Soldaat 3810159 groeit op

Valérie Zenatti: Soldaat. Vert. Mieke Prins. Callenbach, 201 blz. 15+ €14,95

Het Israëlische leger ga je in als meisje en je komt eruit als vrouw, aldus de commandant. Bij hun intrede grappen de 18-jarige aspirant-soldaten nog tegen elkaar: ‘Bedoelt ze soms dat we ontmaagd worden?’ Zenatti begint haar jeugdroman Soldaat alsof het chicklit is: met vriendinnen die zich ‘drie losers in een land van losers’ voelen en lopen te katten op elkaar, met dat verschil dat het niet hun eindexamen is waar ze zich druk over maken, maar het leger. Maar dan nog: onder de cadeautjes die hoofdpersoon Valérie voor vertrek van haar vriendinnen krijgt, zijn douchegel met frambozengeur, ‘condooms voor noodsituaties in de liefde’ en ‘kant-en-klare harsstrips, vóór de noodsituaties in de liefde’.

Des te groter is het contrast als blijkt dat de twee jaar durende dienstplicht voor Israëlische jongens en meisjes toch echt geen geintje is. ‘Een soldaat is een soort volwassene met nog meer verantwoordelijkheden dan zijn ouders. Hij is belast met de nationale veiligheid,’ merkt Valérie op als ze net een maand soldaat nummer 3810159 is. Weer een paar maanden later is ze een volwaardig en bloedserieus radertje in de militaire machine – ze bespioneert dan voor de inlichtingendienst het Jordaanse luchtruim.

Ideaal materiaal voor een jeugdroman, zo’n verhevigde vorm van leven van een jongvolwassene. Dat komt in Soldaat goed uit de verf, doordat ze het militaire leven blijft bezien door de ogen van een 18-jarige. Haar dagboekfragmenten zijn geschreven in een luchtige meisjesstijl (‘er komen dagelijks ongeveer 236 bezigheden voorbij’) en er is verdriet om een ex-vriendje, maar er zijn ook terloopse gedachten waarin Valérie reflecteert op zichzelf, op het legerleven, op haar land in oorlog. Die passages tillen het verhaal uit boven het persoonlijke.

Aan welke kant staat Valérie, en waar wil ze staan? De kant van de ‘geweren’ is niet vanzelfsprekend haar kant – als de bus waar ze in zit met stenen bekogeld wordt, voelt zij zich rechtstreeks aangevallen en dat hakt erin. Toch, de Frans-Israëlische schrijfster van het ook al prettig complexe Ik had een vriend in Gaza (2010) pretendeert niet de waarheid in pacht te hebben en neemt politiek geen stelling. Soldaat biedt het een verrijkend inkijkje in de Israëlische ver-van-mijn-bed-show. Tegenvaller is het wat geamputeerde einde: gelijk met de dienstplicht eindigt het boek en worden de uitgezette lijnen ruw afgekapt. Alsof Valéries leven niet pas net begint.

    • Thomas de Veen