Smet op blazoen van Melanie Schultz

Minister Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur,VVD) werd gister stevig op de vingers getikt. Een smet op haar bestuurlijk-politieke loopbaan: wethouder in Leiden, staatssecretaris in drie kabinetten-Balkenende, minister in het kabinet-Rutte.

De Tweede Kamercommissie die een onderzoek heeft verricht naar het spoorsysteem in Nederland, noemt haar vandaag „een incidentenminister” die „zonder deugdelijke informatie” besluiten neemt en de Tweede Kamer „onvoldoende informeert”. Er zijn in het verleden bewindslieden om minder weggestuurd. De commissie bestaat in meerderheid uit leden (van VVD, CDA en PVV) die de minister in principe politiek steunen. Dat maakt haar harde oordeel extra opmerkelijk.

Schultz is verantwoordelijk voor het spoor sinds zij in 2010 minister werd. Ze was het ook van mei 2003 tot februari 2007 als staatssecretaris. Hier passen wel kanttekeningen bij. Misstanden op het spoor dateren al van veel langer en verder is hier vooral deze vraag aan de orde: welke verantwoordelijkheid? De liberalisering van het spoorvervoer, de splitsing van de NS waardoor infrabeheerder ProRail ontstond, de politiek die zichzelf op afstand zette. Dat waren besluiten die welbewust in 1995 (splitsing) en 2002 (nieuwe Spoorwegwet) werden genomen.

Uit de met grote regelmaat terugkerende litanie aan klachten over ontregeld treinvervoer, waarbij de Tweede Kamer zich gretig opstelt als boze consumentenorganisatie, blijkt een grote behoefte aan directere aansturing door de politiek. De Kamer wil de minister kunnen aanspreken zonder dat zij de handen machteloos in de lucht steekt. Dat doet Schultz ook niet: „Ik ben en voel me verantwoordelijk”, zei ze deze week in de Tweede Kamer, die weer eens in wanhoop bijeen was. Maar er is een aanzienlijk grotere afstand tussen haar en ProRail dan tussen haar en Rijkswaterstaat, de ambtelijke organisatie die over de wegen gaat.

De splitsing van NS en ProRail kan niet volledig ongedaan worden gemaakt en dat zou ook niet wenselijk zijn. Het goederentransport over de rails, in Nederland voor 80 procent grensoverschrijdend, is in Europa toegankelijk gemaakt voor buitenlandse bedrijven en geen NS-taak meer. Bij het reizigersvervoer is NS weliswaar het grootste, maar lang niet het enige bedrijf op het spoor. Zoals de KLM het niet voor het zeggen heeft op de vliegvelden en in het luchtruim, zo kan NS niet die positie op de rails en in de stations worden gegeven. Wel kan de minister de NS bij de concessieverlening aan strengere voorwaarden binden.

Dat overheidsbedrijf ProRail dichter bij de minister van Infrastructuur wordt geplaatst, is wel een logische stap. Of het spoorbedrijf daar beter van wordt, is afwachten. Maar de Kamer heeft dan wel meer recht van spreken, mocht zij een falende minister wensen weg te sturen.