Opkomst: zie Ondergang

Het studiegeld voor zijn acht kinderen haalde predikant Winkler Prins ‘uit zijn inktkoker’. Dat resulteerde in 15 encyclopedische delen, 11.000 bladzijden. Lees de bloemlezing uit zijn eerste ‘Encyclopaedie’.

01.01.1870-31.12.1870 Freigegeben für die Ländergruppen: Europa - ausgenommen Dänemark, Finnland, Frankreich, Großbritannien, Irland, Italien, Norwegen, Polen, Schweden, Spanien LOCOMOTIVE, 1870. Steel engraving, American, c1870. - 01.01.1870-31.12.1870 Released for Countrygroups: Europe except Denmark, Finland, France, Great Britain, Ireland, Italy, Norway, Poland, Sweden, Spain ullstein bild

Christianne Smit (sam.): Leven in 1870. Nederland aan de vooravond van de moderne tijd. 300 artikelen uit de Geïllustreerde Encyclopaedie, geschreven door Anthony Winkler Prins. Winkler Prins, 224 blz. € 14,99

In 1870 verscheen het eerste deel van Winkler Prins Encyclopaedie (1870-1881). Het bijzondere van de eerste twee drukken van de Encyclopaedie is dat alles het werk is van één man: de doopsgezinde predikant, dichter en letterkundige Anthonie Winkler Prins (1817-1908). Hij ‘haalde het studiegeld voor zijn acht kinderen uit zijn inktkoker’, zoals hij het zelf zei. Met als resultaat een verzameling van kennis over samenleving, techniek, wetenschap en kunst van zijn dagen. Vijftien delen, 11.000 bladzijden. Historica Christianne Smit stelde er nu een bloemlezing uit samen.

Eenmans-encyclopediën zijn de mooiste, zeker als de samensteller ook dichter is, met in Winkler Prins’ geval een verleden als dwarse student. Hoezeer hij ook poogde neutrale informatie te geven (wat hem meestal goed lukte), hier en daar, soms onwillekeurig, ontsnapte hem een dwarse regel. Intrigerend is bijvoorbeeld het lemma ‘Adel’, waarin hij de adellijke kringen rond de Vorst ‘een van de ongerijmdheden van het hedendaagsche koningschap’ noemt, ‘De adeldom is enkel een oude lap van het weggeworpen kleed, die in den groenen boom van onze dagen is blijven hangen.’

Erotomania

Even fraai is een kort zinnetje in het lemma ‘Erotomanie’ – misschien hierom kwamen de eerste drukken van de Winkler Prins op de Index van de Rooms-katholieke kerk te staan: ‘Komt veelal voor in nonnenkloosters.’ Bijna dichterlijk is hij over de kat: ‘Het geslacht der katten behoort tot de Vingerloopers onder de verscheurende dieren. Hare tanden zijn scherp en krachtig, daar de snijtanden op beitels, de hoektanden op dolken en zelfs de maaltanden als de bladen eener schaar werken.’

Een ander geval lijkt het onvergetelijke lemma ‘Opkomst zie Ondergang’. Ik moet aannemen dat de poëzie hiervan onze encyclopedist is ontgaan, aangezien zijn hele naslagwerk het optimistische beeld vertoont van een onstuitbare maatschappelijke en wetenschappelijke vooruitgang, zoals dat in zijn dagen leefde. Zo besluit Winkler Prins zijn lemma ‘Locomotief’ met de automotieve woorden ‘Thans is aan de orde van den dag het vraagstuk om locomotieven voor gewone wegen in te rigten, en welgeslaagde proeven geven hoop dat het niet ver van zijn oplossing verwijderd is.’

In de afdeling ‘Luchtballon’ vinden we vergelijkbaar optimisme: ‘Tot nu toe heeft men vruchteloos naar middelen uitgezien om den luchtballon te besturen. Het voorbeeld van den vogel bewijst de mogelijkheid dat een voorwerp zich in den dampkring in willekeurige richting bewege. Het komt er dus slechts op aan een vliegwerktuig te vervaardigen dat in ligtheid en beweegkracht het lichaam van den vogel evenaart. Het zou dwaas zijn zoo iets onmogelijk te noemen.’

Bloemlezing

Uit de eerste druk van de Winkler Prins Encyclopaedie is dus nu een bloemlezing van 300 lemma’s samengesteld. Een voortreffelijk idee. Over de uitvoering ervan ben ik minder geestdriftig. Waarom het ultrakorte lemma ‘Opkomst zie Ondergang’ niet opgenomen? Dat de encyclopedist hier doelt op zonsopkomst en -ondergang doet toch niets af aan de eigenaardigheid an sich?

Verder bevat deze bloemlezing ellenlange, saaie lemma’s over de werelddelen, terwijl de Winkler Prins Encyclopaedie net zulke tekenende, maar veel levendiger artikelen bevat die als spiegel van het Nederlandse leven in 1870 kunnen dienen. Wel weer fijn is de keuze van Christianne Smit voor ‘Tegenvoeters’: ‘Wanneer men van de plaats waar men zich bevindt een middellijn door den aardbol trekt, dan vindt men zijne tegenvoeters aan het andere uiteinde dier middellijn. Het is duidelijk dat hunne voeten juist tegen de onze zijn gekeerd’. Deze beroemde antipoden, werden voorgesteld als wezens met ogen in de borst of één reuzenvoet. Winkler Prins vraagt zich dus af hoe onze eigen antipoden eruit zullen zien: ‘De Nederlanders hebben geen tegenvoeters, daar de plaats waar deze zich moeten bevinden gelegen is in de Stille Zuidzee.’

Christianne Smit schreef in haar Leven in 1870-bloemlezing korte samenvattende inleidinkjes bij de afdelingen waarin ze de gekozen lemma’s rubriceerde: Nederland, Maten en gewichten, Moreel kader, Eten en drinken, Samenleving, Wetenschap en techniek, Politiek, Ziek en gezond, Kunst, Het buitenland. Ze laat overtuigend zien hoezeer de morele, maar sympathieke overtuigingen van Winkler Prins omtrent volksopvoeding, volksgezondheid en volkswelvaart de lemma’s in zijn Encyclopaedie hebben gekleurd. Vrijwel niemand in de 19de eeuw heeft méér geleefd en gewerkt naar het motto ‘Kennis is macht’.

Een ernstig gemis is een beschouwing over de plaats van de encyclopedie in het leven rond 1870. Ook de tweede helft van de 19de eeuw kende een informatie-explosie, een tsunami van drukwerk, wat een overmatige classificatie-reactie opleverde. Men wilde de chaos bedwingen, maar zag daar juist rond 1870 óók de vruchteloosheid van in.

Opkomst zie Ondergang. Aan de ene kant komt de Winkler Prins Encyclopaedie voort uit de behoefte aan overzicht, men wilde in de zee van letters het hoofd boven water houden. Aan de andere kant voegde onze encyclopedist met zijn kennis nog eens 11.000 pagina’s aan die zee toe. Misschien hebben we intussen voldoende zwemkunst ontwikkeld om ons zonder angst in de golven te wagen. En verrukkelijk is het om ons met Winkler Prins in alle informatie te laten drijven. We kunnen oefenen in het pierenbadje dat Christianne Smit ons met Leven in 1870 biedt, maar het echte werk moet nog komen: een heruitgave van de integrale, eerste druk van de Encyclopaedie in digitale vorm. Ik zou terstond te water gaan.

    • Atte Jongstra