'Flink doordrinken, niet afhaken'

Vorige week werd Jan van Mersbergen gelauwerd voor zijn carnavalsroman over een man die niet weet waarom hij bij zijn vrouw blijft. ‘Carnaval is een metafoor voor het leven.’

Voor de zevende keer viert Jan van Mersbergen dit jaar carnaval in Venlo. Naar de overkant van de nacht, zijn roman over een Venlose ‘Vastelaovend’ heeft een locale held van hem gemaakt. Maar ook buiten Venlo is de zesde roman van de veertigjarige Amsterdammer goed ontvangen. Vorige week won hij er de 15.000 euro bedragende BNG Nieuwe Literatuurprijs mee. Het boek staat op de longlist van zowel de Libris Literatuurprijs als de Gouden Uil.

De carnavalsroman gaat over de ontsnapping van de 38-jarige hoofdpersoon Ralf aan zijn bestaan in een rijtjeshuis met vier ongelukkige kinderen en een oververmoeide vrouw die niet meer met hem naar bed wil. Na vijf jaar niet van huis te zijn geweest, stort hij zich in Venlo in het feest. Daar consumeert hij 74 glazen bier, ettelijke slokken jenever, Jägermeister en flesjes Flügel en heeft hij mislukte seks met een als zonnebloem verklede deerne.

Is dat nu de befaamde bevrijdende roes van het carnaval? Jan van Mersbergen, helemaal klaar om vanavond met zijn vaste Amsterdamse vriendenclub naar Venlo af te reizen, noemt het carnaval een ontsnapping die uiteindelijk tot bevrijding kan leiden. „Aan het einde van het boek gaat Ralf weliswaar terug naar zijn gezin, maar hij weet inmiddels dat hij van zijn vrouw naar het carnaval mag, dat hem dat gegund wordt, en dat is al een hele stap.”

Iemand van 38, die toestemming moet vragen om een nachtje door te zakken. Ligt daarin niet alle kneuterigheid besloten van carnaval?

„Tijdens carnaval is iedereen je vriend, dat gevoel mist Ralf thuis enorm. Door alles wat hij die nacht beleeft, het contact met de mensen en de totaal andere rol die hij op zich neemt, bereikt hij een meditatieve staat waarin hij beter naar zichzelf kan kijken. Hij snapt dat hij die toestemming om weg te gaan van zichzelf moet krijgen.”

Thuis zorgt hij voor de kinderen van zijn uitgebluste vriendin: een doofblinde tweeling, een verwaarloosd jongetje en een pre-pubermeisje met een eetverslaving. Waarom heb je geen doorsnee huisvader genomen die los wil gaan?

„Omdat het dan een verhaal over een ontsnapping aan burgerlijkheid zou zijn geworden en daar gaat carnaval niet over. Ik schets een man die niet weet waarom hij bij zijn vrouw blijft. Bij Oprah Winfrey heb ik eens een uur lang een man gezien die zich had aangesloten bij een gezin met een doofblinde drieling van een jaar of zes. Hij was binnengehaald als held en voelde zich trots op zijn verantwoordelijke rol. Na drie kwartier kwam eruit dat hij geleefd werd en nog maar één ding wilde: wegwezen.”

De suggestie wordt gewekt dat Ralf ook weg wil omdat de relatie met zijn 11-jarige stiefdochter, bij wie hij elke nacht slaapt, uit de hand dreigt te lopen.

„In een eerdere versie van mijn boek verliest Ralf zich helemaal in een ontuchtige relatie met haar. Maybelle heet ze. Zoals alle personages is ze genoemd naar iemand van de countrygroep de Carter Family. Het incestthema heb ik uiteindelijk afgezwakt, omdat dat niet bij de Venlose Vastelaovend past.

„Ik heb de afgelopen jaren heel veel opgestoken in Venlo, veel mensen leren kennen en met carnaval zijn we er als Amsterdamse groep echt gelanceerd. We zijn officieel uitgenodigd voor de sleuteloverdracht aan Prins Carnaval en de burgemeester heeft ons in zijn toespraak gebruikt als integratiemetafoor. Venlo kent veel problemen, Wilders komt er vandaan. Wij symboliseren als Amsterdammers de buitenlanders die er met open armen worden ontvangen. Dat lukt omdat we de goede carnavalspakken, pekskes, hebben, de liedjes meezingen en in feite dus de taal spreken. Ik moest bijna huilen toen de burgemeester op die manier over ons sprak, zo trots was ik.”

En dat had niet gekund als ‘buitenlander’ Ralf behalve een besluiteloze goedzak ook een incestpleger was geweest?

„Nee, dat zouden ze in Venlo niet accepteren. De verhoudingen daar liggen heel subtiel. Ralf en de groep waarbij hij zich op Vastelaovend aansluit zijn op bezoek en proberen zo goed mogelijk te integreren. Ze willen een optimale bijdrage leveren. Wie met ontucht in zijn hoofd rondloopt kan het feest niet aangaan. Al Ralfs ontmoetingen zouden veranderen. Als hij een ontuchtige relatie heeft met een elfjarige, kan hij niet meer naar jonge meisjes kijken zonder dat het broeierig wordt.”

Dat wordt ’t toch wel. Hij denkt steeds aan Maybelle als hij jonge meisjes ziet en uiteindelijk belandt hij er met één, Sunny, in een hotelbed.

„In de protestantse kop van Noord-Brabant waar ik vandaan kom, vinden ze dat zoiets niet kan, maar in Venlo kijken ze daar anders tegenaan. Daar vinden ze Sunny een lief meidje, dat goed voor hem is, en dat is ze ook. Ze speelt een belangrijke rol in de roman.”

Ralf komt van het ene inferno in het andere terecht Verwijst de titel van je boek naar Célines Reis naar het einde van de nacht?

„Niet echt, al heeft ’t wel door mijn hoofd gespeeld, want carnaval is óók een hel. Het is heel zwaar, je mag niet afhaken omdat het feest dan ophoudt. De lol ervan is dat je volhoudt en elkaar daarbij helpt. Sinds mijn dertiende ga ik naar het carnaval in Brabant, een jaarlijkse vlucht uit het protestantse dorp Almkerk. Daar hoefde je alleen een boerenkiel aan te doen en veel geld mee te nemen.

„In Venlo, waar ik terecht ben gekomen door een Amsterdamse voetbalvriend, is het totaal anders. Die vrienden zijn in het boek de Maxicanen die zich over Ralf ontfermen. Vastelaovend is een metafoor voor het leven, je kunt er niet uitstappen, je moet verder. Intussen raak je elk tijdsbesef kwijt, alles in mijn boek draait dan ook om tijd.”

En om drank. Is de hoeveelheid die Ralf naar binnen slaat reëel?

„Als je om elf uur ’s ochtends begint, kom je aan 74 biertjes plus jenever, Jägermeister en Flügel. Maar je wordt er nooit echt dronken van, je ziet nooit mensen kotsen. Iemand van de universiteit heeft uitgerekend dat als je vanaf 11 uur ’s ochtends in dit tempo drinkt, je om drie uur ’s middags dood bent. Dat is dus niet zo, je kunt doorgaan, al voel je je half dood.”

Zo ongeveer als de doofblinde tweeling waar Ralf van wegvlucht?

„Wel als je beseft dat Ralf iemand zonder ambities is die het louter moet hebben van fysiek contact. Hij is niet voor niets stratenmaker, net als ik een paar jaar ’s zomers geweest ben. Fysiek werk met direct resultaat. Aan het eind van de dag ligt die handel er, je hebt iets gedaan, heel prettig. Hetzelfde geldt voor carnaval en ook voor schrijven trouwens.”

In hoeverre lijk je op je hoofdpersoon?

„Ik zat net zo in mezelf opgesloten als hij. Negen jaar geleden, kort na de geboorte van mijn kind, kreeg ik zaadbalkanker. Daar kon ik nauwelijks over praten, ook niet met mijn vriendin. Nu kan ik dat wel, dankzij die vriendenclub waarmee ik carnaval vier. Carnaval geeft de warmte die ik nodig heb. Soms staan we gewoon met z’n allen te huilen en vertel ik dingen waar ik nooit over praat. Dat heeft me ook geholpen bij het schrijven van deze roman, die veel explicieter is dan mijn vorige boeken. Mijn persoonlijke verhaal heeft de roman zelfs ingehaald. Toen het boek af was, ben ik bij mijn vriendin weggegaan. Daarmee is het een afscheidsroman geworden, dat voelde ik al tijdens het schrijven, afscheid van de beklemming die ik mezelf aandeed.”

Jan van Mersbergen: Naar de overkant van de nacht. Cossee, 176 blz. € 18,90