Geld voor het spoor ging naar wegen

NS en ProRail presteren slecht, aldus een commissie die het spoor doorlichtte. De touwtjes moeten strakker. Melanie Schultz is „een incidentenminister”.

Den Haag. Wanhopige politici op zoek naar hernieuwde invloed. Dat is de geur die opstijgt uit het rapport Wissel op de toekomst dat de Tweede Kamer-commissie Spoor gisteren heeft gepresenteerd. „Er is te weinig oog voor het spoor”, zegt commissievoorzitter Attje Kuiken (PvdA), „terwijl we er in Nederland heel afhankelijk van zijn. Het is het uur U.”

De commissie onderzocht het afgelopen jaar de problemen op het spoor. De conclusies zijn bijzonder kritisch. Geld bedoeld voor spooronderhoud is besteed aan wegen, planstudies, en om tegenvallers van de hogesnelheidslijn op te vangen. De commissie heeft „ernstige zorgen” over de kwaliteit van het spoor. Het is onduidelijk hoe dat er nu bij ligt. Aannemers gebruiken steeds vaker goedkopere tweedehands materialen en concurreren met elkaar om de opdracht. „Het is te veel op prijs gericht”, zegt Kuiken.

Maar de commissie probeert het rapport vooral ook te gebruiken voor een pleidooi om de eigen invloed op de sector te versterken. Sinds de rigoureuze splitsing in 1995 van de Nederlandse Spoorwegen in een infrabeheerder (ProRail) en spoorgebruiker (NS) staan de bedrijven op afstand van de overheid. Er worden concessies afgegeven en prestatiecontracten gesloten. Daarmee houdt de politieke greep op. De NS moet voldoen aan de eisen die dan zijn gesteld – bijvoorbeeld aan de punctualiteit – maar nieuwe eisen komen pas weer in de volgende concessie.

Dat moet anders, vindt de commissie. De touwtjes moeten worden aangetrokken. Het rapport is zo een opzichtige poging om de weeffouten van de splitsing van 1995 te herstellen. Minister Schultz (Infrastructuur, VVD) moet dichter op de huid gaan zitten van beide bedrijven. Ze is nu alleen bezig met besparingen op korte termijn, heeft geen langetermijnvisie. „Een incidentenminister”, stelt de commissie. Ze heeft meer technische kennis nodig op haar ministerie. Dat kan bijvoorbeeld door van ProRail een soort Rijkswaterstaat te maken.

Ook moet Schultz scherpere eisen aan NS stellen. Nu worden afspraken vastgelegd in tienjarige concessies. Als die te vaag zijn geformuleerd of politici hebben later andere wensen, dan zijn ze afhankelijk van de vrijwillige medewerking van NS. Of de overheid moet een zak geld meebrengen. Aanbestedingsdeskundige Nico van Paridon zei vorige maand tijdens een hoorzitting dat NS er te makkelijk vanaf komt. Hij vindt dat van NS geëist kan worden dat de vervoerder elk jaar efficiënter moet werken: „Eis bijvoorbeeld dat het vervoersaanbod elk jaar met 3 of 4 procent toeneemt.”

En dan is er nog het nieuwe veiligheidssysteem ERTMS. Dat is goedkoop, stabiel en bij invoering ervan hoeft de overheid minder nieuw spoor aan te leggen. Invoering gebeurt niet, omdat de minister een beslissing daarover voor zich uitschuift en NS weigert treinen om te bouwen. „NS doet niet alles wat de politiek verwacht”, zei directeur Reizigers bij NS Ingrid Thijssen vorig jaar. „Wij maken een bedrijfseconomische afweging.”

De bal ligt bij de minister, vindt de commissie. Schultz moet „regie voeren” en „de samenhang in de spoorsector bewaken”, zegt Kuiken. En de Kamer zelf? Die valt weinig te verwijten, vindt de commissie. De Kamer is „onvolledig en onduidelijk geïnformeerd” en kan het soms „nauwelijks nog volgen”. Geen hand in eigen boezem dus? Nou vooruit, eentje dan: „Ook de Tweede Kamer dringt soms aan op kortetermijnoplossingen omdat langetermijnoplossingen te lang op zich laten wachten.”

Smet op blazoen van Melanie Schultz, pagina 17

    • Oscar Vermeer
    • Huib Modderkolk En