaovend werd ik schor van het zingen en verloor uiteindelijk mijn stem. De Venlonaeren zagen dat ik een buitenlander was, maar vonden het prachtig dat ik hun liedjes meezong. Werd ik het eerste jaar nog met scepsis benaderd omdat ik de teksten niet kende, toen ik mee kon zingen danste ik met de mensen en werd ik om omhelsd als een vriend.

Dat is het allerbelangrijkste: maak contact. De grondregel is: Vastelaovend vier je niet alleen. Je viert het samen met de mensen van de stad, samen met de stad.

Doe mee.

Maak van carnaval geen Radio 538 feest.

Pis niet tegen de kathedraal.

Geniet!

Jan van Mersbergen publiceerde in 2001 zijn eerste roman, vorig jaar verscheen zijn zesde roman, ‘Naar de overkant van de nacht’, over het carnaval in Venlo. Vorige week kreeg hij de BNG Literatuurprijs.