New York Times-journalist overlijdt in Syrië aan een astma-aanval

Anthony Shadid in april 2010 in Providence, in de Amerikaanse staat Rhode Island. Shadid overleed gisteren in Syrië aan een astma-aanval. Hij was 43 jaar oud. Foto AP / Steven Senne

Anthony Shadid, buitenlandcorrespondent van The New York Times en tweemaal winnaar van de Pulitzer Prize, is gisteren overleden in Syrië. Het lijkt erop dat een astma-aanval hem fataal geworden is. Hij werd 43 jaar oud.

Shadid was samen met fotograaf Tyler Hicks in Syrië. Ze kwamen daar een week geleden aan en waren bezig met verhalen over het Vrije Syrische Leger en andere groepen gewapende opstandelingen die president Assad willen zien vallen. Het Syrische regime laat doorgaans weinig journalisten toe in het land, maar zou niet op de hoogte zijn geweest van de werkzaamheden van Shadid en Hicks.

Toen de twee zich gisteren klaarmaakten voor een vertrek uit Syrië, kreeg Shadid een astma-aanval die zo ernstig werd dat hij eraan overleed. “Ik stond naast hem en vroeg hem of het ging en toen zakte hij in elkaar”, zegt Hicks in de Times. Shadids vader verklaarde dat zijn zoon al zijn hele leven last van astma had en zijn medicijnen bij zich had. Maar hij stak te voet de grens over omdat reizen in een auto te gevaarlijk was. “Hij liep achter enkele paarden, waar hij allergisch voor was, en kreeg een astma-aanval.” Na zijn dood is zijn lichaam door Hicks naar Turkije gebracht.

Shadid was van Libanese afkomst. Hij werkte voorheen voor het persbureau AP, The Washington Post en The Boston Globe. In 2004 en 2010 won hij Pulitzer-prijzen voor zijn verslag van de oorlog in Irak en de nasleep daarvan. In 2002 raakte hij tijdens zijn werk op de Westelijke Jordaanoever door schoten gewond en vorig jaar maart werd hij samen met drie andere verslaggevers zes dagen gevangengehouden door strijders van Moammar Gaddafi in Libië.

    • Peter Zantingh