Groots voor Reve en Rotterdam

Gerard Reve vond rust in de villa ‘Voorbij de Wegen’. Daar woonde zijn mecenas Ludo P. Toen Pieters eenmaal ‘de Rode Havenbaron’ werd, zette Reve een punt achter de relatie.

Maecenas Ludo PIETERS ( Ludo P.) en de schrijver Gerard REVE met pistool en geweer in het huis van Reve in Schiedam . foto VINCENT MENTZEL. Nederland. Schiedam, 1 juni 1986. neg. 86084

Wil Heezen en Paul van de Laar: Ludo Pieters 1921-2008. Rode havenbaron, mecenas en vriend van Gerard Reve. Thoth / Stichting Kunstpublicaties Rotterdam, 256 blz. € 27,50

Bij het verschijnen van Gerard Reves Brieven aan Ludo P. (1986) werd de voornaam bekendgemaakt van degene die Reve tot dan toe ‘Beschermer Q’ had genoemd, een schuilnaam die voor het eerst was genoemd in ‘Brief uit Schrijversland’ (Op weg naar het einde, 1963).

Reve had reden om de naam en het adres van zijn Vriend en Beschermer niet aan de grote klok te hangen, want ‘mijn halve lichaam jeukt al van woede bij de gedachte alleen – [...] dat hij Bescherming, Goederen of Geld zou geven aan anderen dan aan mij.’ Beschermer Q stond voor Ludo Pieters, havenbaron en kunstbestuurder te Rotterdam, woonachtig in Rhoon. Over hem verscheen onlangs de biografische schets Ludo Pieters 1921-2008. Rode havenbaron, mecenas en vriend van Gerard Reve. door Wil Heezen en Paul van de Laar.

Pieters en Reve hadden elkaar leren kennen in de strenge winter van 1962, tijdens de repetities van Commissaris Fennedy door het Rotterdams Toneel. De eerste brief van Reve aan Pieters dateert van 15 januari 1962 en heeft als aanhef ‘Zeer geachte Heer P.’, in volgende brieven al spoedig vervangen door ‘Lieve Ludo’.

Gerard Reve, toen nog Gerard Kornelis van het Reve, vond in Ludovicus Joannes Pieters Lzn. een vriend en correspondent met wie hij het over de Uiteindelijke Dingen kon hebben. Wat Reve betreft waren die Dingen onzegbaar, al kon je er wel eindeloos over ouwehoeren en omheen lullen, als je het maar geestig en in stijl deed en als je er wat te drinken bij had en er wat te lachen viel.

Er volgden door de jaren heen vele bezoeken van Reve, meestal in gezelschap van de minnaar, het prijsdier of de liefdesslaaf van dienst, aan de riante villa ‘Voorbij de wegen’ met parkachtige tuin in Rhoon, onder de rook van het haven- en industriegebied van Rotterdam. De volksjongen en reeds bekende, maar behoeftige schrijver, die in Amsterdam moeite had zijn krotwoning bewoonbaar te maken en de waterleiding vorstvrij te houden, maakte er kennis met de rijkdom en luxe van een familie die zijn vermogen in de scheepvaart had vergaard.

Jachtgebied

Af en toe liet Pieters zich in Amsterdam zien of stuurde een in het eigen jachtgebied op het voormalig eiland de Beer zelf geschoten fazant of eend naar de Oudezijds Achterburgwal.

De villa in Rhoon hing vol met moderne kunst, die Pieters van bevriende, veelal Rotterdamse kunstenaars had gekocht. In de tuin stonden beeldhouwwerken waarvan er een door Reve werd beschreven als ‘een soort koperen kut’. De rusteloze, zoekende schrijver vond in Rhoon de rust die hij in Amsterdam niet kon vinden. Hij vond er warmte en gezelligheid in het gezin Pieters, dat uit man, vrouw en vijf kinderen bestond. Hij las er voor de vriendenkring van Pieters voor uit eigen werk. Op een van die avonden ontmoette hij Joop Schafthuizen, de latere Matroos Vosch, die zijn levenspartner tot het einde zijner dagen zou worden.

Pieters bezorgde Reve een gratis plaats op een vrachtschip van de firma Hudig & Pieters voor de overtocht naar Portugal en Spanje, stopte hem wat travellers cheques toe en schreef hem bemoedigende brieven. Maar de financiële steun van Beschermer Q bleef bescheiden. Ludo Pieters was weliswaar een ‘havenbaron’, maar niet van het type Van Beuningen waar de Tintoretto’s en Raphaëls aan de muur hingen en de ‘Toren van Babel’ van Pieter Bruegel de Oude op de wc. Hij leefde in welstand, maar was ook weer niet zo rijk dat hij ongelimiteerd schrijvers en kunstenaars kon steunen.

De correspondentie eindigde met een brief van 6 november 1980 vanuit Dovercourt, Essex, die sloot met ‘Heel veel lieve wensen van Matroos Vosch en jullie… Gerard Reve.’ Maar de vriendschap liep op zijn eind. Naarmate Reve het financieel beter kreeg – dus minder afhankelijk van gunsten, patrijzen en eenden – werden de contacten minder en soms grimmiger.

De vriendschap eindigde halverwege de jaren tachtig, in een tijd dat het moeilijk was geen ruzie met Reve te krijgen. Toen Pieters voor de PvdA benoemd werd in de Rijnmondraad, schreef Reve dat hij de vriendschap wilde opzeggen, want: ‘Ik kan de omgang met mensen, die onze grote vrijheden willen vernietigen en uitleveren, niet opbrengen. Voor jou is het spel, voor mij ernst.’ Kort voor de dood van Reve vond er een verzoening plaats.

Door de eenzijdige publicatie van hun brieven bleef Ludo Pieters een personage in het correspondenten-netwerk van de zelfbenoemde Volksschrijver.

Gymnasiast

In Ludo Pieters 1921– 2008 van neerlandica Wil Heezen en historicus Paul van de Laar leren we een andere Pieters kennen, de gymnasiast en jurist, ondernemer door erfopvolging van een groot cargadoorsbedrijf en toen dat werd opgenomen in een fusie van havenbedrijven, werd hij voorzitter van de havenwerkgevers, de Scheepvaart Vereniging Zuid.

Daarnaast was Pieters een gedreven bevorderaar van de kunsten, die zich aan zijn stad Rotterdam verplicht voelde. Als bevoordeeld rijkeluiskind wilde hij meer doen dan alleen geld uit de stad halen. Hij was voorzitter, bestuurslid en begunstiger van tal van instellingen die de kunst en de cultuur bevorderden. Een man voor wie zijn gezin belangrijk was, maar van wie je de indruk krijgt dat hij niet graag thuis was. Hij onderhield vriendschappen en amoureuze relaties met talentvolle mannen. Al vroeg zag hij in dat zijn eigen talent als dichter niet groot genoeg was en ook als schrijver – hij debuteerde op 73-jarige leeftijd met de roman De Argonauten – bleef literaire erkenning uit.

Ludo Joannes Pieters overleed in 2008. Reve had hem al jaren eerder beloofd dat hij dankzij hem in een voetnoot bij de Nederlandse literatuur zou voortleven. Maar in 1991 had Pieters een substantieel bedrag ter beschikking gesteld om schrijvers die in eigen land werden vervolgd een jaar lang als gastschrijver aan een Nederlandse universiteit te verbinden. Hij zou een half miljoen gulden aan dit Fonds schenken waaraan hij na enig aandringen zijn naam verbond: het Ludo Pieters Gastschrijversfonds. Zo kon er een tweede voetnoot bijgezet worden.

    • Rien Vroegindeweij