Speltip: vraag een bijsluiter

We willen én hoge pensioenen én een einde aan het casinokapitalisme. Maar we zullen moeten kiezen.

Weer zijn de pensioenfondsen in het nieuws. Deze keer geen discussies over rekenrentes, dekkingsgraden of gebrek aan solidariteit met de jeugd. Nee, pensioenfonds ABP daagt zakenbank Goldman Sachs wegens mogelijke onjuistheid in de verstrekte informatie omtrent hypotheekbeleggingen.

Zo komen eindelijk de twee belangrijkste discussies in politiek Nederland bijeen: enerzijds die over de pensioenen, anderzijds die over de rol van zakenbanken in de crisis.

Saillant detail is dat sinds jaar en dag de indexeringen van onze pensioenen voortkomen uit beleggingen in zakenbanken als Goldman Sachs en een trits aan andere zakenbanken, hedgefunds en opkoopfondsen. Met de zaak tegen Goldman Sachs in het verschiet is de keus duidelijk: blijven we met twee maten meten – dat wil zeggen en vragen om rendement en kritiek leveren op die banken die dat mogelijk maken met (rommel)beleggingen? Of gaan we eindelijk eens nadenken over de vraag waar wij, Nederland pensioenland, onze pensioenen mee willen financieren.

Ooit waren pensioenfondsen relatief eenvoudige beleggingsinstrumenten. Onze pensioenafdrachten kwamen in een grote pot die vervolgens door fondsen als ABP werd geïnvesteerd in simpele beleggingsproducten als staatsobligaties. Totdat eind jaren tachtig allerlei nieuwe investeringsproducten op de markt kwamen. Die leverden prima resultaten. De pensioenfondsen wilden niet achterblijven bij de markt en werden geleidelijk omgetoverd tot complexe investeringsfondsen.

Een kort overzicht van zijn top-100 beleggingen in 2010 leert dat het ABP onder andere belegt in: Goldman Sachs, Wells Fargo en een investeringsfonds als Lone Star. Bij PFZW komt een soortgelijk beeld naar voren met een waaier aan investeringen in hedgefondsen (al dan niet op de Kaaimaneilanden gevestigd), opkoopfondsen, credit default swaps en emerging market debt. Dit gebeurt via partijen met ambitieuze namen als Amadeus Capital Partners, Cerberus Capital Management, of Behringer Harvard, dat volgens de website van PFZW haar rendement behaalt doormiddel van investeringen in „woningen in de Verenigde Staten, middels een opportunistische strategie”.

Lang niet al deze partijen zijn van onbesproken gedrag, om het mild uit te drukken. Goldman Sachs hielp Griekenland met creatief boekhouden. Binnenkort zal blijken of de bank ook ABP om de tuin heeft geleid. Wells Fargo gaf in 2010 toe ‘tekort te zijn geschoten’ in het toezicht van 378 miljard dollar aan witgewassen Mexicaans drugsgeld. Lone Star staat bekend om zijn agressieve opkoop- en saneringstactieken. En ‘opportunistische strategieën’ in de huizenmarkt? Waren die, middels de subprime hypotheekmarkt, niet de aanleiding van alle ellende?

Uit deze feiten komt een helder beeld naar voren: Nederlandse pensioenfondsen behoren tot de grootste investeerders ter wereld. Om onze pensioenen te garanderen, beleggen ze in allerhande organisaties waarvan sommige scherp bekritiseerd zijn vanwege hun dubieuze rol in de financiële crisis. In andere woorden, onze wens tot pensioenrendement (en indexatie) hangt in de praktijk ongemakkelijk nauw samen met precies de bancaire en investeringspraktijken die politiek – van links tot rechts – fel onder vuur liggen.

Verrassend genoeg blijft deze ongemakkelijke samenhang in Nederland grotendeels buiten beeld. Neem de PVV en de SP. Die vinden allebei dat er niet meer gemorreld moet worden aan de pensioenen, er niet moet worden afgewaardeerd en de pensioenleeftijd op 65 moet blijven. Diezelfde partijen hebben tegelijkertijd grote kritiek op de financiële sector – diezelfde sector die in de praktijk hun pensioenwensen mogelijk maakt. Zij bepleitten strengere regels en meer openheid in de financiële sector. Op zich prima.

Minder duidelijk is of de PVV ook genoegen neemt met een lager rendement als gevolg van strengere regulering; of hoe de SP reageert als uit de ‘gewenste openheid’ blijkt dat het kapitaal van hedgefondsen voortkomt uit onze pensioenpot.

Feitelijk schuilt achter de zaak ‘ABP vs Goldman’ dus een veel groter vraagstuk. Namelijk in hoeverre wij – Pensioenfonds Nederland NV – ons in onze drang tot pensioenrendement niet ook hebben laten leiden door de bonanzacultuur waarvan we nu de bittere vruchten plukken. Anno 2012 zijn onze pensioenfondsen nog immer grootkapitaalverstrekkers van dezelfde investeringsbanken, hedgefondsen en investeringsfondsen. De reden hiervoor is dat deze investeringsvormen in de praktijk nog steeds het meeste rendement opleveren.

Durft de politiek daadwerkelijk zakenbanken, investeringsfondsen en hedgefondsen harder aan te pakken, zelfs als dat zou leiden tot lagere pensioenrendementen? En willen wij, pensioenafdragers, voor ons pensioen afhankelijk blijven van partijen die het met de spelregels niet altijd even nauw nemen?

Er zijn geen gemakkelijke oplossingen voor dit dilemma. Hier toch een voorzetje. Vergroot de transparantie van de pensioenfondsen. Wees duidelijker over de risico’s van pensioenbeleggingen. Bijvoorbeeld door veel nadrukkelijker gebruik te maken van ‘financiële bijsluiters’, zoals dat nu al gebeurt bij andere beleggingsproducten. Tot slot: bied de pensioenafdrager de mogelijkheid dit dilemma zelf op te lossen. Laat hem of haar zelf de keuze maken voor beleggingen met een lager of hoger risico.

Ik gun iedereen zijn pensioen. Ook stel ik niet dat we roomser dan de paus hoeven te zijn. Maar hoeveel zijn onze pensioenfondsen ons nu eigenlijk echt waard?

Rutger Kaput (27) is promovendus in de politieke filosofie aan de Universiteit van Oxford