Porter warm en opzwepend

Gregory Porter. Gehoord: 16/2, Lantaren Venster, Rotterdam. Herh. 17/2 Bitterzoet, Amsterdam

Gregory Porter verraste in 2010 met zijn debuut Water, een album waarop de Californische zanger wist te bekoren met meeslepende, van soul doordrenkte jazz. De Grammy-nominatie voor beste jazzvocalen was een groot en terecht compliment: Porter is een zonder meer een imponerend zangtalent met een bluesy bariton waar je niet omheen kunt.

Jazz en soul gaan hand in hand bij de goed geklede Gregory Porter. Hij maakt geen keuze, maar mengt en verbindt met vocale kracht en souplesse. De lijm is zijn stem met klasse, die steeds anders klinkt, maar altijd warm en geruststellend.

Zijn nieuwe album Be Good bevat veel persoonlijke teksten die tevens een cultureel bewustzijn laten zien. Porter, die zijn gezicht altijd omhult met een nauwsluitende muts, bracht er gisteren tal van: het romantisch zwierende Be Good, het opzwepende On My Way to Harlem waarin hij bezingt hoe hij „was baptized by a jazzman’s horn” en de in soul gevatte vraag aan zijn schoonouders om hun dochters hand (Real Good Hands).

Maar ook jazzinhoudelijk ging hij gemakkelijk door God Bless the Child en imponeerde zijn versie van Wayne Shorters Black Nile, inclusief scats.

De nummers werden uitgevoerd met dezelfde musici als op de cd: pianist Chip Crawford die zijn virtuositeit graag laat ondersneeuwen door theater, de wat stoïcijnse begeleidende bassist Aaron James en drummer Emanuel Harrold die steeds weer kolen op het vuur gooit. Een warmgelopen kwartet, dat in de nu al souljazz-klassieker 1960 What? zijn definitieve ontlading vond.

    • Amanda Kuyper